Australië 2025 > rondzendbrief 4
Rondzendbrief 4 Australië 2025

[Verzonden op 15 oktober 2025 vanuit Castle Cove]

Genietend van een vrije middag op Fraser Island heb ik alle tijd om aan de nieuwe brief te beginnen en jullie bij te praten over de verdere belevenissen hier. De eerste wandeldag begon niet echt goed met Riks val, de tweede dag ging verloren aan de terugkeer naar Eurong op Fraser Island, maar nu kunnen we weer fris en fruitig op pad.

Lake Wabby, Fraser Island

Na een heerlijke nacht met alle spullen weer bij elkaar, staan we om half negen klaar om te gaan wandelen. De uitrusting is aangepast. Ik heb een rugzakje met allernoodzakelijkste spullen en veel water, Rik heeft één fototoestel, een mitella en een wandelstok. We kunnen nu niet de volledige wandelingen van 20 km doen, maar met Cam, een ontzettend aardige vrouw die ons op komt halen, kijken we even op de kaart. Ze zet ons af op het strand bij de wandeling naar Lake Wabby. Daar lopen we heen en dan lopen we weer terug naar het strand en over het strand naar huis. Een wandeling van 10 km. Dat klinkt goed. Fraser Island heeft een bijzondere weg: een weg over het strand en rijdend over het strand brengt Cam ons weg. Dat het strand echt als autoweg in gebruik is, merken we al snel. Alle auto’s worden door de politie aangehouden. Om half negen ‘s morgens moet iedere bestuurder blazen voor een alcoholcontrole. Op het strand zien we eerst één en later drie dingo’s en een ovevliegende zeearend.

Dingo op Fraser Island, Australië

Dingo op Fraser Island

De wandeling naar Lake Wabby is mooi en voert door rul zand, dus ook al is de afstand korter, werken doen we toch. Onderweg naar het meer komen we bij de sandblow, een gigantisch hoog duin dat door sterke winden een dikke laag zand over de vegetatie heeft gelegd. Hier en daar zie je dode bomen boven het zand uitsteken. Het is een oogverblindende zandvlakte. Na een poosje zien we diep onder ons het fraaie meer dat Wabby heet, liggen. De meren hier zijn zo mooi en het water is zo helder dat je de meervallen goed kunt zien zwemmen. Naar beneden vanaf het hoge duin naar de kust van het meer werkt de zwaartekracht goed mee, omhoog geldt dat minder en zwoegen we omhoog. Terug op het strand blijven we ons verbazen over de auto’s die hier rijden. De oceaan is prachtig en we zien een grote groep sterns die we tot op een paar meter kunnen benaderen en die voor de auto’s al helemaal niet opvliegen. We hebben een heerlijke wandeling gehad en met het zware zand en de warmte was die 10 km best genoeg. De rest van de middag zitten we genoeglijk op het balkonnetje met tijd voor lezen en schrijven.

Valley of the Giants, Fraser Island

Ook de volgende dag gebruiken we de strandsnelweg. We willen heel graag naar de Valley of the Giants, de vallei van de reuzen, waar enorme bomen staan en waar het bijzonder mooi moet zijn. Probleem is hier dat er maar een paar wegen zijn en dat je dus niet zomaar ergens afgezet kunt worden waar je wilt omdat je er met de auto niet komt of pas na een heel grote omweg. We combineren nu stukjes uit twee wandelingen en Mark, de taxichauffeur, brengt ons naar een punt waar hij ons ook weer ophaalt. Kunnen we kijken hoe het gaat en hoe ver we komen. Prima plan.

Strand op Fraser Island dat ook als snelweg dient, Australië

Strand op Fraser Island dat ook als snelweg dient

De wandeling voert vanaf de kust met open bos met een rijke groene begroeiing steeds verder het regenwoud in waar enorme reuzen van bomen staan en half vergane woudreuzen op de grond liggen die heel langzaam opgegeten worden door schimmels, insecten en bacteriën. Het is er zo mooi. We horen niets dan de vogels – zien lukt wandelend en zonder gidsenogen minder – en komen geen mens tegen. We wilden ook nog naar de oudste en dikste boom van het eiland, maar wisten niet of we dat qua tijd en afstand zouden halen, maar ook daar komen we aan toe. Een gigantische Eucalyptus met een omtrek van 3,6 meter. Behalve fraaie bloemetjes zien we vandaag ontzettend veel kleine hagedisjes. Bij elkaar moeten het er wel tien tot vijftien zijn. Twintig minuten voor tijd zijn we terug en tien minuten later is Mark er. We hebben een heerlijke wandeldag gehad. Het weer is anders dan gisteren. Onderweg hebben we spetjes en een beetje regen gehad, heel aangenaam verkoelend. Pas op het laatst kwam de zon door.

