[Verzonden op 5 september 2026 vanuit Sarajevo (Bosnië en Herzegovina)]
Van Dubrovnik naar Split
De vorige brief eindigt in Dubrovnik, dus begin ik deze nieuwe brief nog even daar. Na twee volle dagen verlaten we ons appartement met hopeloze schuifdeur en kapotte airco om terug te keren naar Split. Daar overnachten we alleen maar om de volgende dag door te reizen naar Rijeka. Dankzij goede informatie bij de VVV weten we nu dat we met de bus naar de haven kunnen en dat de bushalte ongeveer 20 minuten lopen is van het appartement. De informatie in de bus is minder helder of beter afwezig, maar dankzij onze medepassagiers stappen we bij de goede halte voor de haven en de ferry uit. Omdat we pas in de loop van de middag met de ferry vertrekken, parkeren we de grote tassen bij een opslagkantoortje en zoeken nog een wandeling door de stad op. De wandeling voert vanaf de haven naar de oude stad. Het eerste stuk is weinig interessant en na 2 km zegt Rik: ‘Kijk, dat is de halte waar we opgestapt zijn’. We zijn weer op bekend terrein en komen uit op de route die we ook vanaf het appartement naar de oude stad liepen. Daar is het vandaag drukker dan we ooit gezien hebben, dus we keren al snel weer om.
Met bagage installeren we ons in de hete wachtrij voor de ferry. Het is weer een mooie tocht over de Adriatische Zee en vrijwel steeds varen we tussen de kust en kleine, allemaal even groene eilandjes door. We stoppen geregeld bij een eiland om mensen in en uit te laden en kunnen nog even zwaaien naar Korčula. Tijdens de rit zien we een ontzettend rode zon langzaam richting zee zakken en overgaan in een fel oranje gekleurde lucht. We komen opnieuw in het donker in Split aan, maar nu kennen we de weg naar het hotel en zijn we er snel. In dit hotel zijn ze steeds uiterst vriendelijk. Morgenochtend vertrekken we voordat we kunnen ontbijten in de ontbijttent verderop. Daarom hadden we vorige keer gevraagd of ze iets konden regelen. Nu staat er in de koelkast op de kamer een ontbijtpakketje en omdat het licht pas aangaat als je de hotelkaart in de sleuf zet, staat er al een kaartje in de sleuf om te zorgen dat de koelkast aan blijft. Heel attent.
Met drie (of twee?) treinen van Split naar Rijeka
Vanaf Split hebben we een lange reisdag waarbij we drie treinen nodig hebben. Eerst rijden we in zes uur met de trein Split – Zagreb naar Ostarije. In Ostarije moeten we 1,5 uur wachten op de trein naar Ogulin, een stukje van 5 minuten. Na een kwartier stappen we dan in voor het laatste traject naar Rijeka waar we om zes uur horen aan te komen. Het eerste stuk, Split – Zagreb, rijden we een heel stuk van het traject dat we eerder gereden hebben, weer terug. We hebben opnieuw mooie uitzichten op het karstlandschap. Verschil met de heenreis is dat het nu bewolkt is en we onderweg hier en daar wat plassen zien. Jammer genoeg heeft het niet heel veel effect op de temperatuur.
Met een half uur vertraging komen we in Ostarije aan. Vertraging geeft hier niet, want we moeten toch lang wachten op de trein voor het korte stukje naar Ogulin. Wat erger is, de trein naar Ogulin komt niet opdagen. Die heeft eerst een vertraging van 20 en later van 30 minuten, toch echt te veel voor een overstap met 15 minuten speling. Omdat we van de Kroatische omroepberichten niet echt de essentie mee krijgen, vragen we aan een andere wachtende of hij kan vertellen wat er gezegd is. Inderdaad de trein naar Ogulin is 30 minuten vertraagd. We hebben al op Google gevonden dat er 2,5 uur later nog een trein vanuit Ogulin naar Rijeka gaat, niet fijn, want dan komen we pas rond tien uur / half elf ‘s avonds aan. De man vertelt dat de trein daarna doorgaat naar Rijeka. Dat klinkt veelbelovend, maar op advies van een passgier niet overstappen, is risicovol. We vragen het dus aan de perronchef. Die beaamt het verhaal. Ook de stationschef in Ogulin verzekert ons dat de trein doorgaat naar Rijeka. We blijven dus maar zitten en komen zo – zij het met veertig minuten vertraging toch nog op een redelijke tijd in Rijeka aan.
Rijeka
In Rijeka zijn we maar één dag. Aan het eind van de dag reizen we door naar Ljubljana. Rijeka is de derde stad van Kroatië en de voornaamste havenstad. Rijeka betekent rivier, en dat geldt ook voor de Italiaanse naam Fiume waaronder de stad lang bekendstond. Fiume ontwikkelde zich stormachtig nadat de stad, die toen tot het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije behoorde, in 1873 werd aangesloten op het spoorwegnet. De enige zeehaven van Hongarije stond onder gezag van Boedapest en was de rivaal van het naburige Oostenrijkse Triëst. Na de val van de Dubbelmonarchie werd Fiume een twistappel tussen Italië en het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen, het latere Joegoslavië. Na de Tweede Wereldoorlog werd Rijeka onderdeel van de Joegoslavische deelrepubliek Kroatië.
