[Verzonden op 1 juni 2026 vanuit Henderson bij Las Vegas]
Sequoia National Park
De eerste brief moet nog verstuurd, maar aangezien elk moment kostbaar is, ga ik meteen door met de tweede brief. De eerste brief eindigt na de dag in het Kings Canyon National Park en het debacle met het saven van de foto’s, wat uiteindelijk toch gelukt is. Nu dus tijd voor de dag in het Sequoia National Park. De dag begint voor het ontbijt al heel goed. Rik heeft voor ons allebei een bundel voor op de telefoon besteld zodat we internet hebben. Bij hem werkt de bundel goed, de mijne weigert voor zijn dure geld ook maar iets te doen. Rik is een hele avond kwijt aan telefoon techniek, maar ‘telephone says no’. Mijn bundel doet niets. Nu vanmorgen kan ik opeens via iNaturalist wel iets doen en doet internet het zomaar. Dat is zo fijn. Met iNaturalist kan ik foto’s van de bloemen maken en via iNaturalist krijg je dan, afhankelijk van de plaats heel goede suggesties voor de naam van de plant. Als je zoals ik graag de namen wilt weten, is dat geweldig. Ik baalde dus flink van de niet werkende bundel, maar kijk opeens is hij tot leven gekomen. INaturalist is ook nog eens zo vriendelijk om over de afgelopen dagen ook informatie te geven. Heel fijn, je kan maar gelukkig worden van een naam.

Sequoia NP
Het Sequoia National Park grenst aan de noordzijde aan Kings Canyon National Park, en wordt door de National Park Service als geheel beheerd. Het is opgericht in 1890, als tweede nationale park in de Verenigde Staten, na Yellowstone National Park. Het park dankt zijn naam aan de mammoetbomen of sequoia's die er groeien. We gaan als eerste naar de beroemde General Sherman Tree, de boom met volgens zeggen het grootste volume ter wereld. Het volume wordt geschat op 1.487 m³. Ter vergelijk: dat is 9.844 baden, oftewel 27 jaar lang elke dag een bad. De boom met een diameter van 11 meter is 1.000 jaar oud en is 84 m hoog. De omtrek aan de basis is 33 meter. Je kent zo’n boom van foto’s, maar het is onvoorstelbaar als je er zelf bij staat. Alhoewel het hier minder druk is dan in Yosemite, zijn we zeker niet de enigen die hier komen kijken. De boom heeft de eer een bord met zijn naam te hebben. Er staat een lange file wachtenden die allemaal met het bordje (en een stukje van de boom) op de foto willen. Aangezien de boom tamelijk rond is en het licht aan de andere kant beter is, nemen wij dezelfde boom van de andere kant. De boom heeft een boel reuzenvrienden die allemaal verspreid in het Giant Forest staan. Vaak in groepen van vier of meer tegelijk. Ze houden hier van groot, groter, grootst: vier van de tien grootste bomen ter wereld staan hier in het reuzenbos.

General Sherman Tree
Van de beroemde boom rijden we door naar het museum dat erg informatief is en heel goed uitlegt waarom de reuzenbomen juist hier groeien en nergens anders. Een stukje geschiedenis laat zien hoe aanvankelijk de bomen gekapt werden, het later moeilijk kregen doordat branden te vroeg geblust werden en zaden niet konden kiemen en hoe de dunne grondlaag op de granieten ondergrond werd vernield, waardoor de ondiep wortelende bomen te weinig houvast kregen. Nu weten ze veel meer en wordt het bos goed beheerd met gereguleerde branden en bescherming tegen erosie. Na het museum maken we een wandeling langs een natte weide gadegeslagen door de reuzensequoia’s die het weiland omzomen. We wandelen van de ene naar de andere reus en je blijft je eraan vergapen. Naast de sequoia’s staan niet alleen andere mooie bomen, maar ook geweldige plantjes die genieten van het voorjaar. Ook vogeltjes doen hun best en we zien een prachtig spechtenpaartje van de witkopspecht dat voor onze neus de liefde bedrijft, het voorjaar moet gevierd worden.

Parende witkopspechten
Een volgend hoogtepunt is de tunnel log, een reuzensequoia die over de weg gevallen is. Er is nu een gat in gezaagd en met de auto kan je door de boomtunnel rijden. We moeten er heen en terug doorheen. Gaat het op de heenweg nog snel, terug staan we zo’n veertig minuten in de file. Mensen rijden de boomtunnel in, stappen daar uit hun auto en terwijl een wegholt om een foto te maken, stellen de andere inzittenden zich nonchalant over de auto hangend op. Aangezien iedereen op alle foto’s wil en sommige auto’s voor elkaar foto’s maken, wordt er heel wat heen- en weer gerend en geposeerd wat per auto een aanzienlijke tijd in beslag neemt. Al die ‘spontaan’ poserende mensen werken behoorlijk op de lachspieren. Na nog een laatste prachtige wandeling met een kolibrie, nog meer voorjaarsbloemen en geweldige berguitzichten wordt de dag afgesloten door een muildierhert op de parkeerplaats. Thuis is het tijd voor de laatste magnetronmaaltijd.