Mark is eigenlijk de vervanger van onze oorspronkelijke chauffeur die uitgevallen was door een ziekenhuisopname. Mark vertelt dat het een goede vriend van hem is, dat hij uit het ziekenhuis is maar dat het niet goed met hem gaat. Hij mankeerde nooit iets, maar als Mark nu alle ellende opsomt, blijkt dat het nu een wrak is. Mark is nu de enige taxi die het eiland rijk is. Nooit verwacht dat er op zo’n eiland eerst maar twee en nu maar een taxi is. We begrijpen nu ook, waarom hij wat kortaf klonk toen hij op de vaste wal vastzat met een kapotte auto en wij ook nog eens speciale wensen hadden. Hij is echt heel sympathiek en denkt heel fijn mee wat nu wel en niet kan.

Wandelroute staat onder water

Na drie nachten in Eurong verkassen we naar ons tweede overnachtingsadres. Wij worden op de wandelroute afgezet en lopen via een route langs drie meren naar Kingfisher Bay Resort, onze bagage gaat mee met de bus. Nu Rik niets kan dragen, betekent dat, dat Riks rugzakje met alle fotospullen mee moet met de grote bagage. Heel akelig om dat uit handen te geven, maar we vertrouwen er maar op dat alles goed gaat.

Aardige Mark brengt ons niet naar het beginpunt maar rijdt ons een stuk verder naar het eerste meer, zodat de afstand voor ons nu acceptabel wordt. Het meer is prachtig en het staat er vol met bloeiende zonnedauw, een klein vleesetend plantje, en andere plantjes van vochtige, voedselarme grond. Het meer heeft een nadeel: de wandelmarkeringen staan vanwege de waterstand een flink stuk verderop in het meer. In de beschrijving staat dat als het water in het meer hoog staat, je niet langs de oever kan, maar hoger een paadje moet zoeken. Lukt dat niet moet je terugkeren en de weg voor het verkeer volgen. Het heeft niet geregend , dus we dachten dat het wel mee zou vallen. Niet dus. Na wat zoeken vinden we een paadje hogerop. Alleen dat paadje loopt na een tijdje niet meer langs het meer, maar langs een riviertje dat uitkomt in het meer. We komen steeds verder van het meer af, maar het riviertje blijft een onneembare hindernis.

Zonnedauw op Fraser Island, Australië

Zonnedauw op Fraser Island

We lopen terug om dan maar de zandweg te pakken en komen een groepje wandelaars tegen. We waarschuwen ze voor de hoge waterstand, maar dat weten ze, want ze zijn hier gisteren ook geweest. Je kan best door het meer en de rivier. Het water staat – de man wijst de bovenkant van zijn bovenbeen aan – zo hoog. Dat betekent bij mij tot aan mijn middel. Maar, volgens de mensen gaat het best. Een moet de rugzak omhoog houden,dan kan de ander lopen of je moet je rugzakje boven je hoofd houden. Dat gaat hem echt niet worden, we zien het al voor ons. Ik met mijn rugzakje – vanwege al het drinkwater zeker 8-9 kilo – en een paar wandelschoenen boven mijn hoofd, tot mijn middel door het water en dan Rik als eenarmige erachteraan met zijn camera en schoenen. Ze bieden aan ons te helpen, maar ook dat zien we niet zitten. We zullen toch echt zelf door het water moeten en op de kaart staan nog twee riviertjes getekend, wie weet wat die voor ons in petto hebben. Er zit niets anders op dan 7 km lang de stoffige rulle zandweg voor de jeeps te volgen. Niet de beste wandeling in de hitte.

Ondergelopen gebied op Fraser Island, Australië

Ondergelopen gebied op Fraser Island

We staan nog op de kaart en de telefoon te kijken als een auto stopt en de chauffeur vraagt of alles oké is. We leggen uit wat er aan de hand is en hij snapt dat we niet gaan zwemmen met rugzakken boven het hoofd. Maar de weg is ook niet alles. Willen we soms een lift? Dat is wel heel aardig en we maken er dan ook graag gebruik van. Wordt de wandeling wel korter, maar de mooie delen blijven over. Zo aardig dat een willekeurige voorbijganger zich meteen je lot aantrekt en je helpt. Als we uitstappen vraagt hij of we nog genoeg water hebben, of dat we wat water willen hebben. We hebben al zoveel ontzettend aardige Australiërs meegemaakt.

Vanaf het afzetpunt lopen we naar het tweede meer. De App die de eerste dag niet wilde beginnen, doet nu zijn werk, totdat er opeens een ‘ping’ klinkt en Riks telefoon helemaal dood is. Wat Rik ook probeert, de telefoon wil niets meer van ons weten. Gelukkig is de wandelbeschrijving duidelijk en de route niet moeilijk, maar zo’n App die bijhoudt waar je bent en waar je heen moet, is wel makkelijk. De meren hier zijn allemaal even mooi en ook het tweede meer waar we een hele tijd langslopen is prachtig. Op een schaduwplekje zet Rik de telefoon helemaal uit en aan. Na een hele tijd komt de telefoon toch weer tot leven. De App vliegt er eerst steeds uit, maar na een paar keer realiseert hij zich weer dat wij hem echt waarderen en hervat hij zijn taak.

