Rondzendbrieven Oost-Europa 2012 > Rondzendbrieven > brief 3: overig Roemenië
Derde rondzendbrief Oost Europa 2012

Derde rondzendbrief Oost Europa 2012

[verzonden 2-7-2012 vanuit Tulcea (Roemenië)]

De vorige mail ben ik gestopt in Suceava in Boekovina in Moldavië. Inmiddels zitten we in Brasov in Transsylvanië (nog steeds Roemenië), een plateau dat omgeven wordt door de oostelijke, de westelijke en de zuidelijke Karpaten. Morgen reizen we door naar Boekarest, de hoofdstad van Roemenië.

Boekovina

Vanuit Suceava doen we een rondje kloosters in Boekovina. Boekovina ligt in de regio Moldavië. Moldavië werd in 1359 gesticht door Bogdan I, nadat hij de Hongaren had geweigerd om Moldavië bij Hongarije te voegen. In de 15e eeuw waren er vele invallen van de Ottomanen, Polen en Tataren. Stefan de Grote (die Moldavië regeerde tussen 1457-1504) heeft gevochten voor de onafhankelijkheid, en was duidelijk de grote winnaar nadat hij van 38 grote slagen er 36 gewonnen had. Later werd het noorden van Moldavië (Boekovina) veroverd door de Habsburgers. Pas na de Eerste Wereldoorlog kwam Boekovina terug bij Roemenië. Suceava was de eerste hoofdstad van Moldavië, maar die werd in 1565 verplaatst naar Iași.

Boekovina (betekenis: land van de beuken) was oorspronkelijk twee keer zo groot als nu. Het noordelijke deel hoort nu bij Oekraïne als gevolg van het Sovjet-Duitse Ribbentrop-pact van augustus 1940. Boekovina bestaat uit een gevarieerd landschap met bergen, tafellandschap, kloven, heuvels en valleien, rivieren, stroompjes en meren. De oostelijke Karpaten vormen het westelijke deel van Boekovina; het oostelijk deel bestaat uit het Suceava plateau.

Boekovina.

Boekovina.

Boekovina is de enige plaats in de wereld waar je nog een groep orthodoxe kloosters met hun prachtige buiten- en binnenschilderingen uit de middeleeuwen aantreft. Sinds 1993 staan de kloosters op de werelderfgoedlijst van Unesco. De schilderingen beschrijven bijbelse taferelen van hemel en aarde, het leven van de maagd Maria en Jezus, maar verhalen ook over de martelaren uit de strijd met de Turken. Veel van de kloosters zijn verbonden met de grote vorsten van Moldavië, zoals Stefan de Grote (een ander dan de Stefan van Hongarije) en zijn zoon Petru Rares. Stefan de Grote verdiende zijn bijnaam ‘Grote’ door zijn vele succesvolle militaire veldslagen tegen de Turken. Hij is vermaard vanwege de tientallen kerken en kloosters die hij in Moldavië heeft laten bouwen. Na elke belangrijke militaire overwinning liet hij iets religieus bouwen. Ook Petru Rares heeft heel wat kloosters laten bouwen of kloosters weer opgebouwd die verwoest waren. Vrijwel alle kloosters zijn omgeven door dikke muren met een aantal torens.

De afbeeldingen in de kerken over de oorlogen met de Turken zijn bepaald sadistisch. Je ziet de Turken echt alles uithalen met die vriendelijke Moldaviërs. Het aantal onthoofdingen op de fresco's is niet te tellen, overal zie je lijven met een los hoofd ernaast. Verder worden ze gevierendeeld, geradbraakt, aan hun benen opgehangen of achter een paard aan gesleept, overlangs of overdwars doormidden gezaagd en op andere manieren onaardig behandeld.

We bekijken op één dag de kloosters van Voronet, Humor, Sucevita, Moldovita en Putna. Alle kloosters zijn verschillend, maar allemaal zijn ze mooi. Wat opvalt is dat bij alle kloosters veel nonnen rondlopen en aan het werk zijn. De kloostertuinen zien er met prachtig bloeiende rozenstruiken mooi verzorgd uit. De volgende dag doen we nog twee bezienswaardigheden vlakbij Suceava en besteden de rest van de dag aan Suceava zelf waar ook veel te zien is.