Red Rock Canyon State Park
Na twee dagen in het Kings Canyon en Sequoia park gaan we naar Mammoth Lakes. Daar gaan we heen, omdat het gebied beroemd is vanwege de alpenweides vol met bloemen. We hebben een lange rit van ruim 600 km voor de boeg, eerst naar het zuiden, dan naar het oosten en dan weer helemaal terug naar het noorden. Dat klinkt onlogisch, maar is het niet. Zijn we tot nu toe aan de westkant van de Sierra Nevada geweest, Mammoth en de meren liggen vrij ver naar het noorden aan de oostkant en de bergen zitten in de weg en daarom moeten we zo ver omrijden.
Na een bochtige weg de bergen uit, komen we weer in het vlakke landschap waar we dit keer niet alleen veel citrusvruchten zien, maar ook wijnranken en olijfboomgaarden. Onze eerste stop is weer bij de Walmart waar we nu de weg kennen en snel inkopen voor twee dagen in Mammoth Lakes. We rijden door ontzettend droog land en zien eerst een paar en later velden vol ja-knikkers. Denken we eerst dat het om olie gaat, later begrijpen we dat de ja-knikkers water oppompen voor de uitgebreide citrusboomgaarden waar de vallei vol mee staat. Later als we aan de oostkant van de Sierra Nevada omhoog rijden, wordt het landschap wat heuvelachtiger, maar nog steeds is het er droog en zelfs woestijnachtig. We zien hier onze eerst Joshua bomen, een soort vertakte boomyucca.
Omdat de rijdag wel erg lang is, hebben we een stop ingepland bij het Red Rock Canyon State Park. Het park bestaat uit door (ijzerhoudende) mineralen rood gekleurd zandsteen en verschillende vormen van vulkanisch gesteente. Al die gesteentelagen verweren verschillend, waardoor er een fraai kleurenpalet ontstaat met harde lagen boven op een verweerde onderlaag, zodat je denkt te kijken naar een Indiase tempel met door de tand des tijd verweerde figuurtjes er op. We maken er een korte wandeling in de brandende volle zon bij temperaturen die nog hoger zijn dan jullie overdreven Pinkster temperaturen. We zitten in een volstrekt ander landschap dan de voorgaande dagen met de bergen en de bossen. Opvallend genoeg treffen we ook hier weer volop planten. Weliswaar met bescheiden bloemetjes, maar ook als plant moet je verstandig met de hitte omgaan.
Als we verder rijden verandert het landschap opnieuw. Hier en daar zien we kleine meren met aan-grenzend enorme zoutvlaktes, ontstaan door het verdampen van het water. Links verschijnen de hoge met sneeuw bedekte pieken van de Sierra Nevada die nu ten westen van ons liggen. Geleidelijk aan wordt het groener en verdwijnen de Joshua bomen en de zoutmeren. Boven de hoge bergen links en de lagere uitlopers rechts hangen dikke wolken waaruit sneeuw en regen op de bergen neervallen.
Mammoth Lakes
Bij Mammoth Lakes komen we in een geheel andere wereld. We klimmen de bergen in tot ruim 2.000 m. We rijden min of meer door een dal met rondom ons besneeuwde bergtoppen en het landschap doet eerder Oostenrijks dan Amerikaans aan. In Mammoth (het dorpje) blijken we uit te komen bij een skiresort. Er zijn massa’s bureautjes die snowboards e.d verhuren en vanwege de meren is er een levendige handel in boottochten, vistochten en viscursussen. Er zijn outdoorwinkels, bergtochten en het geheel doet niets onder voor een skiresort in de Alpen aangevuld met een ruime keuze uit watersportmogelijkheden. Rondom ons hotel dat toepasselijk genoeg ‘Austria Hof’ heet zijn volop skiliften en de geparkeerde shovel heeft zijn sneeuwkettingen nog aan. Alles wat we verwacht hadden, maar dit niet. Reizen blijft verrassend.
In Mammoth Lakes beloven ze alpenweides vol voorjaarsbloemen en veel wandelingen door bloe-menweides. Maar, omdat we op 2.500 m hoogte zitten, gaan we eerst langs bij het bezoekerscentrum om te horen waar we wel en niet kunnen lopen. We krijgen er goed advies en drie plekken waar we kunnen wandelen. We bereiken het eerste punt via een schitterende weg door de bergen. We rijden over een smal weggetje en aangekomen bij de parkeerplaats blijken er al aardig wat auto’s te staan. Al direct na het uitstappen staan het vol met prachtige bloemen en dat terwijl we gehoord hebben dat het eigenlijk nog te vroeg in het seizoen is. Elke meter wandelpad levert weer nieuwe bloemen op: lupines, phloxen en enorme gele composieten met grote, zacht behaarde bladeren. Nu iNaturalist weer werkt, draait de telefoon overuren om alles vast te leggen. Namen van planten vinden we pas later, want zo ver van alles is er natuurlijk geen internet. De grote gele composiet met de wollige bladeren draagt de toepasselijke Engelse naam woolly mule’s ears (wollige muilezeloren). Het contact met de andere wandelaars is leuk. Ze willen weten waar je vandaan komt, vinden het geweldig dat je uit Nederland komt en geven tips voor andere plekken of zijn verbaasd hoe klein en plat ons landje wel niet is. We zijn geen enkele onaardige persoon tegengekomen, iedereen is even vriendelijk.

