Rondzendbrieven Midden-Amerika 2014 > Rondzendbrieven > brief 1: Panama
Eerste rondzendbrief Midden Amerika 2014

Eerste rondzendbrief Midden Amerika 2014

Dit wordt de eerste rondzendbrief van ons vanuit Midden-Amerika. De meeste van jullie zijn al doorgewinterde rondzendbrieflezers, maar voor de nieuwe instappers even een korte toelichting. Wij (Rik en Lydia) mogen graag reizen. Tijdens onze reizen houden we via de rondzendbrieven onze achterban op de hoogte van wat we zien en meemaken. Ik mag graag schrijven en kan me goed voorstellen dat anderen het minder interessant vinden om alles te lezen. Gooi dus gerust de mails weg als je er geen zin in hebt of geef een seintje dat je van de lijst af wil.

Dat gezegd hebbende, kan ik nu met een gerust geweten weer beginnen. Dit keer gaat onze reis naar Midden Amerika. We beginnen onze reis in Panama, gaan dan naar Costa Rica, vandaar naar Nicaragua, vervolgens naar El Salvador en kort naar Honduras. Van Honduras reizen we door naar Guatemala en vanuit dat land gaan we even Mexico in en uit en na nog een paar daagjes Guatemala gaan we Belize bekijken. Vanuit Belize gaan we dan voor de tweede en laatste keer Mexico in en op 8 april vliegen we vanuit Mexico terug naar huis waar we door het tijdsverschil op 9 april aankomen. We reizen met z'n tweeën en hebben de reis helemaal volgens eigen wensen ingevuld, maar wel met een reisbureau, Avila Reizen, dat erg goed de weg kent in Midden- en Zuid-Amerika en dat ons goed geadviseerd heeft over de definitieve invulling van de reis. Het hele reisplan inclusief verplaatsingen, bezienswaardigheden, een aantal excursies en overnachtingen is dus al helemaal uitgestippeld. We hoeven niet meer te plannen, we gaan alleen genieten. A. past op ons huis en verzorgt de vogels, dus we gaan met een heerlijk gerust gevoel op reis.

Woensdag 8 januari vertrekken we al vroeg naar Schiphol (je weet het maar nooit met de NS) voor onze vlucht naar Panama. De NS houdt zich keurig aan zijn eigen dienstregeling en omdat Rik zelf de boardingpassen kan printen en dit keer zelfs ook de grote bagage mag inchecken en labellen zijn we op Schiphol snel toe aan de security check. Die zit dit keer bij de gate zelf. Als het tijd is om te boarden blijkt dat er geen vliegtuig is, dus we moeten wachten. Na een klein uur wachten, mogen we alsnog het vliegtuig in en kennelijk hebben we wind mee, want we komen met een klein beetje vertraging aan. Het begrip efficiency is nog niet erg doorgedrongen op de luchthaven van Panama. Voor de controle van de paspoorten staat een gigantisch lange rij en het duurt een klein uur, voordat je aandacht krijgt van de douaneman of vrouw. Maar dan krijg je ook veel aandacht: een scan van het paspoort, een foto en een vingerafdruk van alle tien je vingers. Vervolgens kom je bij de bagageband. Het voordeel van lang wachten bij de paspoortcontrole is dat je niet meer op je bagage hoeft te wachten. Die draait al zeker een half uur onbewaakt rond op de bagageband. Gelukkig zijn onze rugzakken er allebei. We denken dat we nu klaar zijn, maar dat is een misvatting. We mogen nu aanschuiven voor de bagagecontrole waarbij zowel de grote bagage als de handbagage door de securitycheck moet. Aangezien er maar twee banden zijn, moet je hier ook weer erg veel geduld hebben. Eenmaal in de hal vinden we al snel Gustavo, onze gids die ons heel comfortabel naar ons hotel brengt. Als we eenmaal op de kamer geïnstalleerd zijn is het pas 8 uur 's avonds, maar voor ons is het dan 2 uur 's nachts. Na het opstaan om kwart over vijf vinden we dat de dag wel lang genoeg is geweest en om kwart voor negen liggen we in bed. Midden in de nacht om half twee schrikken we wakker van een hard alarm. Drie keer achter elkaar klinkt een luid noodsignaal dat een keer of vier herhaald wordt. We denken dat het het brandalarm is, staan snel op en schieten wat kleren aan. Ik ga naar beneden om te informeren wat er loos is. De nachtportier kijkt me aan met een blik die hij waarschijnlijk altijd opzet als dronken mensen onwaarschijnlijke verhalen vertellen. Over welk hard alarm heb ik het? Hij heeft niets gehoord, er dreigt geen gevaar en ik kan gerust gaan slapen. Wel lopen vanuit de hal dikke kabels naar straat waar inmiddels harde feestmuziek klinkt. Aangezien ik de enige verschrikte gast in de hal ben, ga ik maar weer naar boven en stappen we maar weer in bed. Panamezen slaan misschien wel luid alarm voordat ze aan een feestje beginnen.