Suceava

Alhoewel we het met z'n vieren nog steeds erg gezellig hebben, is er toch iemand die de sfeer een beetje verpest. Goedele wilde ons nog net naar Satu Mare wijzen, aan straten in Satu Mare deed ze niet en nu is ze domweg in staking gegaan. Waarom wil ze niet zeggen, maar er zit dus niet anders op dan uitsluitend op de kaart en de verkeersborden te rijden. De Roemeense bewegwijzering laat vaak te wensen over. Er staat wel een bordje naar een monument, maar na het ene bordje zie je nooit meer een tweede bordje. Ook met afstanden zijn ze behoorlijk wazig. We willen naar het Dragomirna klooster en moeten ergens afslaan, 2 km verderop is Dragomirna klooster. Na een poosje komen we uit op een schuine T-splitsing. Moeten we nu links of rechts? Een toevallige voorbijganger helpt, we moeten rechtsaf. Even later zien we een bordje waarop staat dat het klooster 3 km verderop ligt. Dat gebeurt niet één keer, zo staat alles hier aangegeven. Gelukkig hebben we M. en Rik die er altijd wel weer uitkomen en als er hulp nodig is, zijn er altijd vriendelijke Roemenen die de tijd nemen om je in vloeiend Roemeens de weg te wijzen. Als Goedele niet oppast nemen we haar straks niet eens meer terug in dienst.

Suceava is een vreemde stad. Er is niet echt een centrum met een gezellig plein of zoiets. Het is een wat onsamenhangend geheel van – zacht uitgedrukt – slecht onderhouden straten en vreemde binnendoorsteekjes. Er is wel een centraal plein, maar dat ligt volledig overhoop. Aan het plein staat het cultuurhuis, een lelijk betonnen gebouw met op het dak een serie stalen pennen waar wel heldhaftige beelden op zullen horen te staan. Maar Suceava heeft genoeg moois te bieden. Uitkijkend over de stad staat de ruïne van de oude citadel (die trouwens ook gerestaureerd wordt) en er is een hele serie kerken. Vermeldenswaard is het klooster van St. Johannes de Nieuwe met zijn kerk. Het klooster werd in 1514 door Bogdan de eenogige gesticht. Ook deze kerk heeft buiten fraaie fresco's en staat op de werelderfgoedlijst. In de kerk ligt Johannes de Nieuwe zelf. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Johannes de Nieuwe was een monnik die tijdens de Turkse bezetting gemarteld werd in Bilhorod-Dnistrovskyi (Oekraïne). Na een tijd in Oekraïne kwam Johannes terug. Alexander de Goede heeft in 1415 de restanten van Johannes de Nieuwe teruggebracht naar Suceava. Ze staan nu in een rijk versierde zilveren kist in de kerk. Naast de kist zit een monnik te waken over Johannes botten, Johannes portret poetst hij met Glassex op, net als het glas om de zilveren kist. Als hij klaar is met poetsen, is het tijd voor een dutje naast de kist.

Bicaz

We vervolgen onze route via Targu Neamt naar het zuiden. We rijden langs het Bicaz meer, een stuwmeer van 35 km lengte en het grootste kunstmatige meer van Roemenië. We proberen langs het meer te rijden via het Ceahlau gebergte, een soortenrijk park, beroemd om zijn kalksteen rotsformaties. Dat lukt niet. In het park mag je alleen wandelen en als we vandaag Sighisoara nog willen halen, kunnen we toch maar beter met de auto een andere weg kiezen. Van het Bicaz meer komen we door de Bicaz kloof, die door de Bicaz rivier uitgesleten is. De rivier vormt de verbinding tussen Transsylvanië en Moldavië. Door de 8 km lange kloof slingert zich een weg tussen de kalkstenen wanden en af en toe heb je de neiging om te bukken, zover hangen de rotsen over de weg. Na de kloof komen we uit bij het Rode Meer.

Het Rode Meer is een natuurlijk afgedamd meer aan de voet van het Hasmasu Mare Gebergte en in de buurt van Gheorgheni. Het is het grootste natuurlijke bergmeer in Roemenië en dankt zijn naam aan het rode rivierslib (met ijzeroxide en ijzerhydroxide) aangevoerd door de Rode Kreek. Het meer ziet er donker en onheilspellend uit met zijn uit het water stekende boomstompen. Het Rode Meer is niet zo lang geleden ontstaan. In juli 1837 liet een enorm stuk steen los van de Killer Mountain en blokkeerde zo de Licas Kreek, de Oii Kreek en de Rode Kreek. De enige getuigen hiervan zijn de toppen van de sparrebomen die nog uit het water steken. Natuurlijk hoort bij zo'n meer met uitstekende boomtoppen een legende. In Lazarea woonde een erg mooi meisje. Ze heette Estera. Ze ging naar Gheorgheni en daar kwam ze een knappe jongeman tegen van wie gezegd werd dat hij nog sterker was dan een beer. Het was liefde op het eerste gezicht en de jongeman vroeg Estera ten huwelijk. Helaas konden ze niet trouwen omdat de jongeman in het leger moest dienen. De knappe Estera bleef trouw op hem wachten. Ze ging vaak water halen bij de bron waar ze uren op hem zat te wachten. Op een kwade zondagmiddag werd ze gekidnapt door een boosaardige schurk die haar meenam naar zijn grot. Hij beloofde haar alles te geven wat ze wilde, als ze met hem trouwde. Estera weigerde en de schurk verloor zijn geduld en probeerde haar te dwingen. Estera schreeuwde luidkeels om hulp en de berg hoorde haar hulpkreten. De berg veroorzaakte een hevige storm met regen. De regenstromen verwoestten alles op hun weg en de schurk en de schone Estera werden gedood door een rotsblok dat op ze viel. Daarna verzamelde al het bergwater zich en vormde zo het Rode Meer. Of de knappe jongeman ooit uit het leger teruggekomen is om zijn mooie Estera te zoeken? Tja, dat vertelt het verhaal niet.