Omgeving Mammoth Lakes
De rit naar het tweede punt is even mooi als de eerste, maar tot onze verbazing komen we – ondanks de verbodsbordjes – steeds meer in de berm geparkeerde auto’s tegen. De parkeerplaats bij de wandeling staat mudjevol en we zien stromen mensen de trail oplopen. We zoeken dus maar een rustig plekje van de weg af voor de lunch en gaan dan door naar de derde door de VVV aanbevolen plek, het meer dicht bij de stad. Onderweg zien we dat de bergen in de regen zitten, of verstopt worden door een grauwe wolk en bij aankomst bij het meer is de lucht dreigend. Net gestart met de wandeling horen we in de verte onweer rommelen. Het meer is mooi en de wandeling ook, maar Rik vat het treffend samen: vanmorgen liepen we in een natuurpark, nu lopen we op een wandelpad langs het meer. Aan het eind van het meer keren we om en met nog steeds dreigende lucht en een paar spatjes regen bereiken we de auto zonder dat de regen of het onweer doorzetten. Wel waait het zo hard dat er schuimkoppen op het meer staan en alle bootje van het meer verdwenen zijn. We willen ook nog naar Devils Post Pile, een formatie met bijzondere basaltzuilen. Dat lukt niet. Die weg is nog niet open na de winter. Het seizoen is hier kort.
Death Valley National Park
We verlaten Oostenrijk met de heerlijk frisse berglucht van 2.500 m om de hitte weer op te zoeken. Einddoel van vandaag is Death Valley waar we maar één nachtje blijven. Het eerste gedeelte rijden we terug zoals we gekomen zijn. Met uitzicht op de oostkant van de besneeuwde bergen van de Sierra Nevada, rijden we door het steeds droger wordende landschap. Vanuit de auto zien we alleen wat rode bloemen, maar als we even stoppen, blijkt er weer een grote variatie aan planten te staan, allemaal aangepast aan het droge klimaat. We slaan af richting oosten voor Death Valley en met dat we hoogte verliezen, winnen we aan warmte. De Sierra Nevada verdwijnt uit zicht en in plaats daarvan zien we kale rotsen en op zeker moment een diepe kloof. Bij het Father Crowley uitzichtpunt kijken we de kloof in en hebben we zicht op een van de diep onder ons liggende valleien van Death Valley.
Death Valley National Park, op de grens van Californië en Nevada, is het grootse nationale park van de (aaneengesloten) staten van de VS. Het vormt een overgangsgebied tussen de Great Bassin woestijn ten noordoosten van de Sierra Nevada en de Mojave woestijn die zuidelijker ligt. In het park vind je zoutvlaktes, zandduinen, badlands (een landschapsvorm gekenmerkt door een sterk geërodeerde, uit klei bestaande ondergrond), valleien, kloven en bergen. Het is het heetste, droogste en laagste van alle parken in de VS. Je vindt er het een na laagste punt ter wereld op – 86 m. Vrijwel alle planten en dieren die je er tegenkomt, zijn goed aangepast aan de droogte. De vallei dankt zijn naam aan een groep verdwaalde goudzoekers die een doorsteek naar het Californische goud zochten en waarvan een groepslid omkwam. Death Valley werd in 1933 uitgeroepen tot nationaal monument, in de loop van de tijd is het aanzienlijk uitgebreid en in 1994 kreeg het de status van Nationaal Park.
Via een behoorlijk bochtige weg die vooral daalt, rijden we het park in. We logeren bij Stovepipe Wells Village en omdat de rit vandaag niet heel lang is, komen we rond het middaguur aan, zodat we de rest van de dag nog in het park rond kunnen kijken. Stovepipe Wells Village ligt volledig in het niets en bestaat uit een benzinepomp, een winkel en een hotel. Kachelpijp is best een toepasselijke naam. Als we uitstappen, is de temperatuur opgelopen tot net boven de 40 graden, terwijl iemand vergeten is om de zon vandaag een beetje lager te zetten. Maar ja, klagen over de hitte hier is vrij zinloos.
Als eerste bezienswaardigheid doen we Zabriskie Point aan. Vanaf de parkeerplaats loopt een weg omhoog die prachtig uitzicht biedt op de kleurige bergen rondom. De geologische geschiedenis van het park gaat ver terug en hier zie je hoe dieper liggende gesteentelagen opgeschud zijn door aard-bevingen en later prachtig verweerd zijn. Hier werd vroeger borax gewonnen, wat nu alleen nog op heel kleine schaal gebeurt. Het verderop gelegen Dante’s Viewpoint is ook al zo bijzonder. Van heel hoog kijk je uit op de diepe hoofdvallei van Death Valley met de enorme, oogverblindend witte zoutvlakte. Het is zo’n bijzonder landschap om te zien.

