Australië 2025 > rondzendbrief 5
Rondzendbrief 5 Australië 2025

[Verzonden op 24 oktober 2025 vanuit Melbourne]

Melbourne

Inmiddels zitten we aan de zuidkust van Australië en zijn we bezig met de Great Ocean Walk, dus al een stukje verder dan waar de vorige brief stopte. Die eindigde met de nachttrein die ons in 11 uur van Sydney naar Melbourne heeft gebracht en ons om half acht ‘s morgens in Melbourne dropt. We sjouwen vanaf het station met teveel bagage de paar honderd meter naar het hotel. We kunnen nog niet inchecken, maar wel de bagage achterlaten. Vanaf Melbourne gaan we tien dagen de Great Ocean Walk doen, waarna we weer terugkeren naar hetzelfde hotel. Omdat we tijdens de wandeling niet alles nodig hebben, laten we net als in Brisbane, overtollige bagage achter. Het bagagehokje is heel krap, dus voor de zekerheid vragen we of we bagage achter mogen laten tot we terugkomen. Nee, we mogen het stallen tot vijf uur vanavond. De receptionist verwijst ons naar de bagagekluizen op het station. Die kan je maar voor drie dagen huren, hebben we niets aan. Maar, ze verwijzen ons naar een adres dat bemiddelt bij sleuteloverdracht voor AirBNB’s en bagage opslaat. Daar kunnen we – uiteraard tegen een ruime vergoeding – bagage achterlaten. Na lang gepuzzel en overpakken, lukt het om een goed verplaatsbare set bagage voor de Great Ocean Walk samen te stellen.

De rest van de dag hebben we tijd voor sightseeing in Melbourne. Reizen door het centrum van Melbourne is makkelijk. In het centrum mag je gratis met de trams mee. Dat we uit een rechts rijdend land komen, ervaren we weer als we voor de tram in de goede richting zonder nadenken naar de verkeerde kant tramhalte lopen.

Melbourne, in 1835 gesticht door een groep kolonisten uit Tasmanië, is de hoofdstad van de Australische deelstaat Victoria. Sinds 2021 is het de grootste stad van Australië, iets groter dan Sydney. De stad is genoemd naar de Engelse staatsman Lord Melbourne. Aanvankelijk was het een rustig havenstadje maar dat veranderde bij het uitbreken van de goldrush in 1851. De goudzoekers arriveerden per schip in Melbourne, waar zij hun plan maakten en hun uitrusting aanschaften. Na hun actieve goudzoekperiode bleven veel avonturiers hangen in Melbourne. Veel van de originele, voorname 19e-eeuwse gebouwen bestaan nog. Zo is er de Queen Victoria Market die bestaat uit veel verschillende hallen. De vleeshal is het oudste nog intacte gebouw met smeedijzeren staanders en een hoog puntdak boven veel galerijen waar ze nu naast vlees, veelal dure delicatessen verkopen.

Meest indrukwekkend is toch wel de immense bibliotheek uit 1854 met 5 miljoen stukken, niet alleen boeken, maar ook manuscripten, kaarten en schilderijen. De ‘dome’ is het allerberoemdst. Deze gigantische ronde zaal met een koepeldak is in feite een leeszaal met langs de wanden drie etages met boekenkasten. In de centrale hal staan in stervorm acht lange houten tafels met grote stoelen. Op de tafel zijn werkplekken ingedeeld met kleppen die schuin omhoog kunnen, zodat je je boek makkelijk kunt lezen. De tafels en stoelen zijn van donker hout. Ook tussen de stertafel staan nog tafels met zes zitplaatsen. Er heerst een serene rust in een donkerhouten, Victoriaanse sfeer. De boeken van de plank over Captain Cook, de Endeavour – zijn expeditieschip – en Joseph Banks zouden we zo mee willen nemen.

State Library Melbourne, Australië

State Library Melbourne

We komen Cook aan het eind van de dag opnieuw tegen in de Fitzroy Gardens waar Cook’s cottage staat, een huisje uit 1755 waar de ouders van James later gewoond hebben. De Australiërs vertellen je graag dat dit het oudste huisje in heel Australië is, maar daarbij smokkelen ze wel een beetje. Het is waar dat zijn ouders er gewoond hebben, maar anders dan hun ondernemende zoon, zijn zij altijd in Engeland gebleven. Het huisje is in 253 dozen hierheen gebracht en in 1934 geheel in stijl gereconstrueerd. Beroemde zoon James heeft er nooit gewoond.

Naar Apollo Bay

Vanuit Melbourne reizen we weer verder, nu met goed verplaatsbare bagage. Riks dagrugzakje hebben we uitgepakt in de koffer en laten we met spullen die we niet nodig hebben achter. Nu reizen we met één rolkoffer, één grote rugzak en één dagrugzak. Dat is te hanteren met twee personen en drie armen. We reizen eerst per trein naar Geelong en pakken daar de bus naar Apollo Bay waar de Great Ocean Walk start. De busrit is ongelofelijk mooi. Na pakweg een uur komen we uit bij de kust en hebben we al zicht op de prachtige klifkust met woeste golven. Onderweg hebben we al steeds regen en als we aankomen is het niet veel beter. Zuchtten we verleden week nog onder 28-30 graden, nu is het 13-15 graden met een stevige stormwind en regenbuien.