Sighisoara

Sighisoara waar we overnachten ligt in Transsylvanië. In de 12e eeuw werden kolonisten, afkomstig uit het Moezelgebied, Luxemburg en de Eifel ‘uitgenodigd’ door de Koning van Hongarije om Transsylvanië te koloniseren en de grens te bewaken. Zij werden sindsdien Saksen genoemd. De burgerij bleef lang uitsluitend Saksisch en liet pas sinds de 16de eeuw ook Hongaren en Roemenen toe. De Saksen behielden niettemin hun meerderheid en pas in de 20ste eeuw nam hun aantal steeds verder af en nu is nog slechts 2% van de bevolking Duits. De Hongaarse minderheid hield beter stand, maar de Roemenen bereikten sindsdien de definitieve meerderheid.

De binnenstad van Sighisoara staat op de werelderfgoedlijst. De stad heeft een prachtige middeleeuwse citadel die op een heuvel staat. Delen van de stadswal zijn nog bewaard gebleven en ook een aantal van de torens vernoemd naar de gilden (kleermakerstoren, tinnegieterstoren, e.d) zijn nog te zien. De gilden schonken de torens aan de stad en waren bij een vijandelijke aanval verantwoordelijk voor de verdediging van de torens. In de citadel staat ook het geboortehuis van Vlad Tepes. Let op die naam, die komt later in het verhaal luid en duidelijk terug.

Saksische invloeden

Een van de goede dingen die negen eeuwen Saksische aanwezigheid heeft opgeleverd is een uniek cultureel erfgoed: in de regio zijn tussen de 13e en de 15e eeuw zo’n 200 Saksische dorpjes, kerken en forten gebouwd. Zeven van de Saksische fortkerken staan op de Unesco wereld erfgoedlijst. Daar bezoeken wij er een aantal van. Het allermooiste is de fortkerk van Harman waar we na sluitingstijd aankomen, maar waar we van de vriendelijke burchtbewaker toch nog in mogen. De fortkerk is precies wat de naam zegt: een kerk, omgeven door een muur. De muur van deze kerk heeft een bastion en diverse torens. Het kerkje is van binnen mooi. Het lijkt in niets op de rijk beschilderde kloosterkerken van Boekovina, dit is een echte protestantse kerk. De houten kerkbanken bestaan uit planken die met stevige verbindingen rusten in twee dwarsbalken aan weerszijden. Hiermee vergeleken is de Goede Herderkerk in Ede nog comfortabel. Het fort heeft ook een museum met een schooltje, klederdracht en een oud huisje. Het allerleukste is dat je over de muur van het fort mag lopen. Met een trappetje klim je in de fortmuur en van binnenuit kan je dan door de schietgaten en uitbouwtjes naar buiten kijken. Je kan ook binnenin de toren kijken (je mag er niet naar boven) en dan zie je pas goed hoe hoog de torens zijn.

We stoppen ook bij de fortkerk van Cloasterf. Die staat niet op de werelderfgoedlijst en is ook als monument niet erg bijzonder. De ommuurde kerk verkeert in staat van verval en staat in een armoedig dorp. S. en M. maken een praatje met een Duitser (Klaus) die hier is gaan wonen toen hij 40 jaar geleden met zijn Roemeense vrouw trouwde. Hij vertelt dat het dorp vroeger een welvarend dorp was dat leefde van de wijnbouw. Na de val van de muur ontstond er ook hier werkeloosheid op het platteland en alle Duitsers trokken met hun kennis weg naar Duitsland. Het dorp raakte steeds meer in verval tot wat het nu is: een troosteloos geheel met wat rondhangende, meest werkloze mensen, een weg die geen weg kan heten en kapotte huizen.

Dracula

We zijn nu in Brasov, een mooie stad met een prachtig historisch centrum. Vanmorgen hebben we het Bran kasteel en de Rasnov citadel bezocht. Het Bran kasteel trekt massa’s toeristen, uitsluitend vanwege de legende van Graaf Dracula. Omgeven door mysteries en legendes staat hoog op een 200 meter hoge heuvel het Bran kasteel dat zijn roem dankt aan zijn torens en torentjes, maar ook aan de door Bram Stoker gecreëerde Dracula legende. Alhoewel Stoker Transsylvanië nooit bezocht heeft, vertrouwde de Ierse schrijver op onderzoek en zijn fantasie en creëerde zo de hardnekkige mythe dat Vlad Tepes (de Vlad Tepes uit Sighisoara), heerser van Walachije, hier eens gewoond had. Het kasteel, gebouwd in 1212 op de vroegere plek van een vesting van de Teutoonse Ridders, wordt voor het eerst genoemd in 1377. Tussen 1920 en 1957 was Bran een koninklijke residentie; een geschenk van de bevolking van Brasov aan koningin Marie van Roemenië. Het kasteel is nu een museum met meubels verzameld door koningin Marie. Via smalle trappetjes en ondergrondse gangen kom je door zo’n 60 kamers met meubels, wapens en wapenuitrustingen uit de 14e tot de 19e eeuw.