Rijeka heeft in de binnenstad veel historische gebouwen waaraan je de Hongaarse en Oostenrijkse invloeden terugziet. Er zijn ook genoeg kerken waarvan er redelijk veel ook van binnen te bezichtigen zijn. Net als in Zagreb is er een ontzettend lange ondergrondse tunnel die ook hier uit de Tweede Wereldoorlog stamt. Midden in de stad staat de klokkentoren met een prachtige rond dak, de Gradski Toran. Op deze plek heeft vroeger de stadspoort gestaan maar de aardbeving in 1750 heeft die verwoest. Honderd jaar later is deze klokkentoren ervoor in de plaats gebouwd. De stadstoren heeft ook een poort net als de oude stadspoort.
Wat we niet willen missen in Rijeka is het Trsat kasteel. Het kasteel ligt op een berg boven de stad en om daar te komen moet je wel eerst 538 treden naar boven klimmen. Voordat je bij het kasteel bent, passeer je eerst het Franciscaner klooster en de Onze-Lieve-Vrouwe Kerk. Het is een mooi complex waar je kaarsen kan opsteken voor een willekeurige heilige en er is een heuse souvenirwinkel vol kerkrommel, want het is een van de belangrijkste bedevaartsoorden in Kroatië. Het kasteel is niet heel groot, maar heeft mooie torens en geeft een prachtig uitzicht over de stad. Het gebouw staat hier al sinds de 13e eeuw en is het oudste gebouw van de stad. Maar degene die het kasteel uit het stof heeft gehaald en heeft opgeknapt is Laval Nugent, Iers van geboorte, maar al vroeg door zijn vader weggestuurd om in het Oostenrijkse leger te dienen. Dat deed hij in de Napoleontische oorlogen zo succesvol dat hij behangen met eretitels en getrouwd met een welgestelde gravin zich kon wijden aan zijn andere hobby’s: kunst verzamelen en archeologie. Hij knapte Trsat op en maakte er zijn residentie, een museum en een mausoleum van. Inmiddels is het nationaal bezit en open voor publiek.

Rijeka, kasteel Trsat
Onduidelijke trein van Rijeka naar Ljubljana
Onze trein naar Ljubljana vertrekt om even na zeven uur ‘s avonds en komt drie uur later in Ljubljana, de hoofdstad van Slovenië, aan. Vanmorgen hebben we geprobeerd plaatsen te reserveren – dat lukte niet digitaal – maar de dame achter het loket verzekert ons dat dat niet nodig is. We zijn ruim op tijd op het station waar het behoorlijk druk is. Dezelfde dame van vanmorgen vertelt ons op welk perron we moeten zijn en deelt mee dat de trein een half uur vertraging heeft. Op het perron is het ontzettend druk met mensen die net als wij allemaal grote bagage bij zich hebben. Eerst staat onze trein aangekondigd, later een trein naar ons onbekende bestemmingen die al veel eerder had moeten komen, maar nog meer vertraging heeft. Ook vandaag zijn de Kroatische omroepberichten geheimtaal voor ons, dus ik vraag iemand om uitleg. De trein komt nu om acht uur. Gaat dat over de trein naar Ljubljana? Ja, het gaat over de trein naar Ljubljana, Boedapest en als eindbestemming Warschau. Maar wij gaan helemaal niet naar Polen en onze trein noemt als eindbestemming Ljubljana. Dat moet een andere trein zijn. Nee, wijst de man. Op een verder spoor (zonder perron) staat een lange trein vol mensen. De behulpzame man stapt van het perron, steekt de rails over naar die lange trein. Ja hoor, Ljubljana staat erbij, Boedapest en Warschau ook. Dit is onze trein en die staat er al tijden. Het lijkt ons goed om hoe dan ook voordat we ergens instappen een stationsmedewerker aan te schieten.
Om kwart voor acht komt er een trein binnen en zoals altijd staat er een stationschef op het perron. Ja, de trein gaat naar Ljubljana, maar alleen de voorste drie wagons. We klimmen voor in de trein, maar van het hele volle perron volgt niemand, iedereen blijft staan. We gaan op zoek naar andere mensen en personeel, maar we blijken in ons eentje in de drie coupés te zitten. De rest van de trein is inmiddels afgekoppeld. Rustige treinen zijn fijn, maar dit voelt als een spooktrein. Uiteindelijk vind ik één medepassagier. Zij heeft het net gevraagd en moet ook naar Ljubljana. Iets later zien we nog een man zitten en als Rik het aan hem vraagt is het antwoord ‘Si’. Er gebeurt verder niets. We zitten in een lege trein, die stilstaat op een leeg stuk van het perron. Als Rik later poolshoogte gaat nemen, staat op het bord onze trein aangegeven. We geloven nu maar dat we goed zitten. Op wonderbaarlijke wijze is de man ‘Si’ opeens verdwenen. Uiteindelijk verlaat onze lege spooktrein het station van Rijeka.