We treffen het dat ons hotel in Apollo Bay op een steenworp afstand van de bushalte is. We rekenen erop dat we nog een uurtje moeten wachten tot we om twee uur op de kamer mogen. Maar nee, we kunnen niet eens naar binnen. De deur van de receptie zit op slot, er is niemand en de deur gaat pas over een uur open. Daar staan we dan in de gure wind met alle spullen. Gelukkig is naast de bushalte een informatiecentrum waar ze ons vriendelijk en warm binnen ontvangen en ons wandeladvies geven. Om even na twee uur komt de eigenaar en kunnen we ons mooie appartement in. Op advies van de VVV dame gaan we richting de kust. Het is vandaag extreem hoog tij en met de harde wind zorgt dat voor spectaculaire golven. Onderweg komen we veel nieuwe bloemen tegen en zien we heel wat vogels. De vogels weten dat ik uit gemakzucht vandaag de kijker thuis heb gelaten.

Moeilijke start Great Ocean Walk

In Apollo Bay beginnen we na de wandeling op Fraser Island aan onze tweede wandeltocht. In de late jaren 80 van de vorige eeuw, ontstond in Victoria het idee van een lange afstandspad langs de zuidkust van Apollo Bay naar Port Campbell. De regering van Victoria zorgde voor het geld en na zware onderhandelingen met eigenaren van privé terreinen, kon de constructie beginnen. De aanleg duurde lang. Soms kon materiaal aangevoerd worden met 4WD wagens, maar soms alleen te voet of per helikopter. Het werd een duur pad. Begin 2006 werd het pad officieel geopend, alhoewel er nog wel het nodige gedaan moest worden. Ze dachten dat in drie jaar te klaren, maar de praktijk is weerbarstiger en niet alleen waren ze nog tien jaar bezig, ook nu is er nog volop onderhoud nodig. Wij kunnen daar na de eerste dag flink wat verbeterpunten aan toevoegen!

Onze eerste wandeldag is eigenlijk al de tweede dag. Gisteren arriveerden we te laat en konden we pas nog veel later de bagage kwijt, dus het eerste dagtraject hebben we vervangen door een korte wandeling. Vandaag hebben we een traject van ruim 15 km voor de boeg. Met de taxi worden we naar het beginpunt, Shelly Beach gebracht en aan het eind worden we bij het eindpunt Blanket Bay, weer opgepikt. Omdat we niet snel lopen en ook graag tijd hebben voor vogels en bloemetjes stellen we de ophaaltijd bij naar 4 uur ‘s middags. Het wordt een dag die ons lang zal heugen.

Al voordat we beginnen te wandelen spot Rik de eerste koala. Hij loopt van de weg de struiken in en klimt snel – koala’s kunnen opmerkelijk snel klimmen – de boom in. Als we net op pad zijn horen we een hard geluid dat het midden houdt tussen het grommen van een beer of een leeuw en het extreem luid knorren van een varken. Dan bevries ik. Dit geluid ken ik van opnames en ik vertel erover in de dierentuin. Dit is een mannetjes koala die aan het vrouwvolk luid en duidelijk communiceert dat hij groot en sterk is en de ideale partner voor vrouwtjes die in de stemming zijn. Zo fantastisch om dat nu zomaar in het echt te horen. Het mooie is ook dat de dader hiermee zijn plek verraadt, zodat we hem goed kunnen spotten. Een mooi begin!

Koala op de weg tijdens de Great Ocean Walk, Australië

Koala op de weg tijdens de Great Ocean Walk

Vandaag voert de wandeling grotendeels door bos. Heel ander bos dan op Fraser Island met verschillende eucalyptussoorten. De allergrootste, in het Engels Mountain Ash (Eucalyptus regnans) geheten, kunnen we herkennen aan de ruwe vezelige bast beneden en de lichte, gladde bast hoger. De slierten hangen als lappen langs de stam en liggen ook veelvuldig op het pad. Het zijn enorm hoge en rechte bomen met een open en relatief kleine kroon. Vroeger werden ze vanwege hun rechte stammen veel gekapt. Naast alle eucalyptusbomen staan er fraai geel bloeiende Acaciastruikjes en verschillende andere struiken en planten met gele, witte of roze bloemetjes.