Zabriskie Point in Death Valley
Bij de Golden Canyon wandelen we een klein stukje. Dat je hier op moet passen met de hitte laten ze je niet snel vergeten. Overal waar je uitstapt wordt gewaarschuwd voor de hitte, verteld hoeveel je wel niet moet drinken, dat je altijd in het zicht van de auto moet blijven, welke klachten je kan krijgen en dat als je die hebt, je onmiddellijk weg moet. Het algemene advies is hier dat je na tien uur ‘s morgens niet meer moet gaan wandelen. Ook bij de kloof staat een waarschuwing. Vanwege de hitte mag je maximaal tien minuten buiten de auto. Omdat het al wat later is, is een deel van de kloof al in de schaduw en als je rustig aandoet, val je heus niet meteen dood neer. Het is een mooie, steile kloof met verderop kleurige wanden en we spelen met ons leven door 45 minuten te lopen. Maar eerlijk is eerlijk, de hele kloof (2,4 km) op en neer, daar waag je je hier niet aan.
‘Artist’s Pallete’ hebben we voor het laatst bewaard. Via een rondweg van 14 km rijd je langs de meest kleurige bergen die je je voor kan stellen met als hoogtepunt het pallet. Het lijkt echt alsof een artiest hier aan de gang is geweest en vooral laat op de dag zijn door de lange schaduwen de bergen nog fraaier van kleur. Aardbevingen hebben hier zo’n vijf miljoen jaar geleden vulkanisch as met allerhande mineralen rondgestrooid die door de hitte, water en zuurstof in van alles en nog wat omgezet zijn. Je vindt er een potpourri van elementen als ijzer, aluminium, mangaan en titanium en mineralen die rode hematiet en groene chloriet bevatten. Dit chemische allegaartje zorgt voor een landschap dat met niets te vergelijken valt. Enig minpuntje van het uitzicht is een vrouw met een roze shirtje die het terrein ver inloopt en als lelijke roze zuurstok het plaatje verpest. Gezien de tijd die ze neemt voor haar wandeling, besluiten Rik en P. mevrouw zuurstok met het fotobewerkingsprogramma te verwijderen. Het is alweer acht uur als we thuiskomen. Voor het eten hebben we op deze afgelegen plek geen keus, maar het restaurant is meer dan voortreffelijk.
Na één nachtje beginnen we de dag met nog een aantal indrukwekkende bezienswaardigheden in Death Valley. Na de lage, prachtige zandduinen bij Mesquite Flat Sand Dunes met nauwelijks begroeiing, rijden we dieper het park in, weer langs het schilderspallet en langs de grote Death Valley hoofdvallei, die bestaat uit één grote zoutvlakte. We stoppen bij Devils Golf Course, zo genoemd omdat het terrein zo onregelmatig is dat alleen de duivel er nog zou kunnen golfen. Het is een terrein vol ongeregelde bonken, bestaande uit zoutkristallen van de oude zoutmeren. Door regen en wind zijn die tot keiharde, onregelmatige hopen gevormd die nog steeds veranderen. Op gladdere delen van de ‘vloer’ zie je grote veelhoeken, omgeven door lage dijkjes van zoutranden. Niet allen de vorm imponeert, ook de enorme uitgestrektheid van het gebied is overweldigend.
Een stuk verderop is ‘Badwater’, het allerlaagste punt van Noord-Amerika (en bijna ter wereld) op -86 meter. Hoog op de bergwand hangt een bordje ‘sea level’. Het gebied kon ontstaan doordat aan een kant de Paramint Mountains en aan de andere kant de Black Mountains uit elkaar schoven en een soort scheuren in de tussenliggende spleet vormden. Vanuit de bergen wordt de spleet weer opgevuld met sediment, maar dat gaat niet zo snel als aardbevingen de spleet dieper maken. Er is nog een klein beetje water op dit diepste punt dat bad water is genoemd, omdat een uitgeputte reiziger erg teleurgesteld was dat zijn dorstige muildieren niets hadden aan het veel te zoute water.
De zoutvlakte is onmetelijk groot en lijkt wel op een bevroren meer. Het stormt enorm bij het meer en soms heb je moeite om vooruit te komen. Iemands pet waait af en hoewel de man echt heel hard kan hollen, moet hij minstens 200 meter rennen voordat hij de weggeblazen pet weer te pakken heeft. We vervolgen onze tocht langs het eindeloze zoutmeer en rijden de hele Death Valley vallei uit alsmaar langs het zout. Begroeiing staat er aanvankelijk niet, meer op het eind verdwijnt er iets aan zout en komen er weer – schaars – planten voor.
San Diego dierentuin
Na een prachtige rit komen we uit op de grote weg die nog steeds door de woestijn voert en nog veel zoutvlaktes bevat. Onze bestemming vandaag is San Diego, een flinke afstand van ruim 600 km. Af en toe passeren we een stadje waarvan je je afvraagt wie daar in de woestijn zou willen wonen en waarom. Na lange tijd wordt het landschap wat kleuriger, heuvelachtige en groener. Pas tegen de tijd dat we dichter bij de kust komen en er waarschijnlijk meer regen beschikbaar is, wordt het landschap echt vriendelijker met groene, beboste heuvels en een omgeving die aangenamer lijkt om te wonen.