Dracula souvenirs in Bran.

Dracula souvenirs in Bran.

En dan nu de held van Walachije, die door Bram Stoker in Transsylvanië is gesitueerd: Vlad III, bijgenaamd Vlad de Spietser (Vlad Tepes). Vlad III werd in 1431 geboren in Sighișoara als derde zoon van Vlad II van Walachije, een ridder van de Orde van de Draak, een Hongaarse orde die vocht tegen de Turken. Het symbool van deze orde was een draak, het symbool van de duivel. De vader van Vlad was ‘dracul’ en Vlad zelf ‘dracula’, wat ‘zoon van dracul’ betekent ofwel de zoon van de draak. In 1444 werd Vlad gevangen genomen door de Turkse sultan. Dit vond Vlad een dermate grote vernedering dat hij een immense hekel zou krijgen aan de Turken. Vlad was vorst van Walachije in 1448, van 1456 tot 1462 en in 1476. Tijdens zijn regeerperioden verzette hij zich sterk tegen de Turken en de uitbreiding van het Ottomaanse Rijk. Er zijn weinig historische details bekend van de slagen die Vlad geleverd heeft tegen de Turken. Legendevorming is er echter volop. Vlad was een uiterst bloeddorstig heerser. Hij was berucht voor het spietsen van mensen, een gewoonte waaraan hij zijn bijnaam ‘Țepeș’ (‘spietser’) te danken heeft. Hij vermoordde ook mensen door hen levend te villen, te koken, te onthoofden, de ogen uit te steken, te wurgen, op te hangen, te verbranden, te roosteren, in stukken te hakken, of levend te begraven. Velen van Vlads slachtoffers waren kooplieden en bojaren (leden van de feodale aristocratie) uit Walachije, maar hij doodde ook buitenlandse edelen en zelfs kinderen op gruwelijke wijze. Toen hij later in ballingschap verkeerde in Hongarije, spietste hij volgens sommigen kikkers en andere kleine dieren voor het plezier.

Voor de meeste Roemenen is Vlad Dracula ondanks zijn wreedheid een nationale held, die de Turken wist tegen te houden. In 1897 schreef Bram Stoker echter zijn roman Dracula, waarbij hij de bijnaam van Vlad gebruikte, Dracula. Bovendien speelde het verhaal in Transsylvanië, dat, hoewel niet Walachije, vanaf 1918 toch ook Roemeens was. Op de verhalen over de wreedheden van ‘de Spietser’ is het boek niet gebaseerd. De ware inspiratiebron van Stoker was een ouder vampierverhaal. Latere schrijvers en regisseurs legden het verband echter wel, en betrokken de geschiedenis van Vlad bij de vampierverhalen. De Dracula's in de films kregen zijn uiterlijk. Het uiteindelijke resultaat was dat de Roemenen, toen het IJzeren Gordijn viel, tot hun verbazing ontdekten dat hun nationale held door het westen als een vampier werd gezien.

Brașov

Brașov is een oude middeleeuwse stad in het hart van Roemenië. Brașov is vooral bekend door de monumentale gotische Zwarte Kerk. De bouw duurde van 1383 tot 1480 en werd vertraagd door Ottomaanse aanvallen. Het is de grootste gotische kerk tussen Wenen en Istanbul en wordt nog steeds door de Duitse Lutheranen gebruikt. De kerk dankt zijn naam aan de zwartgeblakerde buitenmuren als gevolg van een grote brand in 1689. In Brasov is ook een van de smalste straatjes van Europa: 1,32 meter breed en 83 meter lang. Het straatje komt uit bij een kabelbaan die de hoge bergen opgaat. Het kabelbaantje slaan we over. In Brasov krijgen we hevig onweer met eerst een beetje en later flinke regen. Kabelbaantjes en onweer lijken ons geen goede combinatie.

Van Brașov naar Boekarest

Ook de volgende dag slaan we die combinatie maar over. Vanuit Brasov gaan we via het Bucegi gebergte richting zuiden met als einddoel Boekarest. Het Bucegi gebergte ligt in centraal Roemenië ten zuiden van Brasov en maakt onderdeel uit van de Zuidelijke Karpaten. Aan de oostkant is de steile helling van de Prahova vallei waarin de plaatsen Buşteni en Sinaia liggen. Hoger ligt het Bucegi plateau waar regen en wind de rotsen veranderd hebben in spectaculaire vormen zoals de sfinx en Babele. Vlak voor Busteni begint het flink te regenen. De regen zet door en in de stromende regen met een onheilspellend onweer recht boven ons, zien we niets van de beloofde rotsen op het plateau waar we met een kabelbaantje heen hadden gekund.