Het bos is mooi, het weer is aanvankelijk een stuk beter dan gisteren, het pad is slecht. We hadden al gehoord dat het modderig kon zijn, maar dit is niet modderig, dit is een modderpoel. Op sommige stukken zakken we enkeldiep weg in de zachte modder. Goede wandelschoenen en beenhoezen – extra voorzorg tegen slangen – helpen, maar tegen uren door de modder soppen is niets bestand. Op twee korte, hevige buien na wandelen we van boven droog en van onderen door natte modder. Hadden we ‘s morgens al een rivieroversteek hindernis via stenen gehad, het laatste stuk moeten we afdalen naar het strand. Het is een steil pad over stenen en met bochten. Sinds Riks bekkenbreuk heeft Rik het niet op dit soort paadjes, een onbruikbare arm helpt dan niet echt om van zo’n pad te genieten. Maar goed, voetje voor voetje komen we beneden aan op het strand en na 400 meter strand zit de wandeling er op. Dachten we.

In de beschrijving staat dat je bij hoog water mogelijk niet op het verre punt van het strand af kan, maar een trap eerder moet nemen. We zijn er een half uur voor hoog water en kunnen beide trappen zien, beide onbereikbaar. Met nog maar 200 meter te gaan is tussen waar we staan en de trap een onneembare rivier die kolkend de zee in stroomt. Geholpen door de vele regen van de laatste dagen en het hoge water staat het water veel te hoog en stroomt het veel te hard om door te steken, zeker als je de plek niet goed genoeg kent. Kopje onder bij een woeste zee is niet ons idee van een leuke tijdsbesteding. Goede raad is duur, want over een uurtje verwacht de taxi ons aan de overkant. We klimmen het paadje naar het strand weer omhoog – omhoog is veel beter dan omlaag – waar we een zijpad gezien hebben. Daar hebben we geen informatie over. Op de kaart lijkt het dood te lopen en bovendien kruist het dezelfde rivier. We lopen het pad een eindje op, maar worden niets wijzer, terwijl de klok doortikt.

We proberen de taxi te bellen om te waarschuwen dat we vastgelopen zijn en om raad te vragen. De telefoon heeft geen bereik. We bestuderen de kaart nog eens grondig. Als we een stuk teruglopen, komen we bij een track en dat track komt na drie km uit op een weg. Dat lijkt een optie, alhoewel we ook dan dezelfde rivier over moeten. We proberen opnieuw de telefoon. Bellen lukt niet, maar een tekstbericht sturen wel. Inmiddels heeft het weer zijn verkeerde pet opgezet, het regent behoorlijk. Uiteindelijk hebben we contact met de taxi. Waar we nu staan, kunnen ze ons onmogelijk oppikken, maar waar de track op de weg uitkomt wel.

In de inmiddels stromende regen keren we terug op ons schreden en na twee km bereiken we het track dat alleen door bosopzichters en de brandweer gebruikt wordt. We hopen dat die niet door maar via een brug de rivier kruist. We soppen door de modder in de stromende regen over het pad en tot onze opluchting is er een brug. Het pad lijkt weinig gebruikt te worden, er groeien struikjes midden op het pad en er liggen boompjes en afgebroken takken. We durven zelfs te beweren dat het pad onbruikbaar is. Na zo’n drie kwartier stuiten we op een dikke boom die dwars over het pad ligt, te hoog om overheen te klimmen, te laag om onderdoor te lopen. Aangezien we toch vannacht niet hier kunnen slapen, zit er niets ander op dan onder de boom door te kruipen, een ruimte van 40 cm. Ooit weleens geprobeerd om in de stromende regen op een modderig pad met een arm in een mitella onder een vieze boom door te kruipen? Nee? Heel verstandig. De jasjes zien er na de kruippartij niet meer uit en wij eigenlijk ook niet.

De boom blijkt de laatste hindernis te zijn en na heel spannende uren bereiken we de weg. Daar staat een bordje dat het pad alleen door voertuigen van boswachters en de brandweer gebruikt mag worden. Hoezo een weg voor de brandweer en boswachter? Kunnen Australische brandweerauto’s dan 1,5 meter hoog springen? De boom is echt niet vorige week gevallen. De telefoon heeft nu wel bereik en de taxi is er met een minuut of vijf. Druipend, van onder tot boven modderig en moe stappen we in de schone taxi om naar onze accommodatie Bimbi Park gebracht te worden. Het taxibedrijf is opgelucht dat ze ons eindelijk ongedeerd terugvinden.

Bimbi Park

In Bimbi Park zijn we nog net op tijd voordat het eten gebracht wordt. We hebben een huisje en het eten wordt aan de deur bezorgd. We hijsen ons snel in droge kleren, zetten de kachel aan om warm te worden (en de kleren te drogen) en komen bij van ons avontuur tijdens een voortreffelijke maaltijd.

Bij aankomst hadden we opnieuw een mannetjes koala gehoord, maar door alle vieze nattigheid te weinig aandacht voor hem. Tijdens het eten ziet Rik vanuit het raam de koala door de boom klimmen. Niet al te hoog en prachtig in zicht. Nog geen twee minuten later zien we nog een tweede koala in dezelfde boom. Als ik met de kijker kijk, zie ik een verdacht donkere bol waar normaal alleen een buik zit. We hebben niet alleen een klimgrage en op seks beluste man, maar ook een vrouwtje met een doddig jonkie dat later op haar rug klimt. Met het jong op haar rug klimt het vrouwtje na een tijdje verder de boom in. Kijk, dat maakt de dag dan toch weer goed.

