[Verzonden op 11 september 2026 vanuit Dubrovnik (Kroatië)]
Rokerige rit naar Kotor
Ik had gehoopt alles in drie brieven te krijgen, maar dat lukte niet, daarom een vierde brief die begint waar de vorige eindigt, met het vertrek uit het mooie Durmitor park. We reizen door naar Kotor, een van de meest bezochte bestemmingen in Montenegro. Alhoewel de rit vandaag ook mooi had kunnen zijn, zien we weinig. Net als veel andere landen heeft Montenegro te lijden onder bosbranden en we rijden in één grote rookwolk. Pas dicht in de buurt van Kotor wordt het helderder en kunnen we wat meer zien. Kotor is een oude havenstad, gelegen aan de baai van Kotor, een diepe vlindervormige inham met een smalle uitgang naar de Adriatische Zee. Rondom de baai rijzen direct de hoge met dicht naaldbos begroeide bergen op, wat de baai bijzonder spectaculair maakt. Vanaf boven kijken we uit over een vleugel van de baai. Daarna dalen we snel af en rijden om de baai om Kotor te bereiken.
Kotor
De must-see bezienswaardigheid in Kotor is het oude stadscentrum dat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Sinds de middeleeuwen was Kotor een kolonie van Venetië, daarna kwam het afwisselend onder Oostenrijks en Italiaans bestuur, en in 1918 bij het toen opgerichte Koninkrijk Joegoslavië. De Venetiaanse oude stad ligt diep in het hart van de baai, direct aan het water, en wordt omringd door een vestingmuur en ondersteund door steile berghellingen. Van buitenaf lijkt er achter de muur alleen berg te liggen, maar via poorten kan je de oude stad in. Het is een enorm doolhof van smalle kasseiensteegjes afgewisseld met pleinen en staat vol met paleizen met groene luiken en een aantal oude kerken. Nadeel van de mooie stad is dat alle cruiseschepen in de Middellandse Zee aanleggen bij Kotor en het in de smalle straatjes ontzettend druk en vol is. Wat de historische stad geen goed doet, is dat alle pleinen volgebouwd zijn met overdekte terrassen. Je snapt niet dat de UNESCO die altijd strenge eisen stelt aan het beheer van erfgoed hier geen stokje voor steekt.

Kolibrievlinder in Kotor
Een echte aanrader is de kathedraal van St. Tryphon, patroon en beschermheilige van Kotor. De kathedraal is behoorlijk op leeftijd en is in 1166 ingewijd. Na een aardbeving in 1667 is de kathedraal aardig vernield en weer opgebouwd. Een latere aardbeving in 1979 die de kust van Montenegro heeft verwoest, heeft ook voor ernstige schade gezorgd. Pas in 2000 is de kerk na een langdurige en zorgvuldige restauratie van de binnenkant weer opnieuw ingewijd. De buitenkant is groots en imposant. Binnen zijn hoge bakstenen pilaren die met beschilderde bogen met elkaar verbonden zijn. Achter het koepelvormige altaar hangen kopergravures van heiligen of apostelen. De hoge ronde koepel is wit en niet beschilderd.
Met ons kaartje mogen we ook naar boven naar het museum. Daar is boeiende kunst: oude iconen, monstransen en met prachtige tekeningen versierde boeken met zwaar zilverbeslag. Maar het allerleukst zijn toch de relikwieën. Er staan bustes van Franciscus en Thomas met midden op hun borst een glaasje waarachter een volstrekt onduidelijk iets is wat van hun afkomstig moet zijn. Het mooist zijn de vele zilveren been- en armrelikwieën. Middenin arm of been zit ook een glaasje met daarachter een vaag onderdeel van een heilige. Op één na weten ze van allemaal van wiens been of arm het is. Ook de afbeeldingen van de 16e-eeuwse madonna met kind zijn prachtig. De baby is qua verhoudingen gewoon een piepklein mensje. In zijn kribje heft hij zich zelfs al half op zijn zij op. Vanaf boven kan je naar het balkon met prachtig uitzicht op het plein. Alle gebouwen aan het plein in Venetiaanse stijl zijn even mooi. Jammer van de terrassen.

Relikwieën in Kotor
Achter het oude centrum ligt hoog op de berg het fort San Giovanni. Het is alleen te voet te bereiken en vanaf beneden zie je de muur met de trap akelig steil de berg oplopen. Het is een wandeling van 1355 treden bergop. Met opnieuw teveel zon en een temperatuur dik in de 30 graden, wagen we ons daar niet aan. Een groepslid – hij loopt geregeld marathons – heeft het wel gedaan. De treden zijn van gladde keitjes en als je uitglijdt, kukel je zo over de muur de diepte in.