Via wegen die volgens onze kaarten niet bestaan rijden we naar het zoutmijnengebied van Slanic. In de omgeving zijn zoutmeren waar een geneeskrachtige werking aan toe wordt geschreven, zoutbergen met een merkwaardige zachtgroene kleur en de Salina Unirea (de Unirea zoutmijn). De zoutmijn bestaat uit 14 trapeziumvormige kamers met een opening van 32 m aan de basis en 10 m bovenaan. De kamers zijn 54 m hoog. Het totale oppervlak bedraagt 78.000 m2 en de uitgegraven ruimte heeft zo’n 2,9 miljoen m3 zout opgeleverd. De mijn is nu omgevormd tot toeristische attractie en dat zullen we weten ook. Voor de ingang staat een lange rij mensen, keurig gedisciplineerd te wachten om naar binnen te gaan. Je bereikt de mijn via twee liften die in 3 minuten 208 meter diep gaan. Na een uur in de rij (S. en M. zijn afgehaakt, wij willen de mijn graag zien) gaan we opgepropt in een van de kleine liftjes zo schokkend en schuddend naar beneden dat je je afvraagt of deze rit wel verstandig is. Het feit dat jullie deze mail nog ontvangen, toont aan dat de lift onze ritten nog gehaald heeft. De mijn is onvoorstelbaar groot en hoog en spaarzaam verlicht door lampen. De mijn is ingericht als gezellig familie-uitje voor de hele familie: er zijn springkussens en skelters voor de kinderen, een buffet om wat te eten, een bar, een sportveld, een kamer met biljarts en een soort kunsttentoonstelling. Het klimaat in de mijn is wel even wat anders dan buiten in het doorgaans hete Roemenië: er is natuurlijke ventilatie, het is er altijd 12° en de luchtvochtigheid bedraagt 50%. Voor de gammele lift terug staan we opnieuw 50 minuten in de rij tussen geduldig wachtende Roemenen.

Als laatste uitje voor vandaag staan de moddervulkanen bij Berca op het programma. Op een groot en kaal veld zie je allemaal kleine kraters. Uit de kraters ontsnappen ondergrondse gassen, die oplossen in waterlagen en als een soort modderlava naar buiten komen. De vulkaantjes zijn hooguit een meter hoog. In het midden blurbt en borrelt de modder met soms een grote blub waardoor de krater overstroomt. Er zijn ook kleine kratertjes waaruit steeds blubjes modder opspatten en kleine gaatjes die babybelletjes blazen. Je kan zien dat in de omgeving van ons modderveld ook moddervulkanen moeten zijn geweest.

Bureaucratisch hotel

Vanaf de moddervulkanen hebben we nog een lange rit te gaan naar Boekarest en we komen pas om half tien 's avonds bij het hotel aan. Daar wacht ons nog een lange aflevering van 'Computer says no' (voor diegenen die Little Britain wel eens zien). Het inchecken gaat goed totdat de receptioniste begint over betalen. Nee, betalen doen we niet, we hebben voor alle hotels een prepaid voucher, dus betaald hebben we al. Volgens het systeem van de receptioniste is er niet betaald en voucher of niet, ze checkt ons niet in als we niet betalen en wij betalen niet. Gelukkig staat op de voucher een noodnummer van de internationale agent. Dat bellen we en we leggen het probleem voor. De mevrouw van het noodnummer zit ergens ter wereld in een auto, maar gaat meteen aan de slag. Tien minuten later belt ze terug en vertelt de receptioniste dat er betaald is (of wordt) en dat ze ons binnen moet laten. Geen denken aan. De receptioniste heeft een strenge baas en zij mag alleen contante betalingen accepteren, prepaid voucher of agent doen er niet toe. De mevrouw van het noodnummer gaat nu bellen met de baas van het hotel. Die neemt 's avonds geen telefoon op. Het meisje achter de balie mailt zich suf met haar baas, maar baas reageert niet en wij mogen – orders van de baas – niet zelf bellen met de baas. Het noodnummer belt opnieuw en om de receptioniste in beweging te krijgen geeft ze het creditcardnummer, maar 'computer says no' en de baas geeft niet thuis. Het noodnummer belt nu weer naar ons en raadt ons aan om vanwege de starre houding van het hotel toch maar te betalen, dan 'krijgen wij het geld wel weer terug'. Nee dus, aan zulke vage beloftes doen we niet. Na een uur onderhandelen verkeren we om half elf 's avonds nog steeds zonder diner in een serieuze patstelling. We besluiten maar om de Nederlandse agent op zijn noodnummer te laten bellen. Die neemt meteen op, beslist dat het geen enkel nut heeft om op zondagavond zelf naar het noodnummer te bellen omdat er toch niets meer gebeurt en belooft ons terug te betalen als wij nu aan de balie betalen en de rekening aan hem doorsturen. Dat is een werkbare optie. We betalen onder protest de receptioniste, beloven de baas en zijn hotel zwart te maken (per slot kan de receptioniste er ook niets aan doen) en hebben om 11 uur eindelijk een kamer. Het diner hebben we noodgedwongen maar overgeslagen.