Bimbi Park, een soort camping met kampeerplekken, huisjes en kleine cabins zonder voorzieningen behalve een bed, is gevestigd op een enorm terrein. Lang niet alle delen van het terrein zijn in ge-bruik, er zijn ook grote stukken met natuurlijk bos. Wij hebben een luxe, grote cabin aan de rand van het terrein en kijken uit op wat eucalyptusbomen met daarachter een oplopend heuveltje met struikjes en lage begroeiing. Tussen de eucalyptusbomen groeit gras waar prachtige rosella’s en kaketoes eten zoeken. We zitten hier volledig verzorgd, maar een restaurant is er niet. Ontbijt en lunchpakket kunnen we zelf samenstellen vanuit de ruime keuze aan etenswaar in de koelkast en op het aanrecht. Het avondeten wordt aan de deur bezorgd. Je zit hier midden in de natuur en het is een uiterst rustige en fijne plek met koala’s voor de deur.

Wandeldag naar Cape Otway

Wijs geworden door de ervaringen van de eerste wandeldag, bekijken we ‘s avonds uitvoerig de kaart en de beschrijving van de tweede wandeldag. Op de kaart die we vanwege de wandelapp en de duidelijke beschrijving in het wandelboekje niet gebruikt hadden, staat nog veel extra informatie. Zo staan er bij het punt op het strand waar we vanwege de hoge rivier terug moesten op drie plaatsen waarschuwingen dat het bij hoog water en oceaangolven, niet verantwoord is om de strandroute te nemen. Vonden wij dus ook. Bij de route voor de tweede dag staat na een km of vier-vijf dat je een inlet over moet. Daar moet je wachten op laag water en dan beoordelen of het veilig is om over te steken. Een route binnendoor bestaat op dat stuk niet. Iets verderop is weer een stuk dat je bij inkomend tij, woeste golven of een hoge rivierstand niet kan doen. Hoe het daar met de route binnendoor zit, weten we niet. Zelfs in het wandelboekje staat dat het kan gebeuren dat je door de rivier moet waden voor de oversteek. NO WAY! Na gisteren gaan we dat niet uitproberen. Hoe moeilijk kan de aanleg van een paar simpele bruggetjes zijn? Op de kaart loopt ook een gele gravelweg, die ongeveer drie km na alle moeilijke delen weer op het wandelpad uitkomt. Dat wordt onze route.

We hebben een heerlijke wandeling en de gravelweg voor onszelf. We zien talloze nieuwe bloemen, de prachtige fairywrens (in het Nederlands elfjes, het zijn vogeltjes) en andere vogels van heel dichtbij en geregeld een koala of een wallaby. Het weer gedraagt zich ook. Het is heerlijk wandelweer, droog en niet te warm of te koud. Vanaf de gravelweg lopen we via een verbindingstrack naar de officiële wandeling. Wat een verschil met gisteren. Liepen we gisteren uren te soppen door de blubber, nu lopen we over een vlonderpad terwijl er geen vlonderpad nodig is. Het paadje blijft prima met prachtige uitzichten over de Stille Oceaan.

Moeraswallaby tijdens de Great Ocean Walk, Australië

Moeraswallaby tijdens de Great Ocean Walk

Maar het hoogtepunt van de dag verschijnt voor ons op het pad: een heuse mierenegel. Die stond het allerhoogste op mijn verlanglijstje. Bij onze vorige Australië reis hebben we die gemist en tot nu toe hadden we hem nog niet gezien. Nu zit er zomaar opeens een geweldige mierenegel in de berm. Hij zit 10 meter bij ons vandaan en we blijven roerloos staan. Mierenegels zijn groter dan we dachten, veel groter dan een egel, maar ook veel kleiner dan een stekelvarken, eigenlijk formaat fors konijn. Mierenegel is met zijn lange, dunne, ronde snuit druk bezig om eten in de grond te zoeken. Zijn voorpoten met scherpe nagels helpen daarbij. Hij scharrelt een beetje naar links en een beetje naar rechts en steeds meer onze kant op. Aanvankelijk is hij zo druk met eten, dat hij nauwelijks zijn kop laat zien, maar dan gaat hij richting pad en kijkt vaker op. Hij komt dichter en dichter bij, terwijl wij ademloos toekijken zonder een vin te verroeren. Hij zit op hooguit 30 cm afstand, maar gaat door met eten zoeken en blijft onze richting opkomen en zonder ook maar enige aandacht aan ons te besteden, passeert hij ons en waggelt verder. We kunnen zijn stekels tellen. Van achteren heeft hij op zijn stevige poten met nagels, zijn buik maar een stukje boven de grond en zijn gang zonder enige haast heeft wel iets weg van een schildpad, behalve dan natuurlijk die stekels. Nu hebben we zomaar het tweede unieke eierleggende zoogdier ter wereld gezien.