Harde bonken in speedboot
De volgende dag beginnen we met een speedboottocht door de baai, waarbij we verschillende plekken aandoen. We hebben de boot voor onze groep alleen. Als eerste varen we naar de onderzeeër tunnels. Goed verborgen en onzichtbaar vanuit de lucht liggen daar de verlaten onderzeese tunnels die in de jaren 50 tijdens de koude oorlog zijn gebouwd om marineschepen en onderzeeërs te verbergen. De tunnel is zo’n 100 meter lang en flink hoog. Vanaf de zijkanten kon van alles gedaan en aangevoerd worden. De blauwe grot, onze volgende stop, is een prachtig natuurverschijnsel. De reflectie van het licht op het water geeft de grot een onwaarschijnlijk blauwe kleur. We zouden hier een stop hebben om te zwemmen, maar de zee is ruw, dus zwemmen wordt afgeraden. Vinden wij niet erg, hoeven we niet te wachten op de zwemmers.
Bij de uitgang naar zee staan drie forten op strategische punten. Wij bekijken Mamula met een zeer solide toren vanaf het water. Het eiland is voor heel veel geld voor 49 jaar verkocht aan een steenrijke Egyptenaar. Alleen op zijn uitnodiging mag je het eiland op, maar niemand van ons heeft connecties met hem. Bij het volgende eiland – Gospa od Skrjpela – gaan we wel van boord. Het is een kunstmatig eiland dat meer dan 500 jaar geleden werd gesticht. Volgens de legende vonden vissers een icoon van de madonna met het kind op de rotsen. Ze zwoeren toen om na elke succesvolle tocht een steen op die plek te gooien. Ook afgedankte schepen werden gevuld met stenen op die plek afgezonken. Zo ontstond uiteindelijk het kunstmatige eiland waarop de Onze Lieve Vrouwe van de Rotsen kerk werd gebouwd. Nog elk jaar op 22 juli varen de inwoners uit om bij het eiland rotsen in zee te werpen en zo het eiland te vergroten. Het kleine eiland en de kerk zijn druk en vol. Met alle toeristen die er zijn kan je zo een nieuw kunstmatig eiland bouwen. Naast dit eilandje ligt een piepklein eilandje met een klooster. Daar wonen monniken en dat is niet toegankelijk.

Our Lady of the Rock in de baai van Kotor
Wat we onderweg zien zonder dat het in het programma opgenomen is, is Portonovi, een luxe resort met eigen marina, spa, strand en winkelcentrum. De plek is destijds door een Azerbeidjaan voor een belachelijk bedrag gekocht die er dit resort heeft laten bouwen. Een kamer in het hotel kost 1.500 euro, maar er zijn ook luxe villa’s en daar kost een overnachting 10.000 euro’s. We weten niet of het ontbijt inbegrepen is. We passeren ook een zeilend cruiseschip, het grootste zeilschip ter wereld met masten die op fabriekspijpen lijken en zeilen die van een kunststof zijn gemaakt en nu als een stapel platen onder aan de schoorsteen liggen. Hier bedraagt de prijs 5.500 euro per nacht.
Doordat het zwemmen niet doorging, is er nu tijd over om Perast te bezoeken. Perast is een oud vissersdorpje aan de baai en heeft net als Kotor prachtige Venetiaanse gebouwen en veel kerken. We blijven er maar kort, maar het is aardig om er een indruk van te krijgen. Mocht de ruwe zee ons Perast opgeleverd hebben, het kost ons ook wat. Door de hoge golven klapt onze kleine speedboot als we richting zee varen steeds hoog en hard op het water. De meeste klappen kan je goed opvangen, maar soms zijn ze onverwacht. Arme Rik heeft na afloop zo’n klap in zijn rug gekregen dat elke beweging pijn doet.
Airco uitgevallen
‘s Middags bezoeken we een bijzonder museum: het kattenmuseum. Kotor staat wereldwijd bekend als een echte kattenstad omdat honderden vrije katten door de stad zwerven. De schepen die Kotor aandeden hadden vaak katten aan boord om muizen en ratten te bestrijden. Eenmaal in de haven bleven de katten achter in de stad. De katten worden goed verzorgd, ze zien er gezond uit en zijn vriendelijk. Ze krijgen eten, drinken en aandacht. Er is een dame met een kattenopvang – met zulke leuke kleine katjes – en er zijn organisaties die medische zorg verlenen en voor sterilisatie zorgen om de kattengroep gezond te houden. Ook het kattenmuseum heeft een donatiebox. Het museum is niet groot, het bestaat uit een hal met een kassa en wat souvenirs en twee kamers. Die kamers hangen vol met kattenplaatjes, oude ansichtkaarten, plaatjes van stripkatten en gedateerde kinderboekjes.