Miraflores sluizen bij Panama Stad

Miraflores sluizen bij Panama Stad

De volgende dag maken we een stadsexcursie in Panama-Stad. Met Gustavo gaan we eerst naar de Miraflores sluizen, een van de drie sluizen van het Panamakanaal. Er is een uitzichtplatform waar je kan kijken hoe de gigantische schepen door de sluizen worden geloodst. Aan beide oevers liggen rails, waarop locomotieven rijden. Die worden vastgemaakt aan het containerschip en zo wordt het schip precies in het midden van de sluis gehouden. Het is een fascinerend gezicht om te zien hoe eerst de sluis volloopt, vervolgens de deuren opengaan en helemaal wegklappen in de sluismuur en vervolgens het grote schip dat maar net in de sluis past, de sluis invaart. Er zijn twee sluizen naast elkaar, elk bestaande uit drie kamers. Verderop zijn de Pedro Miguel sluizen die de schepen naar het hoogste punt bij het Gatun meer brengen. Richting Caribische zee en Atlantische oceaan is dan ook weer een sluizencomplex om de schepen op het lagere niveau daar te brengen.

Geschiedenis Panamakanaal

Het Panamakanaal kent een boeiende historie. Spaanse ontdekkingsreizigers zoals Christoffel Columbus en Rodrigo de Bastides hadden begin 16e eeuw al de kust van Panama verkend. Vasco Núñez de Balboa had Bastides vergezeld op zijn reizen en naar aanleiding van fantastische verhalen van de plaatselijke bewoners over goud, besloot Balboa in 1513 een expeditie te ondernemen naar de binnenlanden van Panama. Op 25 september 1513 was Balboa de eerste Europeaan die het water van de Grote Oceaan vanaf het Amerikaanse continent zag. Hij reisde meerdere keren naar de kust van de Grote Oceaan, zelfs met een boot in onderdelen om de kust te verkennen. Balboa had ontdekt dat de kortste weg tussen Spanje en de Grote Oceaan over Panama liep. Na de verovering van Peru rond 1530 en de ontdekking van zilver werd Panama van groot militair en commercieel belang. Tussen 1540 en 1740 had Panama een sleutelrol in de handel tussen beide gebiedsdelen. Aan de westkust werd het zilver van Peru aangevoerd en door karavanen over een afstand van 80 kilometer vervoerd, door het oerwoud, naar de Panamese oostkust. Aan de oostkust was Portobelo uitgegroeid tot een belangrijke handelsplaats van waaruit de jaarlijkse zilvervloot naar Spanje vertrok. Aan het begin van de 18e eeuw werd de route om Kaap Hoorn een belangrijk alternatief. Deze directe vaarweg was veel goedkoper dan de route via Panama. De Spaanse kolonie in Panama raakte in een economische depressie die meer dan 100 jaar zou duren.

Al in de 16e eeuw werd gesproken over de mogelijkheid om de landengte die de Atlantische van de Grote Oceaan scheidt, met een kanaal te doorsnijden. Filips II (1527-1598) verbood echter het graven van een kanaal op straffe des doods, omdat 'de mens niet mag scheiden wat God heeft verenigd'. In 1848 werd de Amerikaanse Panama Railroad Company opgericht. Doel was een spoorweg tussen beide oceanen aan te leggen. In Bogotá – Panama en Colombia vormde toe nog één geheel – werd onderhandeld over de concessie. Die werd verleend voor een periode van 49 jaar. Colombia kreeg als tegenprestatie jaarlijks 250.000 dollar aan pacht. In 1850 startte de werkzaamheden en vijf jaar later was het werk af. Het verlies aan mensenlevens was enorm, zeker 5000 mensen zijn omgekomen door malaria, gele koorts, ongevallen, geweld en zelfmoord. De kosten van het werk bedroegen 8 miljoen dollar, een veelvoud van de geraamde kosten. De opbrengsten overtroffen de verwachtingen ook; al in 1859 was de investering terugverdiend. Het succes was mede een gevolg van de goudvondsten in Californië in 1848. De gold-rush trok vele gelukzoekers aan en de route via Panama was het snelst. Reizigers voeren naar Colón, stapten daar over op de trein die ongeveer vier uur later Panama-Stad bereikte. Vandaar ging de reis per boot verder naar Californië.