Mierenegel langs de Great Ocean Walk, Australië

Mierenegel langs de Great Ocean Walk

Onze tocht eindigt vandaag bij de vuurtoren op Cape Otway, een vuurtoren uit 1848. De vuurtoren en heel veel bijgebouwen kan je bezoeken en de meeste gebouwen zijn nu ingericht als museum met informatie over dinosaurusresten die hier gevonden zijn, het telegrafie station, de radar en de barakken voor alle mensen die nodig waren om alles te bedienen. Normaal kan je de vuurtoren beklimmen, maar helaas is die in onderhoud en nu gesloten. Om vier uur pikt Sophie van Bimbi Park ons weer op om ons thuis te brengen.

Koala's op Bimbi Park

Vanaf de receptie lopen we naar ons huisje, tot nu toe zijn we alleen nog met de auto heen en weer gereden. Het huisje vinden op het grote terrein valt niet mee en we zwerven wat over het terrein. Dan horen we een hoog geluid, een soort schrille kreet. Dat moet haast wel een vrouwtjes koala zijn. Haar geluid word onmiddellijk beantwoord door het gebrul/geknor van een mannetje dat van laag bij de grond komt. We zoeken en zien al snel de koalaman omhoog de boom in klimmen. Van opzij komt een andere koala aan. Ze waren naar elkaar op zoek en zonder al teveel poespas of enige vorm van voorspel wordt er gepaard. Het duurt niet heel lang en dan begint het vrouwtje te krijsen, worstelt zich onder het mannetje uit, grauwt flink tegen hem en gaat er vandoor. Hij zet nog even de achtervolging in, krijgt opnieuw een grauw en besluit dan dat het mooi is geweest en geeft op. Als iemand van tevoren had gezegd dat we dit zouden zien, hadden we hem voor gek verklaard. Een koala zien is leuk, een koala actief zien is nog leuker, maar parende koala’s op dezelfde dag als een mierenegel klinkt als overdrijving.

Parende koala's bij Bimbi Park, Australië

Parende koala's bij Bimbi Park

Na twee dagen lopen hebben we een rustdag in Bimbi Park ingelast. Het is een fijne plek met een overdaad aan vogels en koala’s. We zien zo veel koala’s dat we de tel kwijt raken, horen geregeld een brullend mannetje en zien verschillende vrouwtjes met pluchen jongen. De rosella’s hebben een nest in de boom naast ons huis en verschillende vogels zijn zo vriendelijk om met Riks arm rekening te houden en zitten vlakbij voor een foto. We maken ‘s morgens een wandelingetje in de buurt en hebben daarnaast tijd om wat schrijfwerk te doen, te lezen en ons in te lezen op de komende wandeldagen. We weten nu dat we vooraf heel goed moeten lezen wat ons te wachten staat. Deze dag voelt als een luie vakantiedag, best lekker.

Koala met jong bij Bimbi Park, Australië

Koala met jong bij Bimbi Park

Wandeldag naar Castle Cove

Na een dagje ‘vrij’ doen we vandaag weer een traject van de Great Ocean Walk. Het is jammer om bij Bimbi Park weg te gaan. Waar kan je tijdens het ontbijt genieten van een koala met jong, een kookaburra en een rosella in een en dezelfde boom min of meer in de voortuin van je huisje?

We hebben de kaart grondig bestudeerd om te voorkomen dat we vastlopen op hoge waterstanden, strandpassages over glibberige stenen bij hoog tij en wat er aan gevaarlijke dingen nog meer bestaat en waar de kaart voor waarschuwt. Geloof ons, hier is het altijd hoog water of extreem hoog water, er zijn altijd hoge golven en de rivieren staan onverminderd hoog. Normaal zijn we al geen liefhebber van het doorwaden van waterpartijen, nu is Riks schouder het doorslaggevend excuus om er verre van te blijven. Vandaag lijkt de tocht helemaal te doen. We moeten een brede rivier over en ze zijn zo snugger geweest om daar een brug over te bouwen.

De wandeling van 16 km is prachtig en voert soms langs de kust dan weer meer door het binnenland. De uitzichten over de steile rotskust met de hoge, witte schuimgolven uit zee zijn schitterend. Golven komen met zoveel kracht aan dat ze meters hoog tegen de rotsen op stuk spatten. Hier en daar liggen verlaten stukjes strand, soms zijn er alleen rotsen met slierten zeewier. In tegenstelling tot de eerste dag is het pad prima, een zandig pad dat door een zeer gevarieerde duinbegroeiing voert die uitbundig bloeit en voorjaar viert. De meeste vogeltjes zijn te snel, maar soms lukt het om er een met de kijker of de camera te vangen.

Kust en zee tijdens Great Ocean Walk, Australië

Tijdens de Great Ocean Walk

We krijgen de wandeling niet helemaal cadeau, we blijven op en neer klimmen heuvel op, berg af en als we de Aire Rivier naderen, komt er geen eind aan de afdaling. Bij de brug over de Aire Rivier zijn twee kampeerterreinen en dit is de enige plek in de hele wandeling die met een auto te bereiken is. Bij de picknickplek strijken we neer voor een boterhammetje. De prachtig blauwe superb fairywrens (ornaatelfje in het Nederlands) zijn hier zo tam, dat ze als blauwe, kleine roodborstjes naast je schoenen landen om kruimeltjes gevallen brood op te pikken. Daar hebben we met de vogeltour nou zo’n moeite voor gedaan.