Om acht uur komen we aan in de grote stad San Diego. P. heeft ons weer in een lange rijdag veilig hierheen gebracht. Hard werken voor hem. We hebben hier weer een huisje, dit keer met drie slaapkamers, twee badkamers en ook weer een volledig ingerichte keuken. Onderweg in Barstow hebben we dan ook weer bij een gigantische Walmart die vast de hele regio bedient, flink ingeslagen, zodat we drie dagen vooruit kunnen.

Annas Hummingbird (vrije bezoeker in San Diego Zoo)
Reden dat de San Diego aandoen, is dat we daar op bezoek willen in de wereldberoemde dierentuin. Toen we het reisplan maakten en ik zag waar San Diego lag ten opzichte van de bestemmingen, bedacht ik dat ik nooit van mijn leven nog zo dicht bij die dierentuin zou komen als met deze reis. Zodoende hebben we San Diego opgenomen in het reisplan en vandaag is het zo ver. Ons huisje ligt – op ons verzoek – vlak bij de dierentuin en we zorgen dat we er bijtijds zijn. Als eerste sluiten we aan in de rij voor de dubbeldeksbus die in 35 minuten een ronde over het park maakt. Zo krijgen we – terwijl de vriendelijke dame van alles over het park en de dieren vertelt – alvast een eerste indruk.
Daarna gaan we gevieren op pad. Rik, alhoewel niet zo’n dierentuin liefhebber, wil wel mee. S. en P. zijn gelukkig beiden liefhebbers. De dierentuin is enorm en met geen enkele Nederlandse dierentuin te vergelijken. Alles is ruim opgezet, er is een geweldige beplanting, compleet met tropisch bos, boomvarens en natuurlijk aandoende vegetatie. De verblijven zijn vrijwel allemaal ruim en mooi ingericht. De informatie tijdens de rondrit is prima, compleet met hun bijdrage aan fok- en natuurbeschermingsprogramma’s en ook op uitgebreide panelen wordt goede informatie gegeven. Opvallend is de aandacht voor de afstamming van reeds lang uitgestorven voorouders en verwantschap tussen dieren. Daarentegen zijn de bordjes bij de verblijven erg beperkt: een naam, iets over waar ze leven, hun IUCN status en soms iets over specifieke bedreigingen. Bij diverse verblijven staan vrijwilligers om over de dieren te vertellen. Ze zijn allemaal even enthousiast over hun werk. Ze staan op verschillende plekken en rijden de grote dubbeldekbus. Rondleiding worden gedaan door betaalde krachten.
De collectie aan dieren is zo uitgebreid, als je alleen al naar de katachtigen kijkt, kom je al op een hele lijst: leeuw, tijger, jaguar, poema, luipaard, sneeuwluipaard, amoerpanter, serval en dan ben ik er vast nog vergeten. Ze hebben net als wij Afrikaanse olifanten die met z’n vieren een geweldige ruimte hebben. Aan joekels van roofvogels hebben ze ook heel wat: Stellers zeearend, de Andes condor, de harpij en meer. Ze hebben behoorlijk grote en hoge volières, maar met een spanwijdte van 2-3 meter is eigenlijk elke volière te klein. Natuurlijk willen we de koala’s zien, per slot komen ‘onze’ Ouwehand koala’s daar vandaan. De koala’s zitten hier geweldig, allemaal buiten, de territoriale mannen elk in hun eigen verblijf, de vrouwen bij elkaar. Zitten de mannen allemaal te slapen, bij de vrouwen is volop activiteit. Ze zitten te eten, een kleintje experimenteert met klimmen, een eentje komt recht op ons af en laat zien dat koala’s echt kunnen springen. Ze zitten zo mooi ruim en met zo’n grote groep, prachtig. We bezoeken ook de reuzenpanda’s die hier nu – na eerdere voorgangers – twee jaar zijn en nog vrij jong zijn. Ze liggen allebei buiten achter glas dat geluid tegen moet houden en zo spiegelt dat je ze moeilijk ziet. Ons verblijf is mooier.

San Diego Zoo
Leuk is dat er zoveel afwisseling is. De dierentuin is ingedeeld in leefgebieden, maar daarbinnen is grote variatie zodat je naast de apen een volière vol vogeltjes vindt. We maken er een lange dag van en op een paar kleine hoekjes na, hebben we alles gezien. S. is superhandig in de weg vinden, heel fijn, want zo voorkomen we heel wat heen en weer geloop in de grote tuin. Op het allerlaatst als de anderen al genoeg hebben gehad, ga ik nog op zoek naar de fossa. Nou ja, Rik brengt me naar de fossa, om te voorkomen dat ik eindeloos rondjes loop zonder ooit het fossaverblijf te vinden. De fossa is het grootste roofdier van Madagaskar en ken ik alleen van plaatjes. In het wild de fossa zien, gaat niet lukken, dus nu wil ik hem zo graag vinden. Rik vindt zijn verblijf, maar helaas fossa laat zich niet zien. Dat geeft niet, ik heb mijn kans benut, en als fossa dan niet wil, moet hij het zelf weten. Mist hij wel de kans om een Nederlandse fan te ontmoeten.