Het weer is inmiddels veranderd. De zon is weg en de lucht is bewolkt. Opeens horen we in de verte gerommel, we denken dat het onweer is, tot we een vliegtuig horen. Even later is het duidelijk: het was toch onweer. Gelukkig zijn we niet meer heel ver van de plek waar we opgepikt worden en waar een overdekking met picknicktafels is. Tegen de tijd dat we er zijn, flitst ook de bliksem langs, maar gelukkig nog wel op afstand. Wandelen is leuk, maar niet met onweer. We zitten door het inkorten van de wandeling, relatief lang op de picknickplek voordat we door Dean, die eigenlijk automonteur is en de touringcars op het eiland repareert, opgepikt worden. Na een lange rit over de bonkige zandweg komen we aan bij ons overnachtingsadres, waar we al eerder een halve dag doorgebracht hebben toen we terugkwamen vanuit het ziekenhuis. We hadden toen al het idee, dat het niet echt onze plek was. Veel te grootschalig en van een hoog Sporthuis Centrum gehalte.

Kingfisher Resort, weining servicegericht

Onze bagage hoort er al te zijn, die is met ‘de bus’ meegegaan. We vragen dus of onze bagage – inclusief Riks dagrugzakje met alle fotospullen – er is. Ze hebben geen idee. Zou die er dan moeten zijn? Ja, we noemen de naam Auswalk, de Australische organisatie die de wandeling geregeld heeft. Was in Eurong dat een toverwoord en wist iedereen wat je bedoelde, hier helpt het niets. Ze kijken in een hok, waar alleen een verkeerde tas staat. Misschien staat de bagage al op de kamer. We zeggen dat we dan graag naar de kamer willen. Daar staat geen bagage. De receptioniste gaat nu kijken of ze in de bagagebus iets kan vinden. Dat duurt tien minuten. Inderdaad krijgen we na tien minuten een telefoontje: de bagage is bij de receptie en wordt naar de kamer gebracht. Dat duurt tien minuten. Na een kwartier komt een aardige knul, zelf ook Nederlander, met een grote kar de spullen brengen. We zijn erg blij, want aan alles merk je dat ze hier niet erg zorgvuldig zijn en weinig kunnen.

Dat idee wordt ernstig bevestigd nadat we de oppiktijd voor morgen en de reservering voor het eten van vanavond gemaakt hebben. Op de kamer worden we gebeld met de mededeling dat de vertrektijd een uur later wordt, want de bus gaat een uur later. Hoezo? Er mag best een bus om negen uur vertrekken, maar onze vertrektijd staat zwart op wit op acht uur en dat hebben we net bevestigd. We stellen ons op bij de receptie en laten zien dat er in de boeking klip en klaar acht uur staat. Ja, maar dat is veranderd. Nee hoor, niet door ons en we hebben ook de tijd echt nodig, want het is een lange wandeling met een extra uitstapje. Bovendien kan er zich altijd iets onverwachts voordoen. Ja maar, de bus… Oké gaat de bus toch ook om acht uur. Ze gaan proberen iets te regelen, maar iedereen schijnt al naar huis. We beloven na het eten terug te komen en zeggen te veronderstellen dat het dan opgelost is (uiteraard verwachten we dat niet).

Bij het restaurant vragen ze drie keer hoe we heten en drie keer welke kamer we hebben. De receptie heeft na aankomst voor ons gereserveerd, maar nee, er is geen boeking. Lijkt geen probleem want de helft van de tafels is leeg, maar goed. Eerste dame verdwijnt om versterking in te schakelen. Onze ergernismeters slaan ondertussen al ver uit in het rood. Dame twee wil ook graag twee keer weten hoe we heten en welke kamer we hebben. Dat beantwoorden we en tevens leggen we uit dat er tafels vrij zijn en hoe we over deze accommodatie denken. Uiteindelijk blijkt dat de reservering voor morgen was opgeschreven, maar snugger als ze is, maakt ze een nieuwe reservering en mogen we aan een van de vele lege tafels plaatsnemen. Het eten wordt snel gereserveerd en is voortreffelijk. Dat dan weer wel.

Na het eten belagen we Clhoë van de receptie langdurig en opnieuw. Ze heeft e-mails gestuurd, maar om half negen ‘s avonds slaapt iedereen al volgens haar. Morgen moeten we ons melden. Ik vraag of zij er dan is. Nee, haar collega. We zeggen dat die dan van niets weet en het zeker niet meer gaat regelen, maar zij gaat haar collega informeren. We geloven er niet echt meer in. Heel naar, want de wandeling is lang, ons tempo ligt niet hoog omdat we onderweg willen kijken en we met Riks arm en mijn zware dagrugak niet erg snel zijn. Onze mening over de tent is nog niet in positieve zin bijgesteld. Een grote tegenstelling met Eurong waar iedereen zo behulpzaam was.