Na lange tijd komt een conducteur. Gelukkig verzekert zij ons ervan dat we in de goede trein zitten. Als ik vraag of Ljubljana het eindstation is zegt ze ‘Ja en nee’. Ons deel wordt daar afgekoppeld, de rest van de trein – we vermoeden de Boedapest–Warschau trein van het tussenspoor – gaat door. Ze raadt ons aan om een heel stuk terug te lopen, want ons deel van de trein stopt buiten het perron. We vonden het ook al zo vreemd dat de trein wel geregeld stopte, maar nooit bij een station of perron. Om half twaalf arriveren we in Ljubljana waar we samen met de medepassagier uitstappen. Het station is één grote bouwput en via door hekken omgeven gangen bereiken we de verbouwingsuitgang. Daar heeft onze routebeschrijving geen rekening mee gehouden. De route is helder, maar waar staan we? Aan de goede kant, de zijkant, de achterkant? Dat het laat, donker en verlaten is, helpt ook niet mee. Uiteindelijk vinden we de voorkant van het station en kunnen we de route oppikken. Tegen 12 uur zijn we bij het hotel waar in een kleine hal niets van een receptie te bespeuren is. Na wat zoeken zien we dat de receptie op de 7e etage is. Daar krijgen we van een uiterst onwillige en ongeïnteresseerde receptioniste de kamersleutel. Zo kan een treinreis nog heel avontuurlijk voelen.
Over Slovenië
Even een adempauze om iets over Slovenië te schrijven. Slovenië, aan de zuidoostelijke rand van de Alpen, wordt begrensd door Oostenrijk in het noorden, Italië en de Adriatische Zee in het westen, Kroatië in het zuiden en oosten en Hongarije in het noordoosten. Het land is klein, dicht bebost en bergachtig. In het westen heeft het land een korte Adriatische kust. De hoofdstad en tevens grootste stad is Ljubljana.
Het huidige Slovenië behoorde eeuwenlang tot Oostenrijk. Een klein deel van het huidige Slovenië lag in Hongarije. In 1866 werden enkele westelijke, door Slovenen bewoonde, gebieden afgescheiden van Oostenrijk en toegewezen aan het nieuwe Koninkrijk Italië. In 1918 volgden het gebied rond de stad Triëst en een aantal andere kuststeden. Enkele honderdduizenden Slovenen kwamen toen samen met Kroaten in Italië te wonen in wat Istrië heette. In 1918 werden door Slovenen bewoonde delen van de Oostenrijk en Hongarije samengevoegd als provincie Slovenië in de kortstondige staat van Slovenen, Kroaten en Serviërs (SHS), die zich al snel transformeerde tot het koninkrijk Joegoslavië. In die periode werden de grenzen van Slovenië vastgelegd in verschillende verdragen.
Na de bezetting in 1941 werd Slovenië opgedeeld tussen Duitsland, Italië en Hongarije. Deze staten probeerden in hun deel de Sloveense taal en cultuur te marginaliseren. In het ‘Duitse’ deel lukte de germanisatie aardig, de overige Slovenen verzetten zich daartegen, wat uitmondde in een onderlinge strijd tussen de nationalistische Sloveense Domobranci en het communistische Sloveens Bevrijdingsfront. De communisten voegden zich in de partizanen van Tito en met toestemming van de geallieerden kregen zij in 1945 de overmacht. Grote aantallen nationalisten werden toen geëxecuteerd. In augustus 1945 ging Slovenië samen met het door Joegoslavië geannexeerde Istrië als 'volksrepubliek Slovenië' deel uitmaken van het Democratisch Federatieve Joegoslavië, dat later ‘Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië' (SFRJ) als naam kreeg.
Slovenië was de welvarendste republiek in deze federatie. In 1990 werd de naam ‘Socialistische Republiek Slovenië’ gewijzigd in ‘Republiek Slovenië’. In 1991 werd Slovenië onafhankelijk. Hieraan ging de Tiendaagse Oorlog vooraf, die werd beëindigd door het Akkoord van Brioni. Op 1 mei 2004 trad het land toe tot de Europese Unie. Inmiddels is het eveneens lid van de NAVO en van de OESO. In 2007 is Slovenië toegetreden tot de eurozone. Dit betekende het einde van de Sloveense tolar.
Slovenië is ongeveer half zo groot als Nederland (20.373 km²). Ondanks het relatief kleine oppervlak zijn er grote verschillen in het landschap. In het noorden liggen de Karawanken, Kamnische Alpen en in het noordwesten de Julische Alpen. In de Julische Alpen ligt de berg Triglav (drie toppen) die met 2864 m de hoogste berg van het land is. In de Julische Alpen ligt ook het grootste meer van Slovenië, het Meer van Bohinj. Het oosten is vlak, overgaand in de Pannonische laagvlakte van Hongarije. In het zuidwesten en zuiden overheersen middelgebergtes en heuvellandschappen, die overgaan in de Dinarische Alpen. Hier is sprake van een karstlandschap met de kenmerkende periodieke meren en vele onderaardse grotten. In het uiterste zuidwesten is de 47 km lange kustlijn. De helft van het land is bebost. Het klimaat is in het noorden continentaal, aan de kust mediterraan en als wij er zijn te heet.