Na de lunch zetten de hellingen nog een streepje bij, in de beschrijving stond al dat het ‘meer op en neer’ was en dat klopt. Maar onze inspanningen worden beloond. Voor de tweede keer zien we de geweldige mierenegel langs het pad. Deze laat zich ook goed zien, maar heeft minder geduld dan zijn collega van een paar dagen geleden. Hij schuifelt even in de berm, steekt het pad over, grut nog wat lekkere insectjes op in de andere berm en verdwijnt dat in de dichte begroeiing. We boffen echt dat we deze bijzondere vriend zomaar een tweede keer zien. Vanaf ons eindpunt, Castle Cove Lookout, lopen we een klein stukje langs de drukke Great Ocean Road en dan zijn we thuis. We hebben weer een mooi onderkomen met een zit-, slaap- en badkamer en een koelkast vol eten.

Wandelen met storm

Vanuit Chi Farm, ons comfortabele onderkomen, brengt de taxi ons naar het beginpunt van de nieuwe wandeldag. Daarbij smokkelen we een aantal kilometers. We hadden verder moeten lopen waar we gisteren geëindigd zijn. Het eerste stuk zou dat geen probleem zijn, maar dan volgt de route een flink stuk het strand. Op de kaart staan langs de route ‘beslispunten’ en bij die ‘beslispunten’ staan vaak waarschuwingen. Deze luidt: ‘De komende 2 km is er geen route door het binnenland. Johanna Beach wordt soms overstroomd bij hoog tij en door oceaangolven. Wandelaars moeten door de Johanna rivier waden die na zware regenval 20 meter breed kan zijn. Kies voor het oversteken ondiep en rustig water en een solide ondergrond. Wacht tot het water zich terugtrekt en besluit dan of het veilig is om verder te gaan’. Wij besluiten dat het het veiligst is om dit traject te schrappen. Wandelen is leuk, maar op zulke avonturen zitten we niet te wachten. Gelukkig is het met de taxi snel te regelen. Ze zijn het er roerend mee eens dat twee bejaarden, van wie een met beperkte mobiliteit, niet dat soort strapatsen moeten uithalen.

Het weerbericht voor vandaag was erg gunstig: geen regen en 24 graden. Wat ze er niet bij gezegd hadden, was dat het enorm stormde. Vanuit land waait een bulderende wind. Het terrein waar we vandaag door lopen is volstrekt anders dan de eerdere dagen. We lopen nu – vanaf het afzetpunt aan de goede kant van Johanna Beach – meer door het binnenland en zien golvende groene heuvels die als boerenland gebruikt worden. De duinbegroeiing van gisteren zijn we kwijt. Na een flinke tijd met alleen maar klimmen, komen we op een gravelweg uit.

Daar aangekomen willen we even pauzeren als een windvlaag Riks zonnehoed een flink eind de helling afblaast. Dat kan eigenlijk niet, want de zonnepetjes zitten altijd met een klipje vast aan de kleding, maar kennelijk is het klipje los geschoten. In een impuls ren ik er achteraan, mijn rugzakje niet goed op de rug en bukkend over de dalende gravelweg om de hoed te grijpen. En dan nemen scheve, zware rugzak en zwaartekracht het initiatief over en tuimel ik op de grond. Gelukkig kom ik er met een geschaafde, blauwe kin vanaf, maar de schrik zit er wel even in. Solidair zijn is leuk, maar om nou allebei over de grond te stuiteren is niet verstandig. Overigens: de hoed is gered.

De weilanden worden afgewisseld met stukken eucalyptusbos. Laat Rik daar nou weer een koala voor me vinden. Later zien we nog negen grijze reuzekangoeroes die lui aan de rand van weiland en bos liggen of op hun gemak een beetje rondhuppen. Vanwege de ingekorte wandeling zijn we al vroeg op de ophaalplek. Daar doen we nog een klein stukje van de route van morgen. Die hebben we bestudeerd en die gaan we helemaal aanpassen. Hebben we nu toch het eerste stukje verkend. Aardige Graham haalt ons precies voor de regen die er niet zou zijn op om ons weer thuis te brengen.

Aangepaste wandeldag

Op onze een na laatste wandeldag van de Great Ocean Walk nemen we een drastische maatregel. Ook in dit traject zitten stukken die we niet gaan doen. Je kan maar op een paar punten met de auto bij de wandelroute komen en op dit traject zijn dat er maar twee: het begin- en eindpunt. We hebben dus niet veel keus en laten ons afzetten bij het eindpunt. Vanaf het eindpunt lopen we dan terug, totdat het tijd wordt om om te keren en lopen de wandeling vervolgens in de goede richting terug naar het eindpunt.