Al voor het ontbijt melden we ons bij de nieuwe receptioniste met vroege dienst. Helaas, helaas, ze heeft alles geprobeerd, maar het is niet gelukt. Ze wacht nog op antwoord, dus als we nou na het ontbijt terugkomen, wie weet. Bij het ontbijt vragen we naar de lunch voor onderweg. Die komt na enig aandringen, maar onze charmante opvouwbare broodtrommeltjes van Auswalk zijn vervangen door grote piepschuim weggooibakjes. Ik vraag naar de trommeltjes. Tegenover mij verschijnt slechts een vraagteken. Ik herhaal mijn verzoek en beschrijf de trommeltjes. Vraagteken gaat de keuken in, komt terug met de lege trommeltjes. We hadden ze niet gekregen want het eten paste er niet in. In de tijd dat Vraagteken in de keuken is, inspecteer ik de broodjes, waarvan we gisteren heel nauwkeurig opgegeven hebben dat we alleen kaas en brood willen en niets, maar dan ook niets anders. Geen mayo, boter, tomaat, kip, saus, sla, niets, niets niets: brood en kaas. Dat is uitermate zorgvuldig genoteerd. Natuurlijk kloppen de broodjes niet. Dus als Vraagteken de keuken uitkomt met de twee lege trommeltjes stuur ik hem terug met de broodjes. Even later keert hij terug met witbrood met kaas. Goed gedaan. Maar, hij heeft nog een probleem: het past niet in het trommeltje. Ik zeg dat dat niet uitmaakt. Aan tafel snijd ik de boterhammen door en stop ze in het trommeltje waar ze samen met gemak inpassen.

Na het ontbijt schuiven we voor de vijfde keer aan bij de receptie om de oorspronkelijke vertrektijd van acht uur te regelen. Helaas, helaas, weer niet gelukt. Maar, volgens domme receptioniste is het geen probleem, want gasten doen de wandeling vanaf M7 (ons startpunt) vaak en het is maar drie km. We hebben de hele dag, dus tijd genoeg. We laten de kaart en het wandelboekje zien en leggen uit dat de wandeling vele malen langer is (tegen de 20 km) en dat we echt alle tijd nodig hebben. Je weet maar nooit wat voor hindernissen je onderweg tegenkomt en we staan domweg geboekt voor acht uur. De hoeveelheid nonsens – 3 km – die ze nu verkoopt gaat echt te ver. Als het nodig is kunnen we best heel erg onaardig zijn. Dat is nu nodig en dan weet receptioniste dat we het heel serieus menen. Opeens weet ze nog een mogelijkheid. Ze gaat naar achter om te bellen. Ze komt terug en deelt mee dat we om acht uur bij de receptie opgehaald worden. Ze is ronduit pissig. Geeft niet, zijn wij ook.

Langs Lake McKenzie, Fraser Island

Een uitermate aardige chauffeur brengt ons naar M7 – een punt langs een van de zandwegen, een soort wegmarkering. Vandaar loopt ons wandelpad voor de wandeling terug naar Kingfisher Bay Resort. Het is een heerlijke wandeling en vandaag zien we ook een paar keer vogels echt goed, ook met de kijker. Vogels fotograferen is lastiger door Riks beperkte mobiliteit. We wandelen langs Lake McKenzie, een enorm meer met wit zand. De eerste dag zijn we vanaf daar gestart vanaf de drukke kant, nu staan we aan een hagelwit strand waar niemand komt. Ook de rest van de wandeling is prachtig met zulke bijzondere bomen, struiken en bloemetjes, echt genieten. Het laatste stuk lopen we langs de westkust door het bos met uitzicht op een schitterend blauwe oceaan. Eenmaal terug van de warme wandeling vinden we dat we best een lekker ijsje hebben verdiend.

Varaan op Fraser Island, Australië

Varaan op Fraser Island

Onze laatste dag op Fraser Island hebben we een ‘vrije’ dag. We hebben het wandelprogramma afgerond – met veel smokkelen vanwege de mitella – en vandaag staan er geen geplande wandelingen. We beginnen de dag met een nuttige bezigheid: de was. Op veel plekken hier zijn wasmachines en drogers en om half negen ‘s morgens zijn alle bezwete kleren weer fris gewassen en droog. Op het terrein is een vlonderpad dat door een mooie tuin voert. Daar hebben we al na terugkomst uit het ziekenhuis gelopen, maar nu doen we dat met de macrolens om bloemen en insecten te fotograferen. Leuk is dat we hier bereik hebben en van veel planten die we deze week gezien hebben, kunnen we nu met de app op de telefoon de naam vinden.

Later op de dag maken we nog een kortere wandeling naar een kreek die op het strand uitkomt. Er staan prachtige mangroves. We klimmen vanaf het strand weer terug omhoog en lopen door het bos weer terug naar het resort. We zien best vaak mooie vlinders maar die zitten nooit stil. Ook nu fladdert er een schitterend exemplaar voorbij. Op het oog zwart van buiten en wit van binnen met een zwarte rand. Als hij vliegt geeft het afwisselende zwarte en witte aanzicht een bijzonder effect. Deze vlinder – het blijkt de black jezebel zonder Nederlandse naam te zijn – is aardig. Hij gaat zitten en blijft zitten. Dan kunnen we zien dat de buitenkant prachtig getekend is met rode lijnen en een gele vlek op de ondervleugel.