Slovenië telt slechts weinig grote steden. De hoofdstad Ljubljana en Maribor zijn de enige steden met meer dan honderdduizend inwoners. Slovenië is etnisch het meest homogene land van de opvolgerstaten van Joegoslavië. Wel wonen er veel Slovenen van oudsher buiten Slovenië: de meesten in Italië, Oostenrijk en Hongarije. In de Verenigde Staten, Canada, Argentinië en Australië is een grote Sloveense migrantengemeenschap, terwijl de Sloveense aanwezigheid in Nederland bijzonder oud is (15e eeuw) en in 1931 - als gevolg van de opkomst van de mijnen in Limburg - een hoogtepunt bereikte.
Postonja en Predjama
Terug naar de reis. De eerste dag in Ljubljana zien we weinig van de stad. We hebben treinkaartjes naar Postonja voor de Postonja grotten en eventueel het kasteel van Predjama. Omdat de treinreis 1,5 uur duurt, besluiten we de trein van 9 uur te nemen om er bijtijds te zijn. Maar naar goed Kroa-tisch en Sloveens gebruik heeft ook deze trein al bij vertrek een half uur vertraging. Niet dat de trein te laat binnenkomt, hij staat al ver voor vertrek op het perron, maar dat is het wel. Nog even en dan gaan we spontaan Koolmees en de NS prijzen, omdat er bij ons treinen zijn die wel op tijd rijden.
Het grottenstelsel bij Postojna, een aantal miljoen jaar geleden door de Pivka rivier uitgesleten, is zo’n 20 kilometer lang, waarvan je 5 km kan bezoeken. De grotten zijn één van de grootste druipsteengrotten ter wereld en zijn dan ook een van de belangrijke bezienswaardigheden in Slovenië. Dat merken we. Tijdens de rondleiding ga je deels met een treintje en deels te voet. In het treintje op het plaatje lijken niet heel veel mensen te passen, maar als wij ons voor de rondleiding opstellen, staan we in een grote drom mensen. Ze blijken talloze treintjes te hebben. Elk treintje met zo’n 50 mensen krijgt op grond van de gewenste taal een gids toegewezen en trein na trein vertrekt. Na een stukje rijden sluit de hele treinkudde wandelend aan achter de gids die af en toe met een microfoon wat uitleg geeft. Veel van de uitlegpunten lijkt de gids over te slaan, wat niet heel erg is, omdat zijn Engels onverstaanbaar is. Het tempo ligt best hoog, zodat we geregeld denken de groep te verliezen. Geeft ook niet, want verdwalen kan niet, je komt altijd wel een volgende kudde tegen. Normaal zijn dit niet de uitjes waar we op kicken, maar de grotten zijn zo overweldigend en we zien kamer na kamer met de prachtigste druipsteen en karst verschijnselen. Ondanks het bedenkelijke toeristische karakter en het kindertreintje mag je deze grotten echt niet missen. Ze zijn ook bijzonder mooi verlicht. De bijzondere vormen komen er goed door uit, maar er is geen poppenkast met gekleurde lampen en namen als kathedraal, olifant of orgel en ook grapjes over hoe donker het is als het licht uitgaat, blijven uit.

Postanja grotten
Wat erg leuk is, is dat we de grottenolm (Proteus Anguinus) hebben gezien. Dat is een salamander die uitsluitend in grotten leeft, bijzonder zeldzaam is en endemisch voor de ondergrondse wateren van het karstgesteente van Centraal en Zuidoost Europa. Hij is volledig aangepast aan leven in het donker en het water. Zo zijn zijn ogen gereduceerd, heeft hij geen pigment (hij is roze) en net als de axolotl houdt hij zijn hele leven zijn larvale uiterlijk met uitwendige kieuwen. In vroeger dagen dachten ze dat het drakenjonkies waren. We zien hem niet in het wild, maar in een groot aquarium in de grot.
Tot ons genoegen rijdt er een shuttlebus tussen de grotten en het kasteel, want dat blijkt 9-10 km van de grotten af te liggen. Een retourtje kost 2 euro wat de chauffeur een aardige bijverdienste oplevert. We zien hoe het werkt: hij geeft de passagiers ongeveer om en om een kaartje. Het geld van de niet uitgegeven kaartjes hoeft uiteraard niet verantwoord te worden en zo blijft hij toch geloofwaardig.
Het kasteel is helemaal in een grot gebouwd en is echt geweldig. Het is een kasteel zoals je zou wensen dat elk kasteel was. Vol gangen, geheime trappetjes en doorgangen. Doordat het in de grot gebouwd is, zie je soms niet waar de rots ophoudt en de muur begint. Het terras is altijd droog, want de rots vormt een natuurlijk dak. Je kan overal rondkijken. Niet alleen in de woonvertrekken en de slaapkamer annex badkamer, maar ook in het kamertje van de wacht. Die kon via schietgaten veilig schieten en via vernuftige sleuven in de muur de slotgracht in de gaten houden en de vijand bestoken met hete pek of olie. Luiken in de muur van de rechtszaal openen boven een afgrond. Een makkelijke manier om de doodstraf uit te voeren. Als je alle martelwerktuigen ziet, geloof je meteen dat gevangenen het hier niet echt fijn hadden.