De App houdt niet van wandelaars met eigen ideeën en weigert ons te laten zien waar we zijn. Dat houdt hij een tijd vol tot Rik bedenkt dat we misschien wel de verkeerde kant oplopen. We pakken de kaart erbij en inderdaad zijn we nu bezig aan het traject voor de laatste dag en lopen de verkeerde kant op. We vonden het al verdacht dat de oceaan steeds links van ons bleef...Via wat gravelwegen keren we terug en na een kleine twee uur zijn we bij ons eind/beginpunt van vandaag en kijk aan, nu wil de App ook weer met ons praten.

De wandeling vandaag is weer heel anders dan de andere dagen. We lopen vooral door bos met veel dunne boompjes en enkele grote eucalyptusbomen. Hier en daar laten kromgegroeide lage naaldbomen zien dat het leven hier niet makkelijk is. Doordat we weer door een andere omgeving lopen, zien we opnieuw veel nieuwe bloemen. Op ons omkeerpunt komen we grappig genoeg twee bekenden tegen. De eerste dag hebben we een stel ontmoet dat de tocht met volle bepakking en kamperend deed. We hebben toen geregeld haasje over gedaan en praatjes gemaakt. Nu lijkt het of we oude kennissen tegenkomen. Het zijn aardige mensen en we verblijden ze met een deel van onze door ons hotel meegegeven zoete lekkernijen. Daar heb je als kampeerder echt geen plek voor. Voordat de taxi ons weer ophaalt kijken we nog bij de Gables Lookout naar de indrukwekkende kust en de golven die de grote rotsen teisteren. Dat hier in het verleden veel schepen zijn vergaan, hoeft niemand te verbazen.

Eindpunt: De Twaalf Apostelen

Op onze laatste wandeldag hebben we de grootste afstand (20 km) te overbruggen. Klinkt 20 km niet overdreven ver, met al het klimmen en dalen en de bomen die af en toe hinderlijk over het pad liggen, is dat meer dan genoeg. We hebben uitvoerig de beschrijving en de kaart bestudeerd en de tocht lijkt zonder gevaarlijke kustpassages en brede rivieren zonder brug te zijn, dus we wagen het er op. Colin die ons de eerste wandeldag druipend en vies heeft opgehaald na de eerste wandeling brengt ons weg. Het zijn allemaal zulke aardige chauffeurs. Ten afscheid krijgen we een hug van hem.

De wandeling is heel afwisselend, soms door bos, soms door open stukken met varens en dan weer door een struikbegroeiing met uitbundige witte bloemen bovenin en dode takken onderin. Geregeld hebben we uitzicht over de klifkust en de oceaan die met beukende golven de rotsen geselt. Het is prachtig weer, zelfs warm en het pad gedraagt zich – op enkele lastige omgevallen bomen na – keurig. Wat erg in het oog springt is het enorme contrast tussen het landschap aan onze linker- en rechterkant. Links is de woeste zee met de grillige, steile rotskust en de duinbegroeiing; rechts is een bijna lieflijk glooiend groen landschap waar hier en daar vee graast. De landschappen delen een blauwe lucht met af en toe een wolkje.

We zijn vanmorgen extra vroeg begonnen en komen rond lunchtijd aan bij de brug over de grote Gellibrand rivier. Vlak voor de brug is een grote camping met heerlijke picknickbanken, maar die zijn er niet voor ons. In ons wandelboekje staat dat de beheerder en niet van houdt dat wandelaars de toiletten gebruiken of het terrein betreden. Banken zijn zeer schaars langs het traject, maar gelukkig staat er een aan de andere kant van de brug. Daar ontmoeten we weer het kamperende stel uit Melbourne, zo grappig om bekenden tegen te komen.

Rond vier uur komen we aan op onze eindbestemming: de Twaalf Apostelen. De Twaalf Apostelen zijn een verzameling losstaande grote pilaren in zee. Ze zijn door jarenlange erosie van het zeewater los komen te staan van het vasteland. Je zou veronderstellen dat er twaalf pilaren staan, maar het zijn er – afhankelijk van hoe je telt – acht of negen. Het zijn er ook nooit twaalf geweest, maar ‘de negen apostelen’ doen het verkooptechnisch een stuk minder dan twaalf. Af en toe verdwijnt er een stuk apostel. Het – niet bevestigde – verhaal wil dat een van de apostelen met een smalle brug aan het vasteland vastzat. Een zakenman die een affaire had met zijn secretaresse, trakteerde haar op een romantisch uitje naar een stil plekje op de apostel. Het liep niet goed af. De smalle brug begaf het en de zakenman met secretaresse moesten van de inmiddels losstaande apostel gered worden. Of het de zakenman gelukt is om zich daar bij thuiskomst nog uit te praten, vermeldt het verhaal niet.