Black Jezebel op Fraser Island, Australië

Black Jezebel op Fraser Island

‘s Middags zitten we op ons terras met uitzicht op een fraai meertje waar eendjes eten zoeken en af en toe ruzie maken. Tijd voor het schrijfwerk en tijd om te lezen. Dat gebeurt ons niet elke dag.

Terug naar Brisbane

Na een mooie volle week op Fraser Island vertrekken we met de ferry van 8 uur weer naar het vasteland. Reizen met alle bagage is nu met Rik als eenarm een stuk lastiger. We hebben elk een grote en een kleine rugzak. Rik mag niets dragen en ik kan onmogelijk twee grote rugzakken en twee kleine dragen. Voor de oversteek is dat geen probleem. De grote bagage leveren we af bij de receptie. Die wordt dan naar de ferry gebracht. Aan de overkant brengen ze de bagage door naar hun kantoortje aan de vaste wal en daar moeten we de spullen weer oppikken om ze over te laden in de bus die ons naar het busstation in Hervey Bay brengt. Aangezien de buschauffeur ons verleden week opgehaald heeft uit het ziekenhuis om ons naar de ferry te brengen, helpt die meteen met de grote rugzakken.

In Hervey Bay pakken we de bus naar Brisbane. Op het busstation helpt een jonge rugzaktoerist meteen met de grote rugzakken. Hij blijkt ook Nederlander te zijn. Hij heeft dit jaar eindexamen gedaan en is nu voor drie maanden op reis naar Australië. Hij gaat nog naar Fraser Island en tot zijn verdriet mag hij niet zelf een jeep besturen – mensen vinden het leuk om door het rulle zand en over het strand te rijden – omdat hij nog geen 21 is. Hij heeft al 2,5 jaar zijn rijbewijs. Wij hebben gezien hoe moeilijk de wegen zijn en hoe behendig je moet zijn om elkaar op de smalle wegen te passeren en begrijpen de maatregel wel, maar snappen heel goed zijn teleurstelling.

De bus is vandaag heel rustig en komt netjes na zeven uur aan in Brisbane. Op het busstation zien we één taxi staan. Heen waren we door een parkje via steile trappen naar het busstation afgedaald, maar toen hadden we al besloten dat zoveel steile trappen omhoog met alle bagage niet leuk zou worden. Rik snelt naar de taxi toe, terwijl ik – opnieuw met ongevraagde hulp – de grote rugzakken uit het bagageruim vis. De taxichauffeur brengt de bagage tot in de hotellobby en daar staat iemand erop om onze bagage op een bagagekar te laden. We hadden niet verwacht de eerste reisdag met hindernis zo makkelijk te nemen.

Lone Pine Koala Sanctuary

Onze volle dag in Brisbane wordt een echt dagje uit. ‘s Morgens om kwart voor acht vertrekken we voor een boottocht over de Brisbane rivier met als bestemming het Lone Pine Koala Sanctuary. Het centrum, geopend in 1927 en opgezet door Claude Reid, is het oudste opvangcentrum voor koala’s. In die tijd werden koala’s nog volop door kolonisten bejaagd om hun pels. In 1924 werden zo’n 2 miljoen vachten verhandeld. De eerste succesvolle herstel- en behoudoperaties dateren uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw door Brisbane's Lone Pine Koala Sanctuary en Sydney's Koala Park Sanctuary. De eigenaar van het laatste park, Noel Burnet, slaagde erin een succesvol fokprogramma op te zetten. Reid is gestart met slechts twee koala’s Jack en Jill. Inmiddels bijna 100 jaar later, is het meer een dierentuin met meer dan 100 koala’s, een uitgebreid fokprogramma voor koala’s en veel andere, uitsluitend Australische dieren. Daarnaast werken ze met diverse universiteiten samen aan een scala van onderzoeken naar ziektes onder koala’s en vaccinaties tegen Chlamydia infecties en het koala retrovirus waar veel wilde koala’s mee besmet zijn.

Bij het Lone Pine Koala Sanctuary weten ze dat mensen koala’s schattig vinden en er geld voor uit willen geven. Je kan intekenen op een koala-ontmoeting of op een koala-moment. In het eerste geval krijg je een soort rondleiding met een gids en mag je dicht bij de koala komen – en ermee op de foto – voor 90 euro. In het andere geval mag je een koala met een verzorger ernaast even over de rug aaien – uiteraard ook met foto – voor ruim 20 euro. Het aai- en fotomoment duurt minder dan 2 minuten, zodat een kleine rekensom leert dat het uurtarief van de koala uitkomt op meer dan 600 euro per uur. Er is wel een gratis en kort koalapraatje.