De dierentuin zit in het Balboa park, een groot park vol statige gebouwen die koloniaal aandoen, maar waarschijnlijk uit begin 20e eeuw zijn. Bij een van de gebouwen vindt ‘s morgens een diploma uitreiking van High School studenten plaats. De studenten staan op een groot podium allemaal ge-kleed in een blauwe toga (over een spijkerbroek en sportschoenen) en een baret. Als we om zeven uur terugkomen uit de dierentuin staat het podium vol rode geslaagde High School studenten met of een groene of een blauwe sjerp. Diploma uitreikingen zijn hier een grootse happening.
San Diego Zoo Safari Park
Op onze tweede dag in San Diego bezoeken we San Diego Zoo Safari Park dat een stuk buiten de stad ligt. Het is er zo mogelijk nog mooier dan de dierentuin zelf. Ik wilde daar erg graag heen en was van plan daar ook heen te gaan als niemand mee wilde, tot ik bedacht dat ik in een safaripark waarschijnlijk niet ver kwam zonder auto. Daar is niets van waar. Je hoeft er niet rond te rijden, je loopt alles, behalve langs de savanne waar een gratis parktram rondrijdt. Maar ik hoef helemaal niet alleen, gelukkig willen Rik en P. er ook heen, terwijl S. wel voor een rustdag voelt.
Het safaripark is echt groot. Het is ruim 364 ha en daarnaast is er net zo’n groot gebied dat ze gebruiken voor fokprogramma’s. Gisteren hebben we gehoord dat in maart de spiksplinternieuwe Elephant Valley is geopend. Daar gaan we eerst heen. Ze hebben een familiegroep van acht Afrikaanse olifanten met twee jonge olifanten, een man en vrouw van 7 of 8 jaar. De andere olifanten zijn dames. Ze hebben zoveel ruimte, we schatten dat ze ongeveer een kwart van heel Ouwehand tot hun beschikking hebben. Om jaloers op te worden.
We lopen verder naar de savanne, een enorme vlakte die ongeveer 20% van het safaripark beslaat. We zien, gazelles, wildebeesten, oryxen, Afrikaanse buffels en andere evenhoevigen, neushoorns en veel giraffen. De giraffen lijken kleine stipjes op de grote vlakte, de verrekijker is hier nuttig. Hier kunnen we met het trammetje en de wachtrij daarvoor is in stijl: groot en lang. Het grootste deel van de wachtrij bestaat uit nog jonge schoolkinderen die zich in de lange wachtrij braaf gedragen. De savanne is niet alleen groot, er is van alles ook veel: een grote groep giraffen, kuddes andere hoefdieren en wel zeven of acht enorme kolossen van neushoorns. Zoiets kennen we echt niet.
Een van de vele vrijwilligers – het wemelt ervan, ze hebben er 600 – vertelt dat er een vogelshow is. Die is geweldig. In de wachttijd tot de show begint, vertellen ze over de acht wereldwijde projecten waaraan ze deelnemen. Met een soort Triviant – met heel makkelijke vragen – onderstrepen ze het belang van natuurbescherming in samenwerking met lokale partners en bevolking. Elke keer wordt het publiek geprezen om hun bijdrage daaraan door op bezoek te komen. De show zelf is spectaculair. Van diverse projecten (Afrikaanse savanne, Amazone) vliegen vogels over de tribune naar strategisch geplaatste voerplanken: ibissen, amazone papegaaien, de toekan, maar ook de grote Andescondor. Na hun optreden vliegen ze zelf terug naar hun verblijf of worden mee naar binnen gelokt. Niet alleen vogels treden op, ook het stekelvarken en een geweldige boommiereneter geven acte de présence. Ze weten precies waar ze hun hapje eten vinden. De miereneter klimt gelijk in de stronk waar de verzorger eerder buisjes lekkers heeft verstopt.
Bij de show heeft een vrijwilliger ons verteld dat de cheeta jongen heeft. We moeten daarvoor bijna helemaal terug naar waar we al geweest zijn, maar dat hebben we er graag voor over. We hebben zo’n geluk. De vier kleintjes zijn wakker en bespringen moeders of elkaar en de moeder zelf komt geregeld overeind, zit dan fier rechtop en loopt later rond, gevolgd door vier stuiterende jongen. Ook hier is een vrijwilliger die ze vandaag voor het eerst ziet. Eerder zaten ze achter de schermen en moest je betalen om ze te zien. Ze vragen hier voor veel dingen extra. De wachtrij bij de savannetram kan je omzeilen door $ 20 dollar p.p. te betalen. Naast de standaard safaritram zijn nog veel andere opties die afhankelijk van de uniekheid van de safari oplopen van tientallen tot meer dan 100 dollar p.p. Ook de consumpties zijn schreeuwend duur. Een tapbiertje – niet dat we dat willen – kost 18 dollar. Maar de cheeta vrijwilliger zegt dat al het geld naar de projecten gaat. Naast het cheeta verhaal krijgen we ook uitgebreid te horen welke problemen ze thuis had, die nu voor veel geld door de loodgieter zijn opgelost.