Als we denken alles gezien te hebben komen we bij het grotkasteel. Dat ligt min of meer achter het kasteel en is helemaal verstopt in de rotsen. Hier komt het verhaal van de legendarische roofridder en beroemdste bewoner van het kasteel om de hoek kijken. Erasmus van Predjama leefde er in de 15e eeuw. Nadat hij wat hand- en spandiensten voor verschillende legers had uitgevoerd en in opstand was gekomen tegen de Habsburgse keizer werd hij gezocht en moest zich verbergen.
Het door de rotsen beschermde kasteel werd belegerd en uitgehongerd, maar Erasmus had niet alleen zijn grottenkasteel, maar ook een gangenstelsel dat helemaal door de berg liep en in een ander dorp uitkwam. Hij had dus eten en drinken genoeg. Dat liet hij ook de vijand merken die hij trakteerde op halve gebraden ossen. In de vallei waar hij boodschappen deed was het klimaat zachter waardoor de kersen er eerder rijp waren. Dus toen Erasmus zijn vijand trakteerde op kersen terwijl in de verre omtrek geen kers te vinden was, schreven ze hem magische krachten toe. Toch is het niet goed afgelopen met Erasmus. Zijn toilet was een apart hokje op het terras. De muur van dat toilet was het zwakke punt van het kasteel. Een van zijn eigen bediendes verraadde dat aan de vijand. Dus toen Erasmus op zijn gemak zat, schoten ze met een katapult een enorme ronde kei af die dwars door muur vloog en de muur samen met Erasmus verpletterde. Einde roofridder.

Predjama kasteel
Ljubljana
Ljubljana, de hoofdstad en grootste stad van Slovenië, ligt aan de rivier de Ljubljanica. De stad her-bergt een rijkdom aan grote gebouwen in art deco, renaissance of barok stijl. De art deco gebouwen heeft de stad te danken aan de wederopbouw na de aardbeving van 1895. Veel gebouwen in de stad zijn ontworpen door de Sloveense architect Jože Plečnik, zoals verschillende kerken, de markt en de drie bruggen. Zijn werken zijn sinds 2021 opgenomen op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Ljubljana is een UNESCO literatuurstad. De stad kent een lange historie van Romeinen, Atitila met zijn Hunnen en Slaven tot het in de 14e eeuw onder Habsburgs gezag kwam. Ljubljana zou onder de naam Laibach zes eeuwen lang onderdeel van de Oostenrijks-Habsburgse cultuursfeer zijn, gemengd met wat Italiaanse invloeden. In de 18e eeuw werd Ljubljana een belangrijk cultureel en wetenschappelijk centrum met banden met Italië en Oostenrijk. De Academia philharmonicum telde musici als Haydn, Beethoven, Paganini en Brahms onder zijn ereleden en Mahler heeft er het orkest geleid.
De Eerste Wereldoorlog was de aanleiding voor de breuk met de Habsburg-dynastie. Oostenrijk-Hongarije viel uit elkaar en Slovenië, en daarmee Ljubljana, sloot zich aan bij de nieuwe staat, het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. Na de Duits-Italiaanse bezetting van dit deel van Joegoslavië, tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1941, werd Slovenië verdeeld en geannexeerd en de tot Lubiana herdoopte stad kwam onder Italiaans bewind. Na de Tweede Wereldoorlog werd Ljubljana opnieuw de hoofdstad van Slovenië, nu als een van de zes republieken van Joegoslavië. Op 25 juni 1991 verklaarde Slovenië zich onafhankelijk. Hiermee werd Ljubljana de hoofdstad van een nieuwe staat, het hart van het politieke, economische, culturele en wetenschappelijke leven van de Sloveense natie.
We hebben een volle dag om al het moois in Ljubljana te bekijken. Een van de dingen die genoemd moeten worden, zijn de drie bruggen (Tromostovje). Dat zijn drie met elkaar verbonden bruggen die de Ljubljanica overspannen in het oude centrum. De bruggen zijn ontworpen door de eerder genoemde Jože Plečnik en werden gebouwd in 1931-32 op de plek waar vroeger een oversteekplaats was. Vanaf de brug kijk je uit op de zalmroze St Franciscus kerk. Een zwaar barokke kerk uit de 17e eeuw die van binnen prachtig beschilderde muren en plafonds heeft. Zoals elke oude stad hier is er ook een kasteel boven op de berg. Via een beschaduwd groen paadje doen we de klim omhoog. Het is goed onderhouden en veel dingen zoals de binnenplaats, de uitzichttoren en de kapel mag je bekijken zonder toegang te betalen.
Een van de bekendste bezienswaardigheden is de Drakenbrug (Zmajski most) met op alle vier de hoeken een boosaardig kijkende groene draak. De brug uit 1901 is het oudste art deco bouwwerk van de stad. Het is niet alleen een interessante historische plek en het is ook niet zomaar een bouwwerk, de metalen draak staat namelijk symbool voor de macht, moed en grandeur van de stad.
Aan groen is ook gedacht. Aan de westkant van de stad ligt een gigantisch beschermd stadspark, mooi groen met veel bomen. Ook in de stad zelf zijn veel parkjes en het hele centrum is autovrij. Waarschijnlijk heeft dat ertoe bijgedragen dat Ljubljanan in 2016 (twee jaar voor Nijmegen) de titel groene hoofdstad van Europa heeft verdiend.