De volgende morgen start een verse receptioniste een nieuwe aflevering. We moeten voor vanavond opnieuw betalen, anders worden we om 12 uur uit de kamer gezet. Dat kan wel en niet. We hebben elektronische pasjes, dus die kan je heel gemakkelijk blokkeren, maar daarentegen staan onze koffers met twee stalen kabels aan elkaar en aan de verwarming vast. We leggen de verse receptioniste uit dat haar baas beter heel snel het probleem op kan lossen, want dat wij anders wel heel erg boos worden. We laten een kopie van de voucher en een heel boze brief voor de baas achter en gaan de stad in. De receptioniste wil dat we wachten tot de baas om negen uur komt, maar dat lijkt ons niet de meest zinvolle dagbesteding in Boekarest. We verwachten na al het gedoe geen enkele actie van de baas, maar als we 's avonds om zes uur uit de stad terugkomen, wacht een stralende receptioniste ons op. Het probleem is opgelost! We krijgen ons geld van de eerste nacht terug, excuses van de Roemeense agent en een fles wijn (en de kamer).

Boekarest

Boekarest is een grote, hete en drukke stad. De stad heeft veel grote en mooie gebouwen, maar er is ook veel verwoest. Onder het bewind van Nicolae Ceausescu werd het historische deel van de stad grotendeels verwoest. Oude kerken werden vervangen door de megalomane socialistische gebouwen van het Centru Civic, waarvan het Paleis van het Volk het bekendste is. Slechts enkele historische wijken werden behouden. De laatste 10 jaar zijn veel historische gebouwen weer hersteld en daar zitten werkelijk juweeltjes tussen, zoals het Het Roemeens Atheneum, een concertgebouw uit 1888 dat onderdak geeft aan het filharmonisch orkest en dat naar George Enescu is vernoemd en het Cantacuzino Paleis, in 1899 gebouwd door Grigore Cantacuzino, die als toenmalig minister president een uitermate elegante residentie liet ontwerpen. In het paleis zit tegenwoordig het George Enescu (beroemde Roemeense componist) museum.

Natuurlijk bekijken we ook het Parlementspaleis, voorheen Huis van het volk. Het is het grootste gebouw (350.000 m²) van Europa en op een of twee na het grootste gebouw ter wereld. Het gebouw is 270 bij 240 meter, 90 meter hoog en heeft 12 verdiepingen en 8 ondergrondse niveaus. Binnen bevinden zich 2000 zalen en kamers. Sinds 1994 zetelt het parlement in dit gebouw en wordt het deels verhuurd voor congressen. Het paleis is gebouwd op een heuvel in opdracht van de Ceausescu's, die een paleis wilden bouwen om bevriende staatshoofden te kunnen ontvangen. Voor de bouw van het paleis en de bijbehorende Boulevard van de Eenheid werden een complete woonwijk, een stadion, kunsthistorische kerken, kloosters en synagogen afgebroken. Het gebouw is geheel van Roemeens bouwmateriaal gemaakt. De complete productie van marmer in Roemenië was bestemd voor het paleis, wat tot gevolg had dat grafstenen van andere materialen gemaakt moesten worden. Als je in Boekarest bent, dan wil je dit megalomane bouwwerk natuurlijk zien. Het is niet mooi, begint ook hier en daar in verval te raken, maar eerlijk gezegd is het minder lelijk dan we verwacht hadden.

Na één dagje Boekarest hebben we allemaal genoeg Boekarest gezien en gaan we verder. We gaan nu een onlogische omweg maken omdat we de bekendste bergweg door de Karpaten willen rijden en iedereen adviseert om die van zuid naar noord te doen. We rijden dus vandaag de Transfagarasan Road van zuid naar noord en gaan aan het eind een klein stukje naar het westen om in Sibiu te overnachten. De dag daarna gaan we dan weer helemaal van Sibiu naar het oosten, naar Tulcea om vandaar de Donau Delta in te gaan.

Transfagarasan

De Transfagarasan road is een van de meest spectaculaire wegen ter wereld. De weg is 90 km lang en loopt door en over het Fagaras gebergte (trans + Fagaras) in Roemenië. Dit gebergte is een deel van de Transsylvanische alpen. De weg verbindt Transsylvanië met Muntenië. De weg start in Bascov, bij Piteçti en volgt de vallei van de Arges rivier om dan naar het hoogste punt bij Balea op 2134 meter te klimmen. Daarna daalt hij in het noorden via spectaculaire haarspeldbochten die je al van bovenaf kan zien liggen, af naar Cartisoara in de Oltvallei. De weg is meestal gesloten tussen oktober en juni door de hevige sneeuwval, maar gelukkig voor ons dit jaar op 26 juni wel open.