In 1881 werd de spoorwegmaatschappij gekocht door de Franse kanaalbouwers voor een bedrag van 18 miljoen dollar. De Fransman Ferdinand de Lesseps, die ook het Suezkanaal had aangelegd, bezocht in 1879 het gebied. Zijn doel was een kanaal op zeeniveau, dus zonder sluizen, tegen een verwachtte kostprijs van 1,2 miljard Franse frank. Na een geslaagde aandelenemissie had de Lesseps voldoende geld om met de daadwerkelijke bouw te beginnen. Grote Franse bouwbedrijven, zoals Couvreux & Hersent, werden ingehuurd en in januari 1881 kwamen de eerste bouwtechnici in Panama aan. Kort na de start van het regenseizoen in 1881 werden al de eerste zieken met malaria en gele koorts gemeld. Ziekenhuizen werden gebouwd , maar de medische kennis was onvoldoende om de zieken te genezen en er vielen veel slachtoffers. Eind 1881 was in Cristóbal een groot machinepark aangelegd . Gebrek aan goede werkafspraken, reserveonderdelen en een aardbeving in september 1882, die veel schade aanbracht, vertraagden de werkzaamheden. De grote maatschappijen trokken zich uit het project terug en kleine bedrijfjes probeerden het werk voort te zetten, maar misten de ervaring. Er werd besloten alsnog sluizen aan te leggen om de hoeveelheid af te graven grond te verminderen. Deze plannen kwamen te laat; door de tegenslagen bij de bouw en de vele slachtoffers (22.000) werd het voor De Lesseps onmogelijk om aandelen uit te geven. Eind 1888 kwam de bouw stil te liggen door een gebrek aan geld en op 4 februari 1889 werd de Compagnie failliet verklaard. In de daarop volgende jaren lag de bouw aan het kanaal nagenoeg stil. Ongeveer 800.000 Franse beleggers in de Compagnie verloren hun inleg.

Het duurde nog tot 1904 voor de aanleg werd hervat. Via een door de Verenigde Staten (onder president Theodore Roosevelt) gesteunde legeropstand werd de provincie Panama afgescheiden van Colombia en in november 1903 uitgeroepen tot onafhankelijke staat. Twee weken later werd in het Witte Huis te Washington het Hay-Bunau Varilla Verdrag ondertekend . In dat verdrag, waar geen Panamezen bij betrokken waren, werd vastgelegd dat 1400 km² Panamees grondgebied 'voor eeuwig' aan de Verenigde Staten werd overgedragen: de Panamakanaalzone. De VS startte meteen de kanaalwerkzaamheden. Ook toen stierven er in het begin vele mensen aan malaria. Een arts zette echter het project weer op de rails door de muskieten aan te pakken. Er vielen minder doden dan tijdens de Franse periode: zo'n 5600. Bij de bouw werden stoomgraafmachines ingezet die zeer goed werk leverden. Op 15 augustus 1914 voer het Amerikaanse stoomschip Ancon als eerste schip door het kanaal. Het project lag hiermee voor op schema: de oorspronkelijke einddatum was op 1 juni 1916 bepaald. De kosten van de aanleg van het Panamakanaal voor de Verenigde Staten bedroegen in totaal 375 miljoen dollar, dat bedrag is inclusief 10 miljoen dollar voor Panama en 40 miljoen dollar voor de overname van het Franse bouwbedrijf. Het kanaal was zelfs 23 miljoen dollar goedkoper dan berekend in 1907.

Na de Tweede Wereldoorlog begonnen de spanningen tussen Panama en de Verenigde Staten op te lopen. In Panama begon steeds meer de mening post te vatten dat de Kanaalzone in rechte toebehoorde aan het Panamese volk. In 1964 braken studentenprotesten uit die een gewelddadig karakter kregen. Dit leidde tot militair ingrijpen waarbij onder de opstandelingen 22 doden vielen. In 1974 begonnen de onderhandelingen, die in september 1977 uitmondden in de Torrijos-Carterverdragen, ondertekend door de Panamese militaire heerser Omar Torrijos en de Amerikaanse president Jimmy Carter. In deze verdragen werd geregeld dat het kanaal zou worden overgedragen aan Panama, waarbij het land een verdrag moest ondertekenen dat de neutraliteit van de zone moest garanderen en de VS de garantie gaf om terug te keren wanneer gewenst. Uiteindelijk leidden de verdragen ertoe dat het kanaal op 31 december 1999 werd overgedragen aan de Panamakanaalautoriteit (ACP), waarmee het volledig Panamees bezit was geworden.