Als laatste bezoeken we Metelkova City, één van de grootste en meest succesvolle gekraakte gebieden van Europa. In de verlaten legerbasis huist de alternatieve scène in Slovenië – een zelfverklaarde autonome stad. De muren zijn van onder tot boven vol met graffiti, waarvan een klein percentage in onze ogen de naam street-art verdient. Verder zijn er aardig wat kunstwerken, eentje bestaat uit een soort hologige hangende poppen, een andere uit een soort reuzenspin. Alternatief is het zeker. We lopen door een dikke hashwalm en de politieauto staat waarschijnlijk niet voor niets te surveilleren.

De wijk Metelkova in Ljubljana
Van Ljubljana naar Boedapest
Vanaf Lubjaljana reizen we naar Boedapest, voor de laatste keer per trein. In Boedapest sluiten we aan op een groepsreis van Intrepid, met een kleine groep. Het is een lange rit, we vertrekken om 9 uur en horen om 5 uur aan te komen. We hebben geen overstappen en gereserveerde plaatsen. De trein is erg rustig en we hebben een zespersoons coupé voor onszelf. De grote tassen zetten we dus maar op de stoelen tegenover ons. Het gangpad is te smal, de ruimte onder de bank te laag en het bagagerek te hoog. Sinds Riks val in Australië durft hij dat soort hoge manoeuvres niet meer met de arm te doen en ik haal het sowieso niet. Zo staan ze niemand in de weg. Daar denkt de conducteur anders over. We moeten 10 euro bijbetalen voor de bagage. We stellen voor ze op de grond te zetten, maar ook dan moeten we bijbetalen. In het bovenrek is gratis. We vragen of hij – grote sterke man – dan even wil helpen. Dat wil hij niet. Gelukkig komt er net een stevige jongeman langs die meteen wil helpen en met een stoere armzwaai beide tassen bovenin legt. Zo, geregeld. Conducteur – de fluit heeft hij al – kan fluiten naar zijn ongetwijfeld zwarte 10 euro.
Bijna de hele weg houden we de coupé voor onszelf en we genieten van het landschap. Eerst een prachtig, Oostenrijks aandoend landschap met lieflijke bergen, dorpjes en groene dalen, dat meer naar het oosten overgaat in de Pannonische Vlakte die ook in Hongarije doorloopt. Aan de stations-namen merk je dat je in Hongarije bent. Elk woord heeft minstens een speciaal teken, een accent de een of andere kant op, een umlaut en liefst een paar van alles. De trein vertrekt op tijd, maar loopt onderweg toch drie kwartier vertraging op.
Boedapest
We schuiven – door de vertraging een klein half uur te laat – bij de groepsbespreking aan. De groep mag je gerust internationaal noemen. We zijn met z’n tienen: een echtpaar en een vrouw uit Nieuw Zeeland (onze leeftijd), een vrouw uit Australië (geschat 45), een vrouw uit Zuid-Afrika (geschat 40), een man uit Ierland (geschat 55), een man uit Canada (geschat 35) en een nog iets jongere man uit Canada. Filip, onze gids is een Kroaat uit Zagreb die perfect Engels spreekt. Na de introductie gaan we conform de Intrepid traditie de eerste avond gezamenlijk uit eten.
Boedapest, de hoofdstad van Hongarije, ligt aan weerszijden van de Donau. In vroeger dagen waren het twee verschillende steden, maar in 1873 werden Pest en Boeda verenigd tot één stad. Toen werd begonnen met de bouw van omvangrijke regeringsgebouwen die de stad een groots Hongaars-nationaal karakter gaven. Boeda is gelegen op de heuvelachtige rechteroever van de Donau. Pest is het lage, vlakkere gedeelte met het parlementsgebouw en de St. Stefanusbasiliek. We gebruiken de dag in Boedapest voor een uitgebreide stadswandeling, waarbij we beginnen in Pest. Veertien jaar geleden zijn we ook in Boedapest geweest, dus een opfrisbeurt kan geen kwaad. De stad staat zo vol met ongelofelijk mooie panden, daar lees je echt de glorietijd als belangrijke stad in het Oostenrijks-Hongaarse rijk nog duidelijk aan af.
Een van de prachtigste gebouwen in een mix van gotische, moorse en art deco stijl is de Parisi Udvar (Parijse hof) uit het begin van de 20e eeuw. Oorspronkelijk opgezet als bank- en zakenkantoor met op de begane grond een overdekte winkelgalerij. In de communistische tijd moesten ze daar natuurlijk niets van hebben en ten tijde van de verandering van het regime was er weinig meer van over. Inmiddels is het in volle glorie hersteld en de buitenkant is zo prachtig. Helaas is het geen winkelgalerij meer, maar is het nu een vijf sterrenhotel. We lopen de lobby van het hotel in – met live pianomuziek – en dan valt je mond pas echt open. Hoge lichtkoepels met glas in lood, fraai smeedwerk, sierlijke pilaren en een tegelvloer met een fijn uitgewerkt mozaïek. Ook de markthallen zijn bijzonder. Het gebouw is ontworpen door Samu Pecz en werd in 1897 ingehuldigd. Het grote stenen gebouw is 150 meter lang en bestaat van binnen vooral uit glas en ijzer. Er is een keur van producten en heel Boedapest komt er winkelen. Beneden zijn verse waar en kant en klare producten te koop. Op de omloop boven kan je overal eten krijgen en vooral ook souvenirs, want de markt lokt veel toeristen. Om het de toeristen makkelijk te maken, zijn de maaltijden die je kan bestellen van kunststof nagemaakt, zodat je ziet wat je krijgt en aan kan wijzen wat je wilt.