Tegen betaling koala ontmoeten in Brisbane, Australië

Koala ontmoeting voor 90 euro

Vanuit Ouwehand perspectief komen de rijen wachtenden om de koala te voelen, bepaald vreemd over. Geeft het ze geen stress, kunnen ze geen infecties oplopen van dat alsmaar aaien? Het ant-woord: mensen moeten hun handen ontsmetten en mogen alleen de rug aaien. Hun kop aaien vinden koala’s vervelend. De koala’s werken ook in korte shifts en worden dan vervangen door een collega. Ze zullen wel weten wat ze doen, want als de koala’s er echt nadeel van hadden of ziek werden, zouden ze het niet doen, maar toch vanuit dierenwelzijn voelt het niet goed.

Het fokprogramma is succesvol. Het paarseizoen loopt van augustus tot februari en de jongen van vorig jaar zijn nu zo groot dat ze soms op moeders buik en soms op moeders rug zitten. Vaker klim-men ze al zelfstandig rond en ze zijn zo verschrikkelijk leuk en knuffelbaar.

Je kan ook zakjes voer kopen voor de kangoeroes. Dat is zonde van het geld. Er worden zoveel zakjes verkocht dat iedereen met zakjes voer rondloopt en geen kangoeroe bereid is om een hapje van iemand aan te nemen. De enige die nog wel kangoeroevoer lusten, zijn wat toevallige eendjes. Het leuke is dat we veel van de dieren hier al in het echt gezien hebben. Drie van de vier soorten kangoeroes, heel veel van de vogels, het vogelbekdier, de krokodillen, allemaal al in het echt gezien. Als laatste zoeken we de mierenegel nog op, het enige andere eierleggende zoogdier naast het vogelbekdier, uniek voor Australië. Die prijkt nog heel hoog op de wensenlijst om in het echt te zien.

We varen met de boot weer terug naar de stad, waar we naar het centrum lopen om boodschappen te doen. We gaan op zoek naar een grote weekendtas op wieltjes voor Rik, zodat hij iets kan. Gisteren waren we bezorgd dat alle winkels dicht zouden zijn, omdat we op een winkel een plakkaat aantroffen dat de winkel gesloten zou zijn vanwege ‘King’s birthday’, maar daar is nu weinig van te merken. In het grote winkelcentrum zijn drie adressen met tassen. De eerste grote winkel is een soort Action met een kleine weekendtas zonder wieltjes, die valt af. De tweede blijkt een degelijke zaak met een te kleine tas op wieltjes, maar wel solide koffers met wieltjes. De derde zaak is vanwege ‘King’s Birthday’ dicht, maar zou ook als hij open was, niets geschikts hebben. De keus is dus makkelijk en Rik verlaat de shopping mall met een heuse rolkoffer. Na jaren trouwe dienst nemen we afscheid van de blauwe rugzak. Hij blijft achter in Brisbane.

Sydney

De nieuwe rolkoffer kan gelijk zijn nut bewijzen. In alle vroegte rijden we om vier uur ‘s morgens met de taxi naar het station. We gaan met de trein van 5 uur naar Sydney. Met de rolkoffer kunnen we in ieder geval kleine stukjes verplaatsen: Rik met rolkoffer, ik met mijn twee rugzakken voor en achter en Riks dagrugzakje in de hand. Op het perron kunnen we de grote bagage inchecken en afgeven. Heel fijn, daar hebben we tot aan Sydney geen omkijken naar. Om half vijf komt de trein binnen rijden en stroomt leeg. Daarna stroomt de trein weer vol met de schoonmaakploeg. Dat gebeurt hier grondig. Terwijl iedereen buiten staat te wachten, worden de stoelen gedraaid in de rijrichting, de tafels neergeklapt, schoongemaakt en weer opgeklapt. De tijd tikt ondertussen door en we wachten geduldig. Maar de vertrektijd passeert en de schoonmaakploeg blijft poetsen. Om kwart over vijf loopt er iemand door onze wagon met een stofzuiger. Hij werkt grondig. Nog drie wagons te gaan en dan moet ook de stofzuiger klaar zijn. Om half zes mogen we instappen en wel een beetje snel ook. De trein verrekt met twee minuten. In New South Wales is het een uur later dan in Queensland. Het tijdsverschil met Nederland is nu opgelopen tot negen uur. We dachten een rit van ruim vijftien uur met de trein te hebben. Dat valt dus mee, we zijn vanavond om even na acht uur al na veertien uur in Sydney.

Voor Sydney hebben we geen concrete plannen gemaakt. Inmiddels heeft één ding de hoogste prioriteit: een fysiotherapiepraktijk. In het ziekenhuis in Hervey Bay hebben ze Rik een mitella aangemeten die hij twee tot drie weken moest dragen, maar er moet vast iets gebeuren om de arm en schouder niet te stijf te laten worden en wanneer mag de mitella wel af en wanneer niet? We melden ons bij de praktijk die het hotel voor ons heeft opgezocht. Opnieuw zijn ze heel aardig en kunnen we al na een uur, om half tien terecht. Rik krijgt oefeningen en mitella advies mee. De rugzak blijft ten strengste verboden. We zijn wel blij dat we nu weten hoe we verder moeten.