San Diego Zoo Safari
We hebben geen tijd te verliezen en van de cheeta met jongen haasten we ons via een aantal prachtige doorloopvolières naar de tijgertrail om de Sumatraanse tijgers in hun luxe, ruime onderkomens te bewonderen. We zijn op weg naar Australië, want dit is de enige plek – alweer volgens een vrijwilliger – waar je buiten Australië het vogelbekdier kan zien. Hij laat zich goed zien en door het raam voor het water kan je hem ook onder water goed zien. We zoeken nog de kasuaris op en dan moeten we echt richting uitgang, het park sluit om vijf uur en dat wijst de klok nu aan. We hebben echt niet alles gezien, je kan hier zo twee of drie dagen doorbrengen, maar we hebben veel moois gezien. Als dierentuindier is het hier goed wonen. Over de stad zelf kunnen we weinig vertellen, maar een beter programma had je mij niet voor kunnen zetten. José, dank voor de Safaripark tip!
Torrey Pine State Park
Bij vertrek uit San Diego blijken we een parkeerboete te hebben. Niet dat we ergens staan waar het niet mag, maar ons huisje ligt aan een erg steile helling en als je in de VS op een steile helling parkeert moeten je voorwielen naar de stoep wijzen. Onze wielen staan gewoon recht en nu hebben we een vette boete van 86 dollar. Dat bedenk je van je levensdagen niet. Naar onze volgende bestemming, Yoshua Tree National Park, is het niet heel ver, dus voor we afscheid nemen van San Diego rijden we naar het Torrey Pine State Park, genoemd naar de dennenbomen die hier veelvuldig groeien. Het park ligt aan de kust met uitzicht over de Grote Oceaan en met een zeer divers duingebied.
We maken een rondwandeling door de duinen en langs de kust en je wordt duizelig van alle fraaie planten die je ziet. ‘s Avonds maak ik overuren om van alle planten de naam te vinden. We zien verschillende vogels, maar de hoofdprijs gaat naar de zwarte zijdevliegenvanger, een glanzend zwarte vogel met een eigenwijze kuif, lange staart en een opvallend rood oog. Eerst denken we dat manlief stoere duikvluchten maakt om indruk te maken op zijn meisje, maar dan zien we dat in de boom boven ons, kleine kopjes zich uitstrekken als pa in de boom landt. Pa is insectjes aan het vangen voor zijn kroost. We lopen snel van het nest weg, zodat we het jonge gezin niet verstoren.
Yoshua Tree National Park
Na een mooie ochtend rijden we door groen heuvelachtig landschap richting noordoosten. We shoppen weer bij de Walmart en als we met twee dozen pinda’s – om het zout aan te vullen dat je met de hitte verliest – de winkel verlaten, zegt de controleur bij de uitgang dat we op moeten passen dat de pinda’s huis wel halen. We verdenken hem ervan dat het hem niet lukt. Rik en ik passen samen met gemak uit de man. Als we dichter het park naderen, wordt het landschap droger en woestijniger.
Aangezien we al om zes uur ter plekke zijn, zoeken we een plek in het park dat geroemd wordt om zijn zonsondergangen. Het park is zo mooi en zo volstrekt anders dan wat we gezien hebben. Enorme grote en fraai afgeronde rotsblokken staan onregelmatig opgestapeld tot immens hoge torens. In de vlakte eronder is een soort lage struikbegroeiing met wat boompjes. Door het late licht, worden de kleuren intens. Zo mooi. Tot onze verrassing steken nog twee kwartels de weg over en even later scharrelen ze samen tussen het groen. Boven de bergen komt opeens de vrijwel volle maan op, die als een lichtgevende ballon snel boven de bergen uit klimt. We staan in een sprookje.
Het Joshua Tree National Park in het zuiden van Californië is ongeveer 100 km van oost naar west, en 50 km van noord naar zuid. Het park wordt gekenmerkt door twee totaal verschillende woestijnlandschappen: de lage Colorado Desert in het zuidoosten met onder andere Opuntia (vijgcactus) en struikgewassen en de hoger gelegen, vochtigere en iets koelere Mojave Desert, waar de Joshua trees (Yucca brevifolia voor de liefhebbers) groeien, waar het park zijn naam aan dankt. Naast de Joshua trees is het park ook bekend om zijn vreemde landvormen. De heuvels en rotsen bestaan uit massief gesteente, dat is verbrokkeld in losse stukken (boulders). De vlaktes tussen de heuvels zijn schaars begroeid met Joshua trees, die samen met de boulders het karakteristieke landschap vormgeven. De Mojave Desert ligt op ongeveer 1000 meter boven zeeniveau. De Colorado Desert ligt veel lager, en is daardoor aanmerkelijk warmer.