Parisi Udvar Boedapest
Om de kolossale St. Stefanusbasiliek te bewonderen moet je aansluiten in een lange rij voor een kaartje. De kerk is gewijd aan de heilige koning Stefanus die in 1000 de eerste koning van Hongarije werd en later heilig is verklaard. Het is een in kruisvorm gebouwde basiliek met talloze torens en een gigantische koepel in het centrum. De bouw van de kerk begon in 1851, maar nadat de koepel in 1868 was ingestort, moest de bouw opnieuw beginnen en pas in 1905 werd de kerk ingewijd. Niet alleen van buiten, maar ook van binnen is de kerk monumentaal met hoge koepels, rood marmeren massieve pilaren en vol schilderwerk. Maar het leukste van de aan Stefanus gewijde kerk is toch wel het kistje met de hand. In een glazen kistje met goudversieringen ligt iets onherkenbaars: de rechterhand van Stefanus. Deze hand heeft na de dood van Stefanus meer meegemaakt dan normale dode handen. Zo lezen we dat hij door veel verschillende steden is gereisd voordat hij hier in zijn kistje is gaan liggen. Hij heeft rondgekeken in Wenen, Dubrovnik en nog wat andere plaatsen.
Wat – net als veertien jaar geleden – zeer indrukwekkend is, is de collectie schoenen op de Donau-kade. Een willekeurige collectie gedragen en vaak oude schoenparen (als gedenkteken gegoten in ijzer) staat op de oever. Het is een monument voor de Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog hier naartoe werden gevoerd, hun schoenen uit moesten doen en vervolgens doodgeschoten werden en in de rivier vielen. Er staat ook een paar kleine kinderschoentjes tussen. Dat niet iedereen snapt waar het over gaat is duidelijk. Mensen staan in grappige poses selfies tussen de schoenen te maken.

Boedapest Donaukade
Tegen de tijd dat we toekomen aan de bezienswaardigheden op de burchtheuvel van Boeda, is de dag al ver gevorderd. Om half zes is het kasteel gesloten en ook de prachtige Matthiaskerk is dicht. Gelukkig zijn beide ook van buiten de moeite waard. Vooral het kleurige patroon van glanzende dakpannen van de Matthiaskerk is prachtig. Er is er veel veranderd. Vanaf het vissersbastion, een soort open galerij aan de rand van de heuvel, heb je schitterend uitzicht over de hele stad. Een deel is nu ontoegankelijk en restaurant, voor een ander deel moet je nu betalen. Bovendien staan er op het plein allerlei tentjes die het plein ontsieren. Ook hier heeft het toeristengeld geen goed gedaan. Na een lange, mooie dag keren we met veel kilometers in de benen terug naar huis.
Kopački Rit Nature Park
Vanuit Boedapest vertrekken we met de groep in de minibus richting het Kopacki Rit natuurpark dat net in Kroatië ligt. We rijden door uitgestrekt vlak land – nog steeds de Pannonische vlakte – met veel landbouw vanwege de vruchtbare grond. Er worden verschillende gewassen verbouwd met als belangrijkste maïs, graan en zonnebloemen. Veel is al geoogst, waar nog maïs staat zijn de bladeren geel gekleurd en gekruld. Ook de zonnebloemen hebben hun beste tijd gehad en laten nu hun verschroeide kopjes hangen op hun bruine stelen. Eenmaal in Kroatië zitten we tussen de wijngaarden. Hoog op een heuvel(tje) in de wijngaarden is een overdekte picknickplek met uitzichtpunt waar we stoppen voor de lunch. Korte tijd later zijn we bij ons pension bij het park.
Kopački Rit Nature Park, opgericht in 1976, is het oudste natuurpark in Kroatië en beslaat 233 km2. Het ligt in een natuurlijk gevormde driehoek door de Donau in het oosten en de Drava rivier in het zuiden en is de grootste op land gelegen delta van de Donau. Het gebied is een van de grootste Europese wetlands en staat zowel aangemerkt als ‘Important Bird Area’ als Ramsar site (wetland van internationaal belang). Het mozaïek van waterwegen, meertjes, ondergelopen land en droge grond wisselt voortdurend van patroon en zorgt voor dynamiek en een rijke biodiversiteit. Zo zijn er in totaal zo’n 300 vogelsoorten geregistreerd, waarvan er 140 tijdelijk of permanent nestelen. Aalscholvers zijn hier in overvloed en topper is de zeearend waarvan er 47 paartjes in het park broeden.