In 1998 startte een onderzoek naar de langetermijntoekomst van de waterweg. Dit onderzoek mondde uit in een plan om het kanaal gedeeltelijk te verleggen, te verbreden en te voorzien van nieuwe en grotere sluizen. De nieuwe sluiskamers worden 427 meter lang, 55 meter breed en 18,3 meter diep. Op 22 oktober 2006 stemde de bevolking van Panama door middel van een referendum massaal in met een verbreding van het kanaal. De uitbreiding zal een investering vergen van ruim 5 miljard dollar. Het plan was om deze uitbreiding op te leveren voor augustus 2014 om zo het honderdjarig bestaan van het kanaal te kunnen vieren. Het is nu al duidelijk dat dat niet gaat lukken. De Spaanse aannemer die tot grote woede van de VS het project gegund kreeg, heeft waarschijnlijk dankzij steekpenningen, onder valse voorwendsels het project gekregen. Nu dreigen partijen het werk te staken omdat ze eerst betaald willen krijgen. Als er niet snel een oplossing komt, komt het project net als destijds bij de Fransen weer stil te liggen.

Per dag varen zo'n 35 schepen door het kanaal. De tol die de schepen moeten betalen is afhankelijk van grootte en lading en bedraagt 3 – 400.000 dollar. De laagste tol die ooit betaald werd, was door de Amerikaan Richard Halliburton die in 1928 in tien dagen door het kanaal zwom. Hij betaalde op basis van lengte en gewicht 36 cent.

Vervolg reisbeschrijving

Goed na dit stukje geschiedenis terug naar de reis. Na de Panamasluizen bekijken we in de stad nog Casco Vieja en Panama Viejo. Panama Viejo is de oude hoofdstad die in 1519 door Pedro Arias de Avila gesticht werd. De stad was de uitvalsbasis voor de verovering van Peru in 1532. Als belangrijk handelscentrum was het ook een aanlokkelijk doelwit voor piraten en in 1671 is de stad door de beruchte piraat Henry Morgan en zijn kornuiten volledig verwoest. Heel lang is er niets met de ruïne stad gebeurd en heeft het oerwoud tijd gehad om de stad op te eten. Inmiddels hebben er al heel wat opgravingen plaatsgevonden en zijn er diverse ruïnes van oude kerken, het hospitaal, de residentie van de bisschop en de toren van de kathedraal blootgelegd. Het is een mooi groen gebied met prachtige ruïnes en ook veel vogels hebben dit rustige plekje opgezocht. We zien vandaag in de stad, bij de ruïnes en ook bij de sluizen al aardig wat vogels. Topvogel van vandaag is de enorme fregatvogel die we bij de sluizen zien.

Casco Viejo is de stad die gebouwd werd nadat de oude stad – Panama Viejo – verwoest was. Om te voorkomen dat ook deze stad verwoest zou worden werd er zo'n sterke muur om de stad gebouwd dat die elke aanval zou doorstaan. In de oude stad zie je veel verschillende stijlen: Spaanse koloniale gebouwen en kerken, Franse en Antilliaanse huizen uit de tijd van de aanleg van het Panamakanaal en het mooie witte paleis, vroeger het presidentiële paleis, nu alleen het werkpaleis van de president. Het paleis dat de bijnaam 'paleis van de reigers' heeft, kunnen we niet van dichtbij zien. De president is in bespreking met belangrijke hotemetoten en bij alle toegangswegen zijn de slagbomen dicht en staat politiebewaking.

Het paleis is niet het enige dat afgesloten is vandaag. Vrijwel alles is dicht. Vandaag is het een herdenkingsdag, de dag van de martelaren, en heel Panama is dicht: banken, musea, winkels en zelfs de kleine straatkioskjes en de schoenpoetser houden het vandaag voor gezien. Panama herdenkt vandaag de bloedig neergeslagen studentenopstand van 9 januari 1964. Op het Bolivarplein in de oude stad staat een vrijheidsstrijder uit vroeger tijd: Simon Bolivar, die in geen enkele zichzelf respecterende Midden- of Zuid-Amerikaanse stad ontbreekt. Balboa heeft het hier toch iets verder geschopt. Van hem staat een groter beeld op de parkachtige boulevard die langs de oceaanoever loopt.