Zijn shopping malls doorgaans niet bijzonder, het Queen Victoria Buiding is daarop een uitzondering. Het is een gebouw uit de late 19e eeuw dat nog volledig in stijl bewaard is gebleven. Het is een enorme hal met een hoog glazen koepeldak en twee etage galerijen met winkels. Alles is uitermate fraai afgewerkt met gebrandschilderde ramen, smeedijzeren hekken langs de galerij en twee enorme klokken met bewerkte torens erboven in het midden tussen de galerijen. Rik weet nog dat ik daar 27 jaar geleden heerlijk warme wanten heb gekocht (die gebruik ik nog steeds) en een borduurwerkje. We gaan verder naar de botanische tuin, een prachtig aangelegde tuin die heel goed onderhouden is met veel verschillende thematuinen.

Queen Victoria Building Sydney, Australië

Queen Victoria Building in Sydney

Vanaf de botanische tuin loop je direct naar het beroemde Opera House met het bijzondere dak en kijk je uit op de hoge Harbour Bridge. De bovenste boog van die brug is enorm hoog, een stuk hoger dan de flatgebouwen in de stad en loopt steil op. We zien daar mensen lopen. Je moet een prachtig uitzicht hebben, maar volstrekt ongevoelig zijn voor hoogtevrees en zin hebben in een stevige klim. Volgens de informatie duurt de tocht 3,5 uur. Wij slaan over en kijken naar de brug.

De dag begint al aardig op te schieten als we bij het grote zee-aquarium Sea Life zijn. Wat een schitterend en enorm aquarium is dat. Ze hebben er prachtige zeeanemonen in kleuren en structuren die je niet gelooft, enorme aquaria waarin de vissen boven je hoofd en naast je zwemmen. We zien grote haaien en verschillende soorten roggen met wel een diameter van 1,5 meter. Ze hebben ook een zeekoe. Die is als eenzame, net geboren zeekoe gered en groot gebracht, daarna weer uitgezet in het wild, maar later weer terug opgenomen vanwege zijn slechte conditie en omdat hij door andere zeekoeien verwond was. Hij slijt nu zijn leven hier wat nooit de bedoeling was, maar helpt wel om meer van hem en zijn soortgenoten te begrijpen.

De leukste afdeling blijft toch die met de levende pinguïns die veel ruimte hebben en zelfs echte sneeuw en ijs. De ezelspinguïns zijn druk met steentjes in de weer die ze blijkbaar als nestmateriaal gebruiken. Ze dragen de steentjes in hun bek naar het nest, rangschikken ze zorgvuldig en gaan op zoek naar nog een steentje. Het handigste is om die bij de buren te stelen, zodat niemand echt opschiet met het nest. Een ezelspinguín heeft de concurrentiestrijd kennelijk opgegeven. Hij neemt kleine hapjes van de sneeuw en gooit die in het nest. Dat helpt ook niet echt. Ze zitten samen met de koningspinguïns. Sommige daarvan zijn bezig om hun kinderdonsveren af te schudden om er al volwassen uit te zien. Ze laten de drukte van de ezelspinguïns stoïcijns aan zich voorbij gaan. De dwergpinguïns, de kleinste soort pinguïns, zitten in hun eigen verblijf en zijn druk met hun eigen zaken. Echt een aquarium dat de moeite waard is.

Sydney is een grote en drukke stad. Vergeleken met Brisbane is het er rommeliger en onoverzichtelijker. In Brisbane zagen we al redelijk wat daklozen, hier zie je ze meer. Toen we ‘s morgens de stad ingingen, was de stoep nog redelijk rustig, maar naarmate de dag vordert wordt het steeds drukker en als we ‘s avonds terugkeren, is de stoep een grote deinende mensenmassa. De gebouwen zijn enorm, in een wat willekeurig lijkende mix van koloniale gebouwen uit eind 19e eeuw en torenflats van wisselende ouderdom en variërend van elegant en modieus tot saai en log. Ondanks het drukke verkeer kan je veilig oversteken. Overal zijn voetgangerslichten, maar ze rekenen er wel op dat voetgangers graag een poosje uitrusten voor ze oversteken. Onze hotel ligt tegen de wijk China Town aan. Dat is goed te merken, denken we. We komen vrijwel uitsluitend Aziatische mensen tegen, op de winkelgevels staan soms alleen Thaise of Chinese tekens en vrijwel alle winkels en eettentjes – op de onvermijdelijke McDonald’s en Hungry Jacks na – zijn Aziatisch. Denken we eerst nog dat de wijk de reden is van de vele Aziaten, in de loop van de dag stellen we ons oordeel bij. Verreweg het grootste deel van de bevolking in Sydney heeft Aziatische wortels, Westerse gezichten vormen duidelijk een minderheid.

Taronga Zoo, Sydney

We hebben nog een volle dag in Sydney voordat we met de nachttrein naar Melbourne gaan. Martin, onze Australische gids voor het grootste deel van de vogelreis, is niet alleen gids. Hij werkt ook in de dierentuin van Sydney, Taronga Zoo. Daar houdt hij zich bezig met het fokprogramma voor honingeters. Het is een succesvol programma en er zijn al meerdere keren vogels weer terug uitgezet in het wild. Hij heeft ons Taronga Zoo van harte aanbevolen. Zodoende gaan we nu voor de tweede keer in korte tijd naar een dierentuin. Ook nu gaan we met de ferry die ons in een kwartiertje brengt.