Staan we normaliter met reizen altijd heel vroeg op, met deze reis is dat minder, maar vandaag maken we een uitzondering. Omdat we veel willen zien en je met de warmte beter vroeg kan beginnen, vertrekken we vandaag om zeven uur en nemen het ontbijt mee voor onderweg. Als eerste stoppen we bij de Cholla Cactus Garden. De Cholla cactus ziet er gezellig uit: wollig en dik behaard met veel vertakkingen. Normaliter zie je die verspreid, maar hier is een waar bos met cholla cactussen. Omdat de naalden goed beschermen tegen predatoren heeft de Cactuswinterkoning besloten om in de cactus te gaan wonen en daar beschermd door de stekels zijn nestje te bouwen. Natuurlijk willen we die graag zien en ziedaar, opeens zit hij boven op een cactus. We zien er in de loop van de dag meer en eentje geeft zelfs een hele show, door over de cactus stam te klimmen en lekker te snoepen van dingetjes in de cactus, Het zijn prachtige vogels en veel groter dan onze kleine winterkoning.
Cholla Garden in Joshua Tree NP
Bij het bezoekerscentrum ontbijten we en krijgen we van een uiterst behulpzame dame goede adviezen over waar we vogels en planten kunnen zien. De woestijnen van Joshua park zijn beroemd om hun bloemen en daarvoor zou dit de goede tijd van het jaar moeten zijn. Ze vertelt dat er al vroeg heel veel regen is gevallen, gevolgd door een periode met extreem hoge temperaturen. De woestijnplanten hebben zich geen moment bedacht en zijn massaal gaan bloeien. We zijn nu dus te laat en alleen enkele cactussen die wat onverstoorbaarder zijn, kunnen we nog bloeiend zien.
Het kan de pret niet drukken. Het landschap is zo overweldigend met de grote boulders. Het lijkt alsof een reuzenkleuter met zijn blokkendoos aan het spelen is geweest. Soms lijkt het alsof hij uit verveling de doos omgegooid en de blokjes rondgestrooid heeft. In werkelijkheid hebben we natuurlijk niet van doen met een eigenzinnige reuzenkleuter. De twee overheersende gesteentesoorten (menozograniet en Pinto gneiss) zijn resp. 8,5 miljoen en 1,6 miljard jaar oud. Het graniet is ontstaan door uitgekristalliseerd magma dat door aardbevingen door de gneiss is gebroken, al in de bodem door doorsijpelend water geërodeerd is, later aan de oppervlakte gekomen is en toen nog verder verweerd is. Het is nu een onwezenlijk landschap met enorme, glad afgeronde granietblokken in alle vormen en maten die je je voor kunt stellen en die fantasievol op elkaar gestapeld zijn in een kunstwerk met kieren, spleten en gaten. Bovendien, mogen de planten niet bloeien, we zien zoveel bijzondere planten met zulke geweldige aanpassingen aan het woestijnklimaat dat ik maar foto’s blijf maken om alles vast te leggen in iNaturalist. Dankzij P. en S. werken ook de vogels mee, en zien we een aantal leuke kleine vogeltjes.

Joshua Tree NP
Bij Bajada Nature Trail zijn we op het laagste punt van het park en zitten we in de hetere en drogere Colorado woestijn. Hier geen Cholla cactussen en Joshua bomen, maar weer heel andere planten en cactussen. Hier bloeien de planten als eerste en vrijwel alles is al uitgebloeid. Veel planten zijn eenjarig, bloeien snel en vormen vlug zaad, zodat ze de droge, hete periode als zaad kunnen overleven. De chuparosa bloeit wel het hele jaar door. Hij heeft slanke, rode bloemen met een lange buis en wordt bestoven door kolibries die met hun lange snavel het lekkers uit de bloem opzuigen.
In de Hidden Valley, een soort rondlopende vallei waar vroeger het vee veilig stond opgeborgen maken we een wandeling met steeds magnifieke uitzichten. We zien ook nog een prachtige grote hagedis met een carnavalspak met oranje vlekken en kleine groene vlekjes. Het is een bewegwijzerde rondwandelng van 1,6 km, dus we denken niet te kunnen verdwalen, maar halverwege zijn we toch opeens even het pad kwijt en als we het pad teruggevonden hebben, weet niemand meer zeker welke kant we op moeten. Dat klinkt niet dramatisch, maar er lopen ook paden verder het gebied in en met de brandende zon op je hoofd en de hitte wil je echt niet verdwalen. Na overleg – ik onthoud me met mijn volstrekt afwezige richtingsgevoel van een mening – besluiten de anderen om voor de veilige optie te kiezen en dezelfde weg die we op de telefoon hebben vastgelegd, terug te lopen.
We besluiten de dag met een wandeling naar een voormalige dam, aangelegd om het vee van water te voorzien. Nu is water er schaars en staat het bassin als wij er zijn helemaal droog, maar door de vochtigere omgeving heb je hier meer kans om vogels te zien, wat wonderwel lukt. We komen opnieuw laat thuis na een lange dag met een boodschappentas vol moois.
Ook deze brief is alweer vol, dus ga ik voor nu afsluiten.