El Valle

De tweede dag maken we vanuit Panama een excursie naar El Valle. El Valle ligt in een 6 km brede vulkaankrater van de El Valle vulkaan. De vulkaan is niet meer gevaarlijk, de laatste uitbarsting is zo'n 300.000 jaar geleden. De omgeving van El Valle is prachtig en bestaat eigenlijk alleen maar uit jungle. In El Valle komt een bijzonder kikkertje voor, de Panamese goudkikker, die alleen in delen van Panama, waaronder El Valle, voorkomt. Het kikkertje is ernstig bedreigd in zijn voortbestaan en daarmee uitgeroepen tot natuurbeschermingssymbool van de omgeving van El Valle. Wij zien het kikkertje wel. Niet in het wild, want dat is zeer onwaarschijnlijk, maar in de dierentuin El Nispero van de Stad El Valle. Het kikkertje heeft een mooi paludarium met meer dan genoeg ruimte. Daarmee is het een grote uitzondering. Veel dieren zitten in armzalige hokken zonder dat enige aandacht is besteed aan de inrichting van het verblijf of gelet is op de natuurlijke omgeving van het dier. Een aapje hangt zo zielig uit zijn nachthokje dat je de neiging krijgt om hem naar Ouwehands te sturen. Wat we wel tijdens onze wandelingen in de omgeving van de stad zien, zijn prachtige watervallen en veel grote en kleurige vlinders. Bij de tweede stop kunnen we ook een 'canopytour' doen. Je wordt dan in een tuigje gehesen en moet aan een draad over een diep dal heen. Jullie zullen ons genoeg kennen om te weten dat wij kiezen voor de rondwandeling op onze eigen twee benen. Voor gevaarlijke avonturen zijn we niet geschikt.

Doorvaart Panamakanaal

Thuis mopperen we graag op de NS. Hier in Panama kunnen ze het beter. Op onze laatste dag in Panama staat een gedeeltelijke doorvaart van het Panamakanaal op het programma. Volgens de planning vertrekt de boot om half tien uit Panama en vaart dan in ongeveer vier uur eerst door de Miraflores sluizen en dan door de Pedro Miguel sluizen. In Gamboa stopt de boot, zouden wij uitstappen en naar ons resort vlakbij het Soberania National Park gaan. In de auto deelt Gustavo al mee dat de maatschappij de doorvaart heeft veranderd. We gaan nu eerst met de bus naar Gamboa, stappen daar op de boot, varen terug naar Panama en worden dan met de auto naar Gamboa gebracht. Erg omslachtig, te meer daar we alle bagage bij ons hebben en daar dan erg veel mee moeten slepen. Uiteindelijk blijft de bagage bij Gustavo in de auto en komt mee met de auto die ons later naar Gamboa brengt. Om even over achten dumpt Gustavo ons bij de boot. Daar vertellen ze ons dat we om drie uur weer terug zijn. Om kwart voor negen komt de bus en iedereen stapt in. Daarna gebeurt er tot kwart voor tien helemaal niets en net als bij de NS krijgen we geen enkele informatie. Om half elf zijn we bij Gamboa. De bussen stumperen wat rond alsof ze geen benul hebben waar ze moeten parkeren. Nu komt onze gids wel met een mededeling. De boot is in de buurt, maar moet door een loods naar de aanlegsteiger gebracht worden en er is geen loods. We moeten een half uurtje wachten. Een half uurtje duurt in Panama iets meer dan anderhalf uur en om even over twaalven gaan we terug in de bus (verplicht!) voor de laatste 30 meter naar de boot.

Zo tegen half een is iedereen aan boord en de boot klaar voor vertrek. Opnieuw zomaar informatie: we varen de verkeerde kant op, want we moeten nog wachten op het schip dat samen met ons door de sluis moet. Om één uur beginnen we dan eindelijk aan de tocht terug naar Panama. Helaas komt van de geplande vier uur ook niets meer terecht. Het schema voor de sluizen is nu ernstig verstoord en we moeten bij alle sluizen wachten op een groot containerschip. Uiteindelijk varen we om zeven uur in het pikkedonker de haven van Panama weer binnen en om kwart over acht met bijna zeven uur vertraging ten opzichte van ons oorspronkelijke schema komen we in ons resort aan. Wie durft er nu nog te klagen over de service van de NS.

Overigens is de vaart door het kanaal prachtig en is het een bijzondere ervaring om de grote sluizen van het Panamakanaal te passeren. In een mum van tijd lopen de sluizen vol en weer leeg. Na de twee sluiscomplexen zijn we in totaal 26 meter gezakt. Ook over het wachten in Gamboa kunnen we niet echt klagen, want tijdens het wachten zien we drie toekans, waarvan een van heel dichtbij en een specht die druk bezig is met zijn jongen en bekken vol poepluiers van de jongen ruimt. Wie klaagt bij zulke hoogtepunten over vertraging. Misschien moet de NS een deal met eekhoorns, hertjes of ooievaars sluiten.