De Twaalf Apostelen, eindpunt van de Great Ocean Walk, Australië

De Twaalf Apostelen

Bij de twaalf apostelen is inmiddels een heus informatiecentrum en een boardwalk om alle apostelen vanaf uitzichtplatforms te bewonderen. Wat een kermis is het daar. Dikke toeristenstromen krioelen als een ongeordende mierenhoop over de boardwalk. Bussen vol Chinezen, Japanners en Koreanen en een enkele westerling, staan met hun rug naar de apostelen om heel veel foto’s van zichzelf te maken. Of ze iets van de apostelen in zee gezien hebben, durven we niet te zeggen. De helikopter die je meeneemt voor een korte vlucht over de apostelen doet goede zaken en vliegt af en aan. Na alle rustige dagen met alleen het geluid van de zee en de vogels is dit een cultuurshock. Volgens de taxichauffeur die ons naar Port Campbell brengt voor de overnachting, is het nu nog rustig. Wij zijn blij dat we er weg zijn. Port Campbell is een veel kleinere plaats dan we dachten en bestaat voornamelijk uit motels en restaurants met daarnaast een benzinepomp, een winkel die alles heeft, wat huizen en een rotonde. We eten er heerlijk en zijn al vroeg toe aan het bed.

Terug naar Melbourne

De Great Ocean Walk is nu afgerond. Het was een prachtige tocht met overdreven veel dieren, fraaie uitzichten en landschappen en we hebben ervan genoten. Mogen we hier en daar wat stukjes overgeslagen hebben vanwege de te hoge kans op wegspoelen in rivier of zee, het overgrote deel hebben we wel gedaan. Als ze nog hier en daar wat vlonderpaden en bruggetjes aanleggen, wat hinderlijke bomen op het pad opruimen en zo nu en dan een bankje neerzetten, maken ze de bejaarde wandelaars nog gelukkiger.

‘s Morgens brengt dezelfde taxichauffeur die ons bij de Twaalf Apostelen opgehaald heeft, ons naar Camperdown. Daar stappen we op de trein terug naar Melbourne. Na het dumpen van de bagage bij het hotel – we mogen nog niet op de kamer – gaan we op pad om informatie in te winnen over de tocht morgen naar Olinda in de Dandenongs en over het transport naar de luchthaven voor de vlucht over een week naar Hobart. Het kost aardig wat tijd, maar we vinden alle antwoorden. We halen de opgeslagen bagage weer op, ordenen alles opnieuw en doen de was. Vrijwel alle hotels hebben hier een ‘guest laundry’ waar je in grote en snelle wasmachines en drogers je kleren kan wassen.

Door al het regel- en uitzoekwerk is de middag al een eind gevorderd als we de straat opgaan. Op de kaart staan bijzondere straatjes in een aparte kleur aangegeven, die gaan we opzoeken. Als eerste komen we in de Chinese wijk met prachtige Chinese poorten en een China museum gericht op de Chinese cultuur in Australië. De zijstraatjes waar we eigenlijk voor kwamen stellen niet veel voor. Smalle gribusstraatjes waar je weinig hebt te zoeken. We lopen verder naar de Hosier Lane. Dat is een straat vol straatkunst met graffiti op alle muren. In dit straatje mag iedereen zonder vergunning schilderen wat hij wil. In onze ogen is het niet allemaal kunstzinnig,maar het effect van zo’n beschilderde straat is bijzonder. Een gevelhoog portret springt eruit en is echt mooi.

Hosier Lane komt uit bij de ingang van een gebouw dat bij Federation Square (kortweg Fed Square) hoort. Fed Square is een combinatie van een luxe en groot cultureel centrum met musea, theaterzalen en kunstpodia, een keur aan restaurants en bars en een groot plein. Op het grote plein is een openluchtbioscoop waar je in ligstoelen gratis naar de film kan kijken. Wij kijken vijf minuutjes mee naar de ‘Glenn Miller Story’, een gedateerde en oubollige film. Maar het feit dat ze gratis vermaak aanbieden is leuk. Op het plein zorgen wat opgeschoten jongens en meiden voor overlast. Ze schreeuwen, bonken op de ramen van restaurants en schelden op de mensen die daar eten. Ze lijken duidelijk onder invloed van verdovende middelen en/of drank. Vrijwel direct zijn er vier potige politiemensen die ze tot staan dwingen. Twee meiden blèren dat zij er niets mee te maken hebben, wat afgedaan wordt met een kortaf: ‘Hier komen. Nu’. Zou een Nederlandse agent dan uitgescholden worden, hier lopen ze gedwee naar de sterke arm. Als wij na Glenn Miller teruglopen, zijn de agenten nog steeds met ze bezig. Een duidelijk cultuurverschil met Nederland. We lopen de brug over de Yarra rivier over naar het Arts Centre, een hoge, ijle metalen toren die als kunstcentrum fungeert en kijken naar de bedrijvigheid op beide oevers van de rivier. Daarna doen we nog wat boodschappen en dan gaan we met het trammetje terug naar huis.

Vanuit Melbourne gaan we voor en kleine week naar de Dandenong Ranges. Daarover meer in de volgende brief.

naar volgende pagina:
Australië 2025 rondzendbrief 6