Gaan we gewoonlijk naar zo’n park met echte vogelgidsen en dan liefst in het goede seizoen, nu doen we het met wat er mogelijk is. Maar een heel klein deel van het park is opengesteld voor toeristen en als toerist kan je er een boottocht van drie kwartier maken. Het is een prachtig gebied, maar ook hier zie je dat het gebied enorm te lijden heeft onder de aanhoudende droogte en de voortdurende extreme hitte. Het vlonderpad loopt langs drooggevallen watertjes die, nu het droge seizoen net begonnen hoort te zijn, al kurkdroog staan. Water wordt wel door de rivieren aangevoerd, maar per slot hebben die zelf ook minder water. Tijdens de boottocht is er een omroep met commentaar eerst in het Kroatisch, later in het Engels. Afgezien van wat feiten zou je de tocht liever zonder commentaar willen. Wie zit te wachten op ‘de zon die tevreden over het water kijkend met een warme rode gloed aan het westen wegzakt om monter in het oosten weer een nieuwe dag tegemoet te treden’? We kijken dus zelf maar welke vogels we zien en we hebben geluk. Naast de talloze aalscholvers en een handvol andere vogels zien we twee prachtige zeearenden. Een kort tochtje, maar goed om het gebied gezien te hebben en als ze op deze manier het wetland veilig stellen, nemen we de beperkte kennismaking maar voor lief.

Zeearend Kopacki Rit
Vukovar
Na een nachtje in Kopačeve – het dorp bij het park – vertrekken we om richting Servië te gaan. Maar eerst stoppen we in Vukovar. Vukovar ligt in het oosten van Kroatië, in de regio Oost-Slavonië aan de grens met Servië. De hevigste gevechten tijdens de Kroatische Onafhankelijkheidsoorlog van 1991 tot 1995 waren in deze regio. Bij de Servische belegering en de Slag om Vukovar werd de stad voor een groot deel verwoest. Vukovar werd verdedigd door zo’n 1800 lichtbewapende soldaten van de Kroatische Nationale Garde en burgervrijwilligers, tegen 36.000 soldaten van het Volksleger en Servische paramilitairen uitgerust met zwaar geschut. Tijdens de aanval werden tot 12.000 mortieren en raketten per dag afgevuurd op de stad. De belegering duurde 87 dagen. Nadat Vukovar op 18 november 1991 viel werden honderden soldaten en burgers door de Servische overwinnaars vermoord bij het bloedbad van Vukovar. Ten minste 31.000 burgers werden gedeporteerd. Vukovar bleef in Servische handen tot het einde van de oorlog. Daarna werd de stad bestuurd door de VN, tot ze in januari ‘98 werd teruggegeven aan het inmiddels onafhankelijke Kroatië.
Wij bezoeken in Vukovar het ziekenhuis. Niet dat er iets mis is met een van de groepsleden, maar in de kelder is een museum dat de geschiedenis van het ziekenhuis tijdens de belegering toont. We krijgen er een indrukwekkende, weinig vrolijk stemmende rondleiding. De dame vertelt hoe ze in de kelder improviseerden om alle gewonden en alle mensen die een veilig heenkomen zochten, op te vangen en zo goed en zo kwaad als het ging te verplegen. Er was tekort aan alles, zodat ze moesten selecteren wie bij operaties wel en wie niet een verdoving kreeg. Operaties werden bij kaarslicht uitgevoerd en de laatste dagen van het beleg was er niet alleen een tekort aan voedsel, maar water was zo schaars dat er per persoon een halve liter was die voor alles gebruikt moest worden. De artsen hebben tot het eind gestreden voor hun patiënten in de hoop dat na de overgave het Rode Kruis zou zorgen dat ze op een veilige plek een betere verzorging zouden krijgen. Helaas, de patiënten zijn in Servische ambulances afgevoerd en aan de oever van de Donau samen met de artsen geëxecuteerd.

Vukovar Memorial Hospital
Opmerkelijk is dat de rondleider in het ziekenhuis in het Kroatisch uitleg geeft en Filip het voor ons vertaalt. Filip is hier inmiddels vaak genoeg geweest om de rondleiding direct zelf te doen wat een hoop moeite en tijd zou besparen. Het ziekenhuis is inmiddels herbouwd, maar we zouden er niet graag terechtkomen. Het materieel oogt oud en als twee verplegers met een kar met linnengoed door een klapdeur moeten, maakt hij een akelig schurend geluid voordat hij tot hooguit een brede spleet opent. Misschien is het echte ziekenhuis bovengronds beter, maar we blijven er niet. Na de rondleiding leidt Filip ons rond door de stad, waar ondanks alle bombardementen toch nog aardig wat mooie panden staan. Daarnaast zijn er huizen waarvan duidelijk is dat de bewoners na de oorlog nooit meer teruggekeerd zijn. De watertoren is als zwaar beschadigd monument bewust niet gerestaureerd om de herinneringen aan de verschrikkingen van de oorlog levend te houden. De stad ligt aan de Donau en als je aan de oever van de Donau staat en uitkijkt, kan je je bijna niet voorstellen dat er op zo’n mooie plek zoveel geleden is.Vanaf Vukovar rijden we via de grens Kroatië – Servië naar Novi Sad, de tweede stad van Servië. Het verhaal over Servië houden jullie tegoed tot de volgende brief, want deze brief is weer vol.