Gamboa

Onze dag in Gamboa is fantastisch. We starten om zeven uur met de eerste ochtendwandeling en sluiten af met een nachtsafari in het donker. Bij de ochtendwandeling kan mijn dag al niet meer stuk. We zien maar liefst twee (drieteen)luiaards. Ik wilde zo graag op deze reis een luiaard zien en ziedaar op de eerste echte excursie hangt hij (eerst een zij later een hij) in de boom. Je mag dieren geen menselijke eigenschappen toedichten, maar hij heeft zo'n leuk koppie, het lijkt echt alsof hij gelukzalig naar ons glimlacht. Wat wil je ook als je 18 uur per dag slaapt, maar één keer in de week of minder je boom uit hoeft om te poepen, maar één keer per jaar je druk hoeft te maken over de paring en als je wakker bent, alleen maar jonge blaadjes hangt te eten. Overigens is er ook geen strijd om een wijfje. De mannetjes komen op een vruchtbaar vrouwtje af en zij zoekt uit de kring aanbidders de meest macho luiaard uit.

Later zien we de bladsnijdermieren. De blaadjes vallen veel meer op dan de mieren, waardoor het net lijkt of je colonne wandelende blaadjes langs ziet komen. De blaadjes worden in het nest gebracht en gaan daar rotten. De schimmels die erop groeien zijn het voedsel voor de larven. We zien hoe stromen mieren met een klont schimmel in hun bek vanuit het grondnest de boom in klimmen om op de goede plek hun pakketje op de grote hoop onderaan de boom te laten vallen. In die berg krioelt het van de larven die zich tegoed doen aan de schimmel. Het blijft een mysterieuze organisatie zo'n mierenkolonie. Zo'n kolonie herbergt zo'n 8 miljoen mieren. Hoe kan het dat de organisatie daarvan zo perfect verloopt? Hoe weten de individuele mieren wat ze moeten doen, wie bepaalt wie wat doet en waarom stellen ze hun leven volledig ten dienste van de kolonie?

We zien veel te veel om op te schrijven, nog eentje heel kort dan: 's avonds zien we een grote familie capibara's. Dat er zo dicht bij het Panamakanaal zo'n mooi natuurpark is, is geen toeval. Er zijn er meer. Veel natuur rondom het Panama kanaal is beschermd natuurgebied. De natuur is niet zo heel slecht af met het Panamakanaal, want op het Panamakanaal zijn ze zuinig en extra onderhoud kost geld. Zolang de jungle gezond en wel op de hellingen staat, wordt de bodem vastgehouden en is bodemerosie geen probleem. Een van de zeldzame voorbeelden waarin economisch belang en natuurbelang gelijk opgaan.

Boquete en omgeving

Vanuit Gamboa vliegen we heel vroeg naar David en van daaruit gaan we naar Boquete dat een stuk hoger ligt en daardoor een aangenamer klimaat heeft. Boquete ligt in de provincie Chiriqui de meest zuidwestelijke en meest vruchtbare provincie van Panama. Er worden bananen, guaves, avocado's abrikozen, mango's, aardbeien, aardappels, maïs en suikerriet verbouwd, daarnaast hebben ze een aanzienlijke veestapel en veel forel. De provincie is welvarend en heeft een lage werkeloosheid (2%, in heel Panama 6%). Na het faillissement van de Franse kanaalmaatschappij zijn veel mensen van uiteenlopende nationaliteiten hier naartoe getrokken om een nieuw bestaan op te bouwen. Verder heeft de provincie nog een grote groep (200.000) Guaymï Indianen. De vrouwen zijn gemakkelijk te herkennen aan hun kleurige wijde jurken met fraai geborduurde randjes. In Boquete verkoopt een winkel die traditionele kleding die alleen door de Indianen zelf met de hand gemaakt mag worden.
Als wij in Boquete zijn is er een groot agrarisch festival dat tien dagen duurt. Er is een prachtige bloementuin, er zijn stalletjes met lokale producten, je kan lassowerpen, op een enorme stier zitten en kinderen mogen een rondje paardrijden. Het is gigantisch druk en naar het schijnt klinkt tot diep in de nacht feestmuziek.

Plinio komt ons op de luchthaven ophalen om ons naar Boquete te brengen. Onderweg stoppen we nog even bij heetwaterbronnen met een temperatuur van rond de 40 graden. Al gelijk blijkt dat Plinio een geweldige gids is. Hij ziet elk vogeltje, weet veel van planten en ziet alles wat er te zien is. Als hij merkt dat wij erg enthousiast zijn over alles wat we zien, vraagt hij wat we ervan vinden als we de plannen aanpassen. We hebben hier twee wandeldagen, maar met stevige wandelingen, waardoor we niet heel veel tijd overhouden en zeker geen tijd hebben om bij elk plantje en vogeltje te stoppen. Hij kan de wandelingen zo inkorten dat we wel wandelen, maar veel meer tijd hebben om te kijken. Geweldig dat hij dat meteen voorstelt. Lopen is leuk, maar we komen om dingen te zien en niet om prestaties te leveren!