Al na de boottocht hadden we geconstateerd dat de airco op onze kamer het niet deed. De receptioniste komt met op de knoppen drukken niet verder dan wij. Na overleg wordt de monteur gebeld. Wanneer hij komt? Om vier uur, of om vijf uur, of om zes uur. Intussen krijgen we eerst een kleine en later een grote ventilator. Dat is tenminste iets. Als we terugkomen uit de stad – we zijn vroeg vanwege de drukte en hitte in de stad – is de monteur bezig. Wij gaan maar op de gang zitten, zodat monteur zijn werk kan doen. Na geruime tijd komt monteur de kamer uit. Monteur spreekt geen Engels, maar schudt zijn hoofd en zegt ‘Kaput’. Dat begrijpen we en dat is geen goed nieuws. We gaan naar de receptie om te vragen hoe ze dit op gaan lossen. Er is geen oplossing, er zijn geen andere kamers beschikbaar. Receptioniste probeert de eigenaar te bereiken voor overleg. Als ze op mijn verzoek opnieuw de eigenaar belt, komt Filip binnen en vraagt of alles goed is. Nee dus, de airco is kapot – al de tweede keer met deze groepstour en de derde keer op onze reis. Het gesprek gaat nu buiten mij om in Balkantaal en Filip heeft een oplossing. Zijn kamer wordt schoongemaakt en dan ruilen we van kamer. Heel lief, maar daar beginnen we niet aan. Filip wil graag dat we wel ruilen, maar we gaan niet Filip opschepen met wat we zelf niet willen, of hij nu reisleider is of niet. Met de ventilator redden we het aardig, al is het niet ideaal, maar ja ‘kaput’ is niet meteen op te lossen.
Opnieuw Dubrovnik
We laten Kotor achter ons en verruilen Montenegro voor Kroatië. We rijden naar onze eindbestemming van de reis: Dubrovnik. De route voert voornamelijk langs de kust van de Adriatische Zee met rechts van ons direct de hoge bergen. Verschil tussen Montenegro en Kroatië is er eigenlijk niet, behalve dan dat er in Kroatië opeens veel cipressen verschijnen. Vlak voor Dubrovnik stoppen we bij een uitzichtpunt van waarvan je heel de ommuurde oude stad kan overzien. Vanwege Riks rug klim ik de hoogste trappen alleen op. Helaas zijn mijn foto’s niet geweldig. Ik heb het foute knopje ingedrukt en geen enkele foto gemaakt…
Vandaag hebben we een pas voor de muren, heel veel musea en het openbaar vervoer. We gaan snel naar de binnenstad om alles te doen wat we vorige keer overgeslagen hebben en beginnen met het Franciscaner klooster met apotheek. De oude apotheek is schitterend met weegschaaltjes, grote vijzels en een keur aan potjes en flesjes. Verder is er vooral religieuze kunst, met mooie iconen en de leuke arm- en beenrelikwieën.
Bovenop een berg buiten de oude stad ligt het Fort Lovrijenac, dat ook wel het ‘Gibraltar van Dubrovnik’ wordt genoemd. Aan het begin van de 11e eeuw wilden de Venetianen een fort bouwen op precies die plek, maar de lokale bevolking zag dat niet zitten en volgens de kronieken bouwden die toen in drie maanden een fort. Toen de Venetianen met hun bouwmaterialen aankwamen, stond het fort er en kregen ze te horen dat ze om konden keren. Het heeft een grote invloed gehad op de geschiedenis van de stad. Want als de Venetianen geslaagd waren, was de stad waarschijnlijk onder hun gezag gekomen. Het is een leuk fort met meerdere etages, kanonnen en veilige wachttorentjes vanwaar je de vijand te grazen kon nemen. Daarnaast kijk je schitterend uit over de zee en de hele ommuurde binnenstad.
Het Rector’s paleis was tussen de 14e en de 19e eeuw de zetel van de Rector (hoofd van de staat/stad) van de Republiek Ragusa, zoals Dubrovnik toen heette. Het is niet alleen een prachtig gebouw met mooie kamers, maar ook een goed ingericht museum. We zien prachtige draagstoelen waarin hoogwaardigheidsbekleders in rondgedragen werden en de twee originele zogenaamde jacquemarts. Jacquemarts zijn manshoge bronzen beelden van mannen met een hamer die elk uur met hun hamer op de klok van de klokkentoren het uur aangeven. Nu doen twee replica’s dat in de klokkentorens en staan de originelen hier. Na nog twee musea is de dag gedaan en keren we huiswaarts. De muur is er niet van gekomen, met Riks rug geen ideaal uitje en er is zoveel meer te zien.

Bronzen beeld van klokkenluider, Dubrovnik
Einde van deze reis
Voor nu ga ik afsluiten. We hebben een heel andere reis gehad dan anders waarin we vooral de natuur opzoeken, maar ook nu hebben we prachtige dingen gezien veel over de geschiedenis geleerd en een mooie reis gehad. De treinreis was erg leuk, de groepsreis was – zeker met Filip als uitstekende reisleider – ook zeer geslaagd. Morgen vliegen we vanuit Dubrovnik naar huis en we gaan genieten van het Nederlandse weer.