De Transfagarasan werd gebouwd tussen 1970 en 1974 door het leger. Nadat de Sovjets in 1968 Tsjecho-Slowakije binnenvielen wilde Nicolae Ceausescu een strategische verbindingsweg door de bergen om hetzelfde scenario te verhinderen in Roemenië. De soldaten gebruikten 6000 ton dynamiet om een pad op de noordelijke bergflank vrij te maken voor de weg (dit is de meest spectaculaire zijde). Veertig soldaten kwamen om bij de bouw.

Onderweg stoppen we diverse keren, niet alleen voor de mooie uitzichten, maar ook voor andere bezienswaardigheden zoals de prachtige orthodoxe kathedraal in Curtea de Arges. In heel Roemenië zien we schoolklassen tegelijk de kerken en kathedralen bezoeken. De kinderen zijn erg geïnteresseerd en luisteren aandachtig naar de toelichting van de non of de pater, maken daar waar toegestaan foto's met hun mobieltjes en geven hun zakgeld uit aan religieuze souvenirs, kaarsen of het onderhoud van de kerk. Je ziet geen kind klieren of zich vervelen. We zien in Curtea de Arges ook hoe smeekbeden aan de allerhoogste (of een van zijn heilige helpers) verwerkt worden. De gelovigen staan met een briefje en eventueel kaarsen in hun hand in de rij voor de orthodoxe priester. De priester neemt het briefje in ontvangst, vouwt het open, pakt het geld eruit en stopt dat in een speciaal daarvoor bestemd laatje. Vervolgens zet hij met olie een kruisje op het hoofd van de goedgelovige geldgever. Later leest de priester het briefje en we nemen aan dat hij het geschreven verzoek doorgeeft aan de geadresseerde boven. Die gaan trouwens ook met hun tijd mee, want de priester wordt regelmatig op zijn mobieltje gebeld. We weten natuurlijk niet zeker wie er dan belt, maar dat de lijnen hier kort zijn, lijkt ons duidelijk.

Sibiu

Via de ruïne van het Poenari kasteel, waar de wrede Vlad Tepes echt gewoond heeft, een groot stuwmeer en het Balea gletsjermeer komen we uiteindelijk in Sibiu. Sibiu is een oude middeleeuwse stad in het zuiden van Transsylvanië, aan de voet van de Transsylvanische Alpen. Sibiu, het voormalige Duitse Hermannstadt, was in 2007 culturele hoofdstad van Europa.

Een van de leukste dingen van Sibiu zijn de zogenaamde ogen van Sibiu. Het zijn overal aanwezige, kleine dakkapelletjes, die je als een paar ogen overal lijken te volgen. De stad kan zijn Saksische oorsprong moeilijk loochenen en het lijkt alsof je een sprookje van de gebroeders Grimm binnenwandelt. De pleinen in het centrum met hun prachtige panden en gezellige sfeer zijn meer dan de moeite waard. Na een verwoesting door de Turken in 1241 werd de stad door de Tataren zwaar ommuurd. Delen van die muur met de gildetorens zijn bewaard gebleven zoals de pottenbakkerstoren uit de 16e eeuw die via een muur verbonden is met de volgende toren. In Sibiu hebben we te weinig tijd, we hadden daar wel een dag zoet kunnen brengen. Dat lukt niet, want na één nachtje Sibiu wacht ons een lange rit van Sibiu naar Tulcea.

Donaudelta

De rit naar de Donau delta is een van de langste rijdagen die we hebben, maar toch lukt het om onderweg nog te stoppen bij het fort van Fagaras en de prachtige fortkerk van Premjer. De Premjer kerk is door de Teutoonse ridders tussen 1212 en 1213 gebouwd. De sterke muren zijn 12 meter hoog en 3-5 meter dik. In zijn 500 jarige historie is de kerk 50 maal bestormd, maar slechts een keer veroverd. De fortkerk was voorzien van bastions, ophaalbruggen en een geheime ondergrondse doorgang voor het aanleveren van voedsel en water, maar het beroemdste verdedigingswapen was de ‘doodmachine’, samengesteld uit verschillende wapens die tegelijkertijd konden schieten en zo zware verliezen onder de vijand veroorzaakte. Een 33 m lange overkapte galerij, versterkt met twee rijen poorten vormde de toegang. Elke familie in het dorp had bij een aanval zijn eigen schuilkamer. In de muur waren 272 kamers verdeeld over vier etages en verbonden met houten trappen. Het leuke is dat je tijdens het bezoek ook de trappetjes naar die kamers op mag en kan dwalen door de muur met schietgaten van waaruit het fort verdedigd werd.