Rondom Boquete hebben we zo twee fantastische dagen. We wandelen twee dagen door de nevelbossen; de eerste dag door het Amistad Park, een groot grensoverschrijdend park van Panama en Costa Rica, de tweede dag door het park van de Baru Vulkaan (de enige vulkaan in Panama en met 3475 m het hoogste punt van Panama). We zien, zelfs in het prachtige, maar uiterst dichte nevelbos, heel erg veel. Plinio vindt alle vogels voor ons en veel ervan vinden wij ook. Bij één vogeltje moet ik van Plinio naar z'n pootjes kijken. Dat is wel een heel moeilijke opdracht. Ik vind mezelf al heel knap als ik in de dichte vegetatie een donkergrijs vinkje kan vinden, pootjes kijken is voor gevorderden. Als het toch lukt, snap ik meteen waarom Plinio dit zei. Het donkergrijze vogeltje heeft knalgele dijbenen en ziet er met zijn gele feestbroek geweldig uit.
En wat is de meest bijzondere en beroemdste vogel van Midden-Amerika: de vogel met de mooie Indianennaam quetzal. En welke vogel zien we echt heel goed (Rik heeft er zelfs een foto van): de quetzal. De lijst met alle andere vogels zal ik jullie besparen, maar voor ons is die indrukwekkend. Hoera voor Plinio.

Bocas del Toro

Vanuit Boquete gaan we naar alweer ons laatste overnachtingsadres in Panama, naar Bocas del Toro. Bocas del Toro is de hoofdstad van de gelijknamige provincie die ten noorden ligt van Chiriqui. Over de volledige lengte van Panama loopt een door vulkanen gevormde bergkam die de Continentale Divide vormt. Ten noorden ervan stromen de rivieren naar de Caraïbische Zee en ten zuiden naar de Grote Oceaan. Naar het oosten worden de bergen lager en daar ligt ook het Panamakanaal. Aan de andere kant van het kanaal worden de bergen weer hoger.
Om in Bocas del Toro te komen, moeten we de Divide oversteken. We gaan eerst een stuk terug naar het zuiden en klimmen dan door de intens groene bergen helemaal naar de top. Het waait er gigantisch en een deel van de weg kunnen we geen hand voor ogen zien door de dichte wolken. Bij de 'Duivelskin' stoppen we omdat we volgens Geraldo, onze chauffeur, vanaf een top daar een schitterend uitzicht hebben. Ik haal nauwelijks de top en ben onderweg bang dat ik weggeblazen word, zo sterk is de wind.

Vanaf de top van de Divide dalen we weer helemaal af naar zeeniveau. In Almirante worden we afgezet. De rest van de tocht naar Bocas del Toro gaat per watertaxi, want de stad ligt op het eiland Colon. Het leuke van reizen is dat alles altijd anders is dan je verwacht. We hadden bedacht dat er wel een soort Texelse veerboot naar Colon zou varen. De watertaxi lijkt daar niet op. Het is een kleine boot met plaats voor 20 – 25 personen. Kennelijk ligt de taxi wat achter op schema, want eenmaal op zee gaat de motor vol open en scheuren we, gelijk een speedboot, over het water. De boot slaat met zware klappen op de golven, die er veel plezier in hebben om de toeristen te laten voelen dat ze echt nat zijn. Spectaculaire tocht en veel leuker dan een gewone veerboot.

In Bocas del Toro word je geacht voor avonturen te gaan: snorkelen, duiken, surfen, canopytours, quad-rijden en ga zo maar door. Ben je moe van al dat avontuur kan je aan het Caraïbische strand (vast en zeker met een cocktail) nog een leuke, rood verbrande huid opdoen. Het mag duidelijk zijn dat wij niet voor deze avonturen komen en zeker niet voor het strand.

De eerste dag gaan we met z'n tweeën voor een boottocht met Capitan Willy waarin we van alles gaan zien. Natuurlijk blijkt dat Willy toch een andere klus heeft, dus nu gaan we met zijn broer, Billy, die precies weet wat we willen en net zoveel weet als Willy. Vooruit dan maar, zo gaat dat nu eenmaal als je op reis bent. Afgelopen nacht heeft het stevig geregend en we dachten dat we het daarmee gehad hadden. Fout. We zitten goed en wel in de boot als er een enorme tropische stortbui losbarst. De boot is overdekt, maar het water loopt aan alle kanten vanaf het dakzeil de boot in. Bovendien striemt de regen onder het zeil door. We pakken kijkers en fototoestellen in waterdichte zakken, doen regenhoezen om de rugzakjes en hullen onszelf in de weggooi poncho's van de Action. Valt nog helemaal niet mee om met harde regen en straffe wind twee armen en een hoofd door de goede gaten van een nog nieuw opgevouwen flodderponcho te krijgen. Later wordt het weer droog en kan alles weer uit het plastic.

Luiaard op Sloth Island.

Luiaard op Sloth Island.

De tocht is super en broer Billy laat ons alles en meer zien dan er is beloofd. We varen eerst naar Delphin Bay, een baai die zijn naam eer aandoet. We zien er van heel dichtbij veel dolfijnen, en omdat ze weten dat wij er zijn, springen er ook een paar hoog uit het water. We bekijken in het kraakheldere water enorme gele zeesterren, zeeëgels, poliepen, koraal en scholen kleine visjes. Aan vogels zien we vandaag niet heel veel, maar duidelijk zichtbaar in een dode boom poseren een bruine pelikaan en een fregatvogel (mannetje met de rode keelzak) voor ons. De volgende stop is sloth (luiaard) island. Billy wijst ons maar liefst vijf luiaards aan. Eentje is diep in slaap, zijn klauwen stevig om de boom.

Aardbeikikker = Red poison-dart frog (Dendrobates pumilio).

Aardbeikikker = Red poison-dart frog (Dendrobates pumilio).

Laatste stop is red frog beach. Enige idee wat we daar zien? Kaaimannen die in een zoetwater poel zwemmen. En ja hoor ook de rode kikkertjes. Ze zijn geweldig. Piepklein , 2-3 cm en rood met donkere stippen en wit in hun pootjes. Vanaf de kikkertjes varen we weer terug naar Isla Colon. Terug hebben we weer zo'n enorme hoosbui, van een douche word je minder nat! Voordeel is wel dat de temperatuur ook een stuk lager is en je geen last van de brandende zon hebt.

De laatste dag in Bocas del Toro fietsen we het eiland over. Isla Colon is heerlijk voor mensen zonder richtingsgevoel zoals ik. De stad ligt op een los puntje van het eiland dat met een smalle strook verbonden is met de rest van het eiland. Over de slurf loopt een weg die zich iets voorbij de slurf in tweeën splitst. Een weg loopt langs de kust en loopt dood. De andere weg loopt dwars over het eiland en eindigt daar. Hier verdwaal ik niet. Rustig peddelend fietsen we het eiland over en hebben alle tijd om te kijken naar het tropisch bos om ons heen en de spaarzame, kleine dorpjes.

Ik wilde eigenlijk afsluiten, maar de man met het vliegtuig moet nog in de brief. Als we de eerste avond in Bocas zitten te eten, zie ik aan de overkant van de weg een groot speelgoed vliegtuig rijden. Ik wijs Rik op het enorme radiografisch bestuurde vliegtuig dat gezien zijn grootte vast heel duur moet zijn. Tot onze verbazing is er niets radiografisch aan het vliegtuig. Er zit een touw aan. Even later zien we meer. Aan het touw zit een lange stok en het vliegtuig wordt door een volwassen man achter zich aangetrokken. Na het eten zitten we op ons balkon aan de hoofdstraat en zien we de man diverse keren langskomen. Hij blijkt meerdere vliegtuigen te hebben. Het eerste is een soort gevechtsvliegtuig, het tweede is een passagierstoestel met een rood knipperlicht op het dak. Het spannendste komt na wat meldingen van de verkeerstoren die de man tu-tu-tu roepend doorkrijgt: hij mag opstijgen. Hij neem een spurt en langzaam komt het vliegtuig een meter van de grond, blijft twee meter vliegen en stort dan neer. Zorgvuldig wordt het rechtgezet. Na de vlucht wordt er weer gewandeld. Hij is er elke avond en we kijken alweer naar hem uit.

Onze eerste actie op het balkon in Bocas was trouwens minder handig. Als we buiten staan en weer naar binnen willen, blijkt de balkondeur op slot en helpt de kamersleutel niet om die open te krijgen. Wat nu? Drie dagen balkon is wat lang. Gelukkig blijkt een raam open te zijn en lukt het me door het raam naar binnen te klimmen. Natuurlijk ben ik wel zo vriendelijk om voor Rik de deur van slot te doen.

Vanaf Bocas del Toro gaan we terug naar Almirante en dan de grens over naar Costa Rica. Daarover horen jullie in de volgende brief meer.