De Taronga Zoo is ongelofelijk mooi en groot. Het ligt op een steil oplopende helling met een boven en een beneden ingang. Vanaf de ferry brengen diverse bussen de bootpassagiers naar de boveningang waar het al wemelt van de schoolklassen en andere bezoekers. Verdeeld over de dag zijn er talloze activiteiten. De meeste ‘ontmoetingen’ met een dier kosten flink veel extra, net als de zeeleeuwenshow, de roofvogelshow en het treintje. De praatjes van de dierverzorgers zijn wel gratis. De meeste praatjes missen we, omdat niet duidelijk is waar je precies moet zijn of omdat we net de verkeerde kant opgelopen zijn. Beter om dan maar rond te kijken waar je wel bent, dan alleen heen en weer te hollen. Het is echt een dierentuin om door een ringetje te halen. De verblijven zijn allemaal even ruim en goed ingericht, er is veel en goede informatie over alles wat wij als gidsen in Ouwehand ook belangrijk vinden. Zo is bij de gorilla's een uitgebreid paneel over de mijnbouw (coltan) in hun leefgebied en hoe je zelf bij kan dragen aan hun bescherming. Bij de honingeters van Martin staat een goede uitleg over de rol van alle organismen in een ecosysteem en het belang van biologisch evenwicht.

Australische dieren hebben ze hier ook genoeg en we zien weer veel aandoenlijke koala’s, inheemse vogels en de favoriet, de mierenegel. Het praatje over de Tasmaanse duivel – na het uitsterven van de Tasmaanse wolf inmiddels het grootste roofbuideldier – vinden we gelukkig op tijd. Met de Tasmaanse duivel gaat het ook niet goed. Een van de redenen is dat veel dieren een soort kanker oplopen die ook nog eens heel besmettelijk is. Als er een kangoeroe doodgereden is, komen daar veel Tasmaanse duivels op af. Ze zijn onderling niet vriendelijk, gunnen elkaar geen hap en bijten elkaar bij voorkeur in het hoofd. Als er één besmette duivel tussen zit, kan die de hele kluit besmetten. Met een maand of vier zijn ze dan allemaal dood, zo ernstig is de ziekte. De Tasmaanse duivel komt, zoals de naam al doet vermoeden, alleen op Tasmanië voor. Inmiddels is er nu via fokprogramma’s een gezonde populatie van zo’n 500 duivels op het vasteland als een soort ‘reserve’ achter de hand. Het lijkt er op dat op Tasmanië sommige duivels een soort resistentie hebben, waardoor de populatie op den duur ook natuurlijk weer zou kunnen herstellen.

Terug van de dierentuin stappen we opnieuw aan boord, dit keer voor een rondvaart door de stad met mooie uitzichten op de Harbour Bridge, het Opera House en allerlei andere fraaie gebouwen, baaien en luxe stadsgedeeltes.

Met nachttrein naar Melbourne

Na dit toeristische dagje met een hoofdletter T informeren we bij het station waar en hoe laat we de bagage voor de treinreis naar Melbourne af moeten geven. We kunnen al ruim van tevoren inchecken. Dat is fijn. Dan kunnen we eerst met de grote bagage, die ingecheckt achterlaten, en dan terug voor de twee dagrugzakjes, een stuk prettiger dan met alles tegelijk zeulen.

Was het inchecken in Brisbane een fluitje van een cent, hier doen ze moeilijk. De wandelstokken mogen niet op de rugzak blijven, te gevaarlijk, ze kunnen ergens achter blijven haken. En is de tas die bovenop gebonden zit geen vast onderdeel van de rugzak? Oeijoeijoei, ook te gevaarlijk. Ik zie mijn geest al dwalen, ik heb echt genoeg aan twee zware dagrugzakjes. Ja, ja, als het nu één pakket was. Gelukkig heb ik de vliegtuighoes bij de hand, dus als ik die er omheen doe, valt er niets meer te klagen. Onderhand ik daarmee bezig ben, gaan ze informeren of die theorie bevestigd kan worden. Het antwoord luidt: ’JA’. Maar we zijn er nog niet. Riks koffer, van zichzelf zwaarder dan de rugzak, zit boven de 20 kilo en dat mag niet. Die kunnen ze niet accepteren en moeten we zelf de trein in dragen. Maar als we er wat uithalen… We halen er twee dingen uit, maar het blijkt dat de toilettas alleen al voldoende is om het probleem op te lossen. Na een half uur zijn we toch verlost van de grote bagage en lopen we met een losse toilettas terug om de rest op te halen. De nachttrein is uitermate rustig, we slapen in de stoelen opmerkelijk goed en komen ‘s morgens om half acht op tijd aan in Melbourne.

De brief is weer vol, onze belevenissen in Melbourne en verder horen jullie in de volgende brief.

naar volgende pagina:
Australië 2025 rondzendbrief 5