In Tulcea vervoegen we ons bij pensiunea Delta Dunarii, waar we onze gids Sorin laten bellen. Ons uitstapje in de Donau Delta hebben we met een zekere Mihai geregeld via internet. De eerste dag slapen we in Tulcea, vervolgens gaan we drie dagen varen in de Donau delta waarbij we 's nachts overnachten in een dorpje in de delta, luisterend naar de naam Mila 23. Mihai heef ons gemaild dat Sorin onze gids is en dat die meteen naar ons toekomt als wij in Tulcea zijn aangekomen. Dat doet Sorin ook en hij legt uit dat Mihai met een grote groep in de delta zit en dat we Mihai morgen in Mila 23 zullen ontmoeten. Onder een biertje spreken we de plannen voor de komende drie dagen door en Sorin lijkt ons meteen al een goede en daadkrachtige gids. Prettige bijkomstigheid: Mihai had geschreven dat er op de boord plek was voor 10-12 passagiers, maar wij hebben het bootje samen met de kapitein en Sorin voor ons zelf.

De Donaudelta is met een oppervlakte van 3446 km² de tweede grootste rivierdelta van Europa en als natuurgebied onderdeel van de UNESCO-Werelderfgoedlijst. De delta bevindt zich grotendeels in Roemenië. Een veel kleiner deel ligt in Oekraïne. De staat bezit 90% van het gebied. De resterende 10% is privé eigendom. Het gebied wordt door een publieke organisatie die wordt gecoördineerd door het Ministerie van Milieu Bescherming, beheerd. De laatste communistische regering had plannen om het gehele gebied in te polderen maar gelukkig zijn deze plannen niet uitgevoerd. Tegenwoordig is het de bedoeling om het gebied te beheren en het bijzondere karakter van het natuurreservaat te behouden. Traditionele visserij met houten kajaks, het fokken van vee, de wijnbouw en het houden van bijen vormen tegenwoordig een belangrijke bron van inkomsten voor de lokale bevolking. Een belangrijke bevolkingsgroep in de Donaudelta zijn de Lipovanen, nakomelingen van oudgelovigen die Rusland in 1772 verlieten om godsdienstvervolgingen te voorkomen.

Donaudelta.

Donaudelta.

De delta bestaat uit een gebied met veel riet, moerassen en bossen, die tijdens de lente en de herfst overstromen. Elk jaar wordt de delta 40 meter breder, als gevolg van het door de rivier afgezette sediment dat door de Donau langs de rivier wordt gedeponeerd. Dit maakt de delta uiterst dynamisch. Dichtbij Tulcea vertakt de Donau zich in drie riviertakken alvorens de rivier in de zee uitmondt. De Donaudelta is een bijzonder rijk natuurgebied met moerasvegetatie, drijvende of vaste eilanden, zeeën van waterlelies en hogere gedeelten met wilg, populier, els en eik. Qua vogelrijkdom is het gebied uniek: er komen meer dan 320 soorten voor. Elk jaar komen miljoenen vogels van over de hele wereld hier naartoe om hun eieren te leggen. 60% van de wereldpopulatie witte pelikanen broedt in de delta. Daarnaast is het een belangrijke doorgangsplaats van trekvogels en vogels die er overwinteren. Het aantal vogels kan in de winter oplopen tot meer dan 2 miljoen.

Bescheidenheid gebiedt ons om toe te geven dat wij maar een klein deel zien van die 320 soorten, bovendien zijn we te laat voor het broedseizoen en te vroeg voor de trek, maar wat is de delta mooi en wat zien en horen we veel. Alle soorten reigers die je kan bedenken komen we tegen en verder de zwarte ibis, de lepelaar, de prachtig blauwe scharrelaar, ijsvogels, wielewalen en als hoogtepunt van de roofvogels: de zeearend, de grootste roofvogel van de delta. Absolute topper zijn echter de pelikanen die we zowel van dichtbij als hoog in de lucht vele malen zien. Nooit geweten dat die 12 kilo zware, log uitziende vogels zo hoog en zo sierlijk op de thermiek konden vliegen. We zien groepen van tussen de 150 en 200 pelikanen heel hoog cirkelen in de lucht. Adembenemend mooi. We zien ze ook in groepen op vis jagen en na het opjagen de vis met z'n allen lekker opsmikkelen.

We zien nog veel meer: een otter (althans de andere drie, ik sta helaas net aan de verkeerde kant), waterslangetjes, kikkers, schildpadden en nog veel meer vogels die ik niet genoemd heb. Ook landschappelijk is de delta zo mooi en zo rustig. Het zijn echte genietdagen; rustig varend in het bootje met een uitstekende verzorging van de inwendige mens door Sorin, temidden van een prachtig landschap en altijd iets boeiends om naar te kijken.

Morgen gaan we Roemenië verlaten en hopen we Oekraïne binnen te rijden. Onze eerste stop daar is Odessa. In de volgende mail dus geen liefs uit Moskou, maar liefs uit Odessa